Dodenherdenking 1815

Plas_Newydd_(Anglesey)_-_Waterloo_1

Het aantal doden ten gevolge van de Napoleontische oorlogen wordt op 6,5 miljoen geschat. Rond 1800 telde Europa 203 miljoen inwoners. Dit zou betekenen dat bijna 1/30 van het inwonertal gesneuveld is in die jaren. In mei 1815, tweehonderd jaar geleden, was Napoleon bezig aan zijn honderd dagen en leek de victorie opnieuw aan hem. Zijn val bij Waterloo kwam pas op 18 juni. Waren er na de definitieve val van Napoleon dodenherdenkingen? Koning Willem I heeft in Waterloo een piramidevormig herinneringsbeeld laten oprichten, niet voor de slachtoffers maar voor kroonprins Willem die een heldenrol gespeeld zou hebben bij de aanval op Napoleons legers. Er is wel een zuil voor de doden, maar die valt in het niet bij de piramide met leeuw. Koning Willem I stelde ook een nationale herdenkingsdag in: de Waterloodag, die op 18 juni viel, de dag in 1815 dat Naoleons einde zeker was. Die Waterloodag stelde als nationale feestdag weinig voor. Noord-Nederlands was al in november 1813 bevrijd en had dus geen directe herinnering aan Waterloo. Ook was er rond 1815 nog geen traditie in herinneringsdagen, die moest nog gevormd worden. De eerste nationale herdenking van Den Briel vond bijvoorbeeld pas in 1872 plaats. Nationale dodenherdenkingen zijn naar mijn indruk pas na de Tweede Wereldoorlog ingesteld. In de negentiende eeuw was er vooral aandacht voor de helden, de legeraanvoerders, de overwinnaars, en niet voor de arme soldaten die hun dorp, hun vrouw, kinderen en ouders verlaten hadden om de dood tegemoet te gaan. Jacob van Lennep bezocht in 1821 het slagveld van Waterloo. Hij reed er te paard heen, zijn tantes en stiefmoeder huurden een koets. Van Lennep schrijft heel droog: het bezoek lijkt niet meer dan een toeristisch tripje voor hem te zijn. Zo, geparafraseerd: “we dronken koffie in Mont St. Jean, wandelden het slagveld rond, zagen de Belle Alliance (de herberg waar de nederlaag van Napoleon schriftelijk bevestigd werd), de Hougoumont (kasteelboerderij die door Wellington als uitvalsbasis gebruikt werd), de opgerichte naalden enz., en aten zeer smakelijk, waarna wij de kerk te Waterloo bekeken, met graftekens en opschriften. Ook zagen we het kerkhof en de arm die daar begraven ligt.” Over een apart graf voor een soldatenarm heb ik via Google niets kunnen vinden, misschien weet een van mijn volgers dat? In het Waterloo-verslag van Van Lennep lees ik niets over ontroering die iedereen die die dodenplaats bezoekt toch moet aandoen als hij geen hart van steen heeft.

Advertenties

About maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. In 2016 hoop ik de biografie van Jacob van Lennep te voltooien, zodat hij het jaar daarna kan verschijnen.

12 responses to “Dodenherdenking 1815”

  1. Laura van Hasselt says :

    Is er per ongeluk een komma verschoven? 6,5 miljoen doden zijn er gruwelijk veel, maar toch een stuk minder dan 1/3e van die 203 miljoen Europeanen.

    • maritamathijsen says :

      Deze fout realiseerde ik me al meteen na de plaatsing en is al gecorrigeerd, zie de laatste versie. Om De Schoolmeester te citeren: “’t reeknen ging slecht op Wormerveer” (in dit geval overigens Kootwijk, waar ik ben om goede lucht in te ademen).

  2. Eric says :

    Misschien een tikfoutje? Bijna een dertigste van de Europese bevolking, niet een derde. Vriendelijke groet, Eric Sander Date: Mon, 4 May 2015 10:48:21 +0000 To: erisander@hotmail.com

  3. Ton van der Molen says :

    De berekening klopt helaas niet. Het zou neerkomen op een dertigste, niet een derde.

  4. Willem van Duijn says :

    Geen arm, maar Lord Uxbridge’s leg: misschien helpt dit: http://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Lord_Uxbridge%27s_leg&oldid=641817044

  5. Dick Welsink says :

    Beste Marita, als Europa in 1815 203 miljoen inwoners telde en het aantal gesneuvelden is 6,5 miljoen, dan is dat niet eenderde van het inwonertal. Het moet neem ik aan 23 miljoen zijn.

  6. Fons says :

    Geachte mevrouw Mathijsen. Sinds twee weken krijg ik post van u. Daar geniet ik van. Korte tijd geleden schreef u over de dodenherdenking m.b.t. een oorlog van tweehonderd jaar geleden. N.a.v. uw tekstje vraag ik me af of er aan het begin van de negentiende eeuw geen traditie was in herinneringsdagen. Toevallig vond ik bij een of ander onderzoekje waar ik vijftien jaar geleden mee bezig was een berichtje in de Provinciale Groninger Courant van 21 juni 1853 waarin vermeld wordt dat twee dagen tevoren in de Martinikerk de slag bij Waterloo is herdacht. Dat vond ik destijds zo opmerkelijk dat ik het heb opgenomen in een boekje dat ik over de trekschuitvaart in Groningen schreef. Ik ben heel erg benieuwd wanneer uw biografie van Van Lennep uitkomt. Enfin, tot het zover is kunnen we gelukkig genieten van voorproefjes via de digitale post. Met vriendelijke groet. Fons van Wanroij

    • maritamathijsen says :

      Ik hoor graag meer over de herdenking Waterloo. Ik kreeg de indruk dat die vooral gericht was op de “helden” en niet op de “losers”. Maar ik geef mijn indruk graag prijs als het anders is.

    • Marian Roos says :

      In de negentiende eeuw schreef de overheid wel dank- en bid- of bededagen uit. B.v. na het mislukken van de oogst. In de notulen van de Doopsgezinde kerkeraad van Amsterdam is met zekere regelmaat sprake van een missive over het ‘vieren’ van de 18e juni van respectievelijk het Gouvernement, de heren Burgemeesteren en het Ministerie van Eredienst. Aanvankelijk ging het om twee bijeenkomsten op de de dag zelf, later op de zondag kort voor of na de 18e en sinds 1832 bij Koninklijk besluit op de derde zondag van juni. – Deze kennis heb ik te danken aan een – leuk – transcriptieproject waarin ik terecht kwam (veel ‘petite histoire’; einddatum 1850).

      Andere kerkgenootschappen zullen ook wel dergelijke missives ontvangen hebben. Waarschijnlijk werd er dank uitgesproken voor de vrede of nederlaag van de dwingeland en gebeden om het voortduren ervan. En tijdens de Belgische opstand (1830-39) om het herstel van vrede. Nadere informatie ontbreekt. Het vervelende van notulen is dat er zoveel als bekend verondersteld wordt. – Standsverschillen zullen wel niet zo aan de orde geweest zijn.

      Tijdens hun voetreis door Nederland waagden Jacob van L. en Dirk H. het om op 17 juni 1823 op bezoek te gaan bij ds. A. te Dokkum. De ‘Friesche buffel’ zette hen onmiddellijk en zonder pardon de deur uit. Hij had geen ‘tied’, want het was morgen biddag.

Trackbacks / Pingbacks

  1. Merkwaardig (week 19) | www.weyerman.nl - 10 mei, 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: