Beginnen bij opa?

opa‘Je hoeft niet bij de Romeinen te beginnen’, zei ik vaak tegen mijn studenten als ze een referaat over bijvoorbeeld het sonnet of de metafoor hielden en hun verhaal begonnen met een lange voorgeschiedenis. Waar laat je een biografie beginnen? Natuurlijk hebben de biografen allerlei trucs bedacht om niet saai te beginnen met de geboorte van de gebiografeerde. Ik heb hier de voorbeelden niet zo bij de hand, maar ik meen dat Greenblatt zijn biografie over Shakespeare laat beginnen met een kinderliedje dat de schrijver in een toneelstuk citeert en vandaaruit demonstreert Greenblatt de taalgevoeligheid van Shakespeare.

(Verzoek aan mijn volgers: Wie herinnert zich andere mooie biografiebeginnen en wil die op ‘reactie’ zetten?)

Als ik de biografie van Harry Mulisch zou schrijven (quod non) zou ik beginnen met die foto waarop zijn moeder en hij in een symbiotische houding tegen elkaar geklikt zijn. Maar wat je ook verzint als start: beginnen bij de dood, beginnen bij een nieuw werk, bij een verhuizing, een jeugdgedicht, ergens moet de biograaf toch de beslissing nemen op welk punt hij in het leven van zijn held stapt. Hij zal een pakkende inleiding schrijven, waarbij hij een tekenende anekdote gebruikt voor zijn visie op de gebiografeerde, maar daarna zal hij toch gewoon de levensdraad gaan afrollen. Sinds Freud zal geen biograaf de kindertijd meer overslaan, maar hoe ver gaat hij terug in het voorgeslacht? Gaat hij de hele genealogie van het geslacht na, vanaf de vroegste bronnen? Boring. Vertelt hij wanneer de voorvaderen enige importantie in de maatschappij kregen? Gaap gaap. Maar toch, de biograaf kan toch niet zo maar beginnen met: Gerard Kornelis van het Reve werd geboren op 14 december 1923 in de Van Hallstraat 25 tweehoog Amsterdam. Klaar, zonder te vertellen wat voor buurt dat was, wat voor een man zijn vader was en hoe die in de communistische partij functioneerde en hoe papa daarbij kwam dankzij of ondanks zijn vader.

Waar moet ik beginnen bij Van Lennep? Natuurlijk, ik ben al begonnen, het anekdotisch begin en de inleiding zijn klaar, maar wat daarna? Ik heb een voorbeeld: Jacob van Lennep zelf en zijn vierdelige biografie over zijn grootvader en vader. Hij begint met een deel waarin hij verzen van beiden verzameld heeft. Fraaier eerbetoon is nauwelijks mogelijk. Jeroen Vullings schreef onlangs in een kortzichtig Vrij-Nederlandblog dat niemand zat te wachten op weer een onvoltooid werk van Harry Mulisch, maar wel op zijn biografie. Wat? Bedoelt Vullings dat je liever een artikel óver Van Gogh hebt dan een schets van hemzelf? Terug naar Jacobs biografie. Hij begint dus met de uitgave van dichtwerk van opa en papa, en daarna volgt een verantwoording, die elke biograaf eens zou moeten lezen. Hij wil ‘den mensch’ doen zien, in al zijn omstandigheden. En dan stapt hij over op het voorgeslacht Van Lennep, tot in de veertiende eeuw. Dat ga ik dus niet doen. Maar ik begin wel met opa. Niet alleen omdat Jacob hem gekend heeft en paardje op zijn rug gespeeld heeft, ook omdat opa leefde in de tijd dat er een omkering van alle eeuwenlange zekerheden plaatsvond. Daarover krijgt u dus meer te lezen, over een jaartje of zo.

Advertenties

About maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. In 2016 hoop ik de biografie van Jacob van Lennep te voltooien, zodat hij het jaar daarna kan verschijnen.

17 responses to “Beginnen bij opa?”

  1. Niels Bokhove says :

    Beste Marita, een leuke vraag, zij het impliciet: Wim Hazeu begon zijn Vestdijk-biografie met diens ‘geboorte’ als schrijver. Ik heb besloten mijn biografie van dichter-criticus Halbo C. Kool ook zo te beginnen: zijn beslissende eerste ontmoeting met Marsman tijdens zijn internaatsjaren begin jaren ’20 in Zeist. Daarna schakel ik over/terug naar zijn geboortestad Groningen van rond 1900, daarna inzoomend op de ouderlijke hoedenwinkel.
    Bijzondere biografiebeginnen schieten me zo gauw niet te binnen, ik zal eens neuzen. (Misschien verander ik mijn plan dan wel……)
    Groet, Niels

  2. Marc van Oostendorp says :

    De biografie van Ferdinand de Saussure die John Joseph enkele jaren geleden schreef begint, echt waar, met een beschrijving van de manier waarop de Zwitserse Alpen tot stand zijn gekomen.

  3. Herman Schaap says :

    Viktoria Schweitzer begint haar biografie van Tsvetaeva (1988, Engelse uitg. 1992) met een ontboezeming die in de Romantiek niet had misstaan: ‘For years I had wanted to go to Elabuga, the town in which Tsvetaeva had spent her last days (…). In the autumn of 1966, twenty-five years after her tragic end, my desire to go became overpowering, and I decided to retrace her steps: from Moscow to Elabuga (…). Zo begint de inleiding, het eerste hoofdstuk begint met een retorische vraag: ” How much do we know about our parents?” Bij naar inzien dus toch een start bij de ouders.

    • maritamathijsen says :

      Expliciet vroeg ik naar mooie beginnen van biografieën, en daarvan heb ik nu al een paar voorbeelden gekregen. Meer impliciet stel ik de vraag: hoe ver ga je terug? Ouders, grootouders, overgrootouders, stamboom? Hoe dan ook, Viktoria Schweitzer zet zichzelf als biografe en haar relatie met Tsvetaeva in het begin neer, en dat is een heel relevante opening.

  4. maritamathijsen says :

    Daar ga ik op af – taal en alpen, wonderlijker combinatie heb ik zelden gehoord.

    • Marc van Oostendorp says :

      De biografie vervolgt met een uitgebreide beschrijving van allerlei oudooms en -tantes. Nu is Saussure ook een roemruchte Geneefse familie, met veel geleerden — waaronder degene die als eerste de Mont Blanc beklom.

  5. Fons van Wanroij says :

    Ik combineer een verzoek aan de lezers/volgers met de vraag die Marita Mathijsen (zichzelf) stelt m.b.t. een mogelijk begin van de biografie over J.v. L. Eigenlijk weet ze het antwoord uiteraard heel goed, maar toch….. Ik zou beginnen met een citaat van Jan ten Brink :
    Het geschiedde in 1867, dat te Rotterdam aan het station van den Rhijnspoorweg, bij het binnenstoomen van een trein uit Utrecht, een aardig juffertje stond naast eene geopende deur aan het plankier. Dat juffertje was eene Rotterdamsche, die telken dag vrij wat menschen zag, daar zij haar vroolijk gezichtje sedert enkele jaren deed bewonderen door blufferige handelsreizigers, die haar knipoogjes toezonden, of door roodgeblakerde tweede-luitenants, die op transport waren. Toen de reizigers uit den trein op het plankier voorbijliepen, ontdekte zij onder eene groep luid sprekende heeren een grijsaard met ongemeen innemenden glimlach en golvende witte hairen. Telkens kwam er iemand op hem af, om hem met een woord van blijde verrassing toe te spreken, en telkens toonde hij zijn onuitputtelijk geduld door een paar vriendelijke woorden. Ieder week voor hem uit en beijverde zich den weg vrij te houden. Ieder groette hem met belangstelling en achting. De knappe buffetjuffrouw vond het vreemd, dat één oude heer zoo verbazend veel kennissen om zich heen verzamelde. En daar Hein, de witgekielde kruier van het goederenkantoor, juist voorbijkwam, vroeg ze:
    – ‘Wie is die grijskop?’
    – ‘Wie? Wel nou, jij bent ook een beste! Ken-je onzen Van Lennep dan niet?

    Fons van Wanroij

  6. Jan Lemaier says :

    Dag Marita,

    De naam Shakespeare is gevallen.

    Ik herinner me de biografie van Noel Riley Fitch over de Amerikaanse domineesdochter Sylvia Beach (1887-1962), die tijdens het interbellum in Parijs de boekhandel Shakespeare and Company had. Behalve als boekhandel diende deze winkel als societeit, bank en postkantoor voor de vele Amerikaanse auteurs die in deze periode in Parijs verbleven. En Sylvia Beach gaf Ulysses van James Joyce uit.

    De biografie begint in de vroege ochtend van 2 februari 1922, wanneer Beach op een kil Parijs’ treinstation vol ongeduld staat te wachten op de eerste exemplaren van het boek die van een drukkerij uit Dijon moeten komen. Zenuwslopende weken van telkens nieuwe veranderingen in de tekst waren eraan voorafgegaan. Maar gelukkig, de trein arriveert om 7 uur, mét de boeken, die Beach even later aan Joyce kan aanbieden, die deze dag zijn 40ste verjaardag viert.

    Ik vond dit een mooi begin om de lezer het verhaal in te trekken.

    Met hartelijke groet,
    Jan Lemaier.

  7. jacqueline memerda says :

    dag marita ,

    niet het begin , maar wel de aanleiding van de journalist emiel hakkenes in zijn boek over de familie – biografie met betrekking tot hun geloof , dat ik de afgelopen week las ; god van gewone mensen .

    de vraag van zijn vader : gaan jullie hem ook laten dopen ?

    een boeiend boek , dat ook heel mooi de veranderende tijd / opvattingen weergeeft .

    met vriendelijke groet ,

    jacquelne memerda

  8. Rob van Dam says :

    De film “Citizen Kane”, een quasi-biografie, begint met de dood van de hoofdpersoon en zijn ondoorgrondelijke laatste woorden.

    In de bio van J. Van Oudshoorn begint W.A.M. de Moor het verhaal met zich het kind Feijlbrief voor te stellen “opgesloten in een kleuterstoel”, om daaruit maar meteen de essentie van de volwassen schrijver te destilleren.

    Vic v.d. Reijt begint zijn Elsschotbio met… de ontwikkeling van het treinverkeer in België.

    Groet, Rob van Dam.

  9. Jet Quadekker says :

    Ik kan nog het koekje van Proust bijdragen.

  10. Mathijs Sanders says :

    Ik herinner mij dat Reinold Vughs zijn biografie over Bordewijk begon met een krantenbericht uit 1945 dat melding maakte van het overlijden van de auteur, die toen nog twintig jaar te leven had.

  11. Han Roijakkers (voorheen Janssen) says :

    Beste Marita
    Jouw vraag naar biografiebeginnen is een fantastisch begin voor een verrassende inventarisatie. Een beginnetje.

    Claudia Roth Piermont, ‘Roth Een schrijver en zijn boeken’, begint met de toorn van een New Yorkse rabbijn naar aanleiding van de beginnende schrijver Roth. ‘Welke maatregelen zijn er getroffen om deze man het zwijgen op te leggen?’ is welzeker een superieure beginzin voor een groot en openhartig schrijversleven.

    David Shields en Shane Salerno, ‘Salinger’, begint met het aan land gaan van het 12de infanterieregiment van Salinger op D-day, 6 juni 1944.
    Deze ingang tot de biografie van Salinger is doelgericht omdat Salingers oorlogstrauma (volgens zijn biografen) een rode draad in zijn leven vormt.

    Elizabeth Gaskell, ‘The life of Charlotte Brontë’, begint met een aandoenlijke en bijna sociologische beschrijving van de omgeving waarin de geliefde vriendin (Charlotte) haar( vroege) jaren heeft doorgebracht: Keighley en de pastorie in Haworth.

  12. Rob Groenewegen says :

    Een biograaf moet zichzelf tijdens het schrijfproces m.i. voortdurend de vraag stellen of de door hem/haar toegevoegde informatie ook in concreto iets toevoegt aan zijn verhaal. Een biografie is immers het vertéllen van een verhaal, niet het etaleren van een compleet onderzoeksarchief. Biografen die wat betreft de voorvaderen van zijn of haar held of heldin teruggaan tot in de prehistorie, hebben er m.i. dan ook niets van begrepen.

    Mijn volgende biografie begint vooralsnog met een misverstand: de ambtenaar van de burgerlijke stand noteert een verkeerde voornaam van de nieuwgeborene. Een fraaier begin van zijn verhaal kan de biograaf van iemand die later door zoveel mensen werd misverstaan zich niet wensen.

    Rob Groenewegen, biograaf van Victor Emanuel van Vriesland (1892-1974)

    • maritamathijsen says :

      Dit steeds maar voor ogen houden dat het om het verhaal gaat, lijkt me essentieel. Bij iemand die midden in het openbare leven stond krijg je zoveel informatie die eigenlijk best interessant is, dat je werkelijk streng moet zijn. Ook de zogenaamde Prick-noten, zo genoemd naar Harry Prick ie overbodige informatie van meer dan enkele bladzijden geregeld in noten onderbracht, moeten vermeden worden. Noten moeten ook functioneel zijn. Dat begin wat u nu suggereert is een geschenk inderdaad.

  13. Rob Groenewegen says :

    Misschien dat voor een goede biografie óók wel geldt dat daarin ‘Het sterkste werkt wat is weggelaten.’ (dixit J.H. Leopold)

    Wie alles vertelt, zegt immers niets.

Trackbacks / Pingbacks

  1. Merkwaardig (week 29) | www.weyerman.nl - 19 juli, 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: