Wie helpt mij aan de moeder van Betje Tulle?

liefjes2

Ik vind haar niet. Toen ik begon met de biografie van Jacob van Lennep had ik het idee dat ik die niet kon publiceren als ik de moeder van zijn natuurlijke dochter niet gevonden had. Maar nu, drie jaar verder, ben ik bang het op te moeten geven.

Op 22 januari 1822 werd Betje Tulle geboren, aangegeven als dochter van Geertruijda Tulle, zonder opgave van vader, met als officiële voornamen Geertruijda Elisabeth. Betje is op de naam van haar min (zoogster) ingeschreven in het geboorteregister van Amsterdam. Maar eigenlijk was haar moeder een meisje uit de hogere kringen, die door de 19-jarige Jacob van Lennep rond eind april 1821 zwanger gemaakt was. Het kind werd door de familie van de moeder verdonkeremaand. Op 21 mei 1855 erkende Jacob van Lennep Betje als zijn natuurlijke dochter, voor een Haagse notaris. Toen ze een jaar of negen was kwam Jacob haar geheel toevallig tegen en zag dat er slecht voor haar gezorgd werd. Toen zorgde hij voor verbetering, maar hij erkende haar pas nadat de zogenaamde moeder overleden was. Sindsdien noemde Betje zich Elisabeth van Lennep. Daarna trouwde ze met François Charles Fiévez (1856), ging een tijdje naar Nederlands Indië, maar kwam weer terug omdat haar man haar mishandelde. Betje heeft zelf nooit te horen gekregen wie haar moeder was, hoezeer ze haar vader ook smeekte de naam te noemen. Een deel van haar verleden is verwerkt in Van Lenneps roman Klaasje Zevenster.

Maar hoe ik ook zoek: ik kom er evenmin achter wie nu die dame uit hogere kringen was, die een paar jaar ouder dan Jacob zou zijn. Ik dacht dat er in brieven van rond 1821-1822 wel over geschreven zou worden, maar mooi niet. Het lijkt erop dat veel brieven uit juist die jaren vernietigd zijn. Ik heb ook in kasboeken van Jacob en zijn vader gekeken of er soms bedragen uitgekeerd werden aan de min, maar er zijn bladzijden weggescheurd uit de boeken van 1822.

Waar zou de vrolijke start van Betje plaats hebben gevonden? Op het buitenhuis, het Manpad, zou er veel gelegenheid geweest zijn, maar meestal gingen de families pas midden mei naar buiten. Dan ligt Amsterdam meer voor de hand, of Leiden, waar Jacob studeerde. Het kindje zou geboren zijn in een huis achter de Westerkerk. Wie komen er als moeder in aanmerking? In de zomer van 1821 verklaarde Jacob in Brussel zijn liefde aan Cootje Elout, dochter van de minister Cornelis Elout. Hij schrijft dan over zijn ‘aanstaande’. De moeder van Betje is dan al zwanger! Of zou Cootje de moeder zijn? In 1819 leerde Jacob zijn latere vrouw, Henriette Röell, kennen. Hij schreef vanaf die tijd liefdesgedichten voor haar, althans volgens Jacobs brave biograaf, zijn kleinzoon Max. Maar waren die liefdesgedichten wel voor Henriette Röell? Er staat wel boven “voor Henriette”, maar er waren meer meisjes van die naam in zijn leven. De Zwitserse gouvernante van zijn jonge zusje bijvoorbeeld heette Henriette Perraud (of Perroud). Die gouvernante woonde bij de familie Van Lennep in huis, en de kamer van Jacob zal niet ver van die van de gouvernante gelegen hebben. Hij heeft ook iets moois gehad met Henriette Asbeck, die in 1823 in Leeuwarden trouwde met baron Hendrik Rengers. Ook had hij een sterke band met een zekere Martha Amersfoordt. Overigens zijn er geen originele handschriften van zijn vroege liefdesversjes: ze zijn allemaal overgeschreven, alsof er iets verborgen moest blijven.

Cootje, de Henriettes en Martha: zit daar de moeder tussen? In de familie Van Lennep is het geheim niet verder verteld, ofschoon Jacobs zusje Antje het geweten moet hebben. Maar misschien is er iemand onder mijn volgers die brieven uit 1821-1822 kent waarin geroddel staat? Of is er alsnog iemand die wel eens van een oudtante een gerucht gehoord heeft….? Help Betje aan een moeder!

 

Advertenties

About maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. In 2016 hoop ik de biografie van Jacob van Lennep te voltooien, zodat hij het jaar daarna kan verschijnen.

55 responses to “Wie helpt mij aan de moeder van Betje Tulle?”

  1. Henk Slabbekoorn says :

    Juist vandaag kreeg ik een reaktie op de vraag naar het horloge van Jacob dat door ene Simons uit Den Haag gekocht zou zijn. In deze familie Simons is daar iets over bekend. Wel zijn er nogal wat familieleden als goudsmid bekend geweest.
    Verder blijkt dat mijn vorig jaar overleden vrouw een kleindochter van de kleindochter van de onwettige zoon van Jacob was. Het gaat hier over (oma) Bernardine J. A. van Ockenburg (gehuwd met Lambertus A. J. Reuser). Bernardine is geboren in 1883 en overleden in 1946. Haar vader was Jacobus Cornelis van Ockenburg, geboren op 28-11-1857 uit Zwaantje Cornelia van Ockenburg. Zijn vader, Jacob van Lennep, had ook in 1864 nog een relatie met Zwaantje want in januari 1865 werd nog een dochter Louisa Cornelia geboren.
    Waarschijnlijk was dit aan u wel bekend, maar hoewel mijn vrouw wel wist dat Jacob van Lennep ‘ergens’ in de familie voor kwam, was het buitenechtelijke deel behoorlijk onder tafel geschoven.
    Met vriendelijke groet,

    • maritamathijsen says :

      Inderdaad staan de kinderen Van Ockenburg genoemd in de Genealogie van de Familie Van Lennep. Er zijn er zelfs nog twee geboren, maar alleen Jacobus Cornelis heeft de kinderjaren overleefd. Jacob van Lennep heeft ze laten meedelen in zijn erfenis. In een tak van de familie Van Ockenburg worden daar nog documenten over bewaard.

    • maritamathijsen says :

      Ik heb nog een verdere aanvulling. Erica Brouwer-van Hoegee is ook een nazaat van Jacobus Cornelis van Ockenburg. Deze Erica is een dochter van Jacoba Reuser. Zij bewaart nog enige brieven van Van Lennep waarin hij de financiën voor zijn kinderen regelt, vooral na de dood van Zwaantje.

  2. Henk Slabbekoorn says :

    In de tweede regel van mijn reaktie staat een storende fout: iets moet niets zijn!

  3. Henk Slabbekoorn says :

    Ik blijf corrigeren. Eerst een nachtje slapen voor je iets wegstuurt. Er moet in het begin van de tweede alinea staan dat mijn vrouw de kleindochter van de dochter van…
    Verder kreeg ik uit de familie Simons een foto die de onwettige zoon van Jacob voor zou stellen. Nog geen idee of dat juist is.

  4. ans meijlink says :

    morgen, uit welke bronnen haalt U dat de moeder een adellijke vrouw is?

    • maritamathijsen says :

      Het gaat om vrouw uit hogere kringen, niet per se van adel. Mijn enige bron is een brief van Zenobie van Lennep uit 1889 die de schrijver én zijn natuurlijke dochter goed gekend heeft. Zij schrijft over de moeder: ‘twee dingen weet ik met zekerheid, namelijk: 1e dat het eene aanzienlijke vrouw was, en eenige jaren ouder dan J. van Lennep’. Volgens ahar kenden twee personen het geheim: freule van Heekeren, hofdame, en mevrouw Saltet-Jorissen. Zie het boekje van Koen Fijma, Uwe liefhebbende Zenobie (2014).

  5. Renée says :

    Via je Facebookgroep Genealogievrienden hebben we de geboorteakte van Betje Tulle boven water gekregen. Haar moeder heet ook Tulle en de vroedvrouw Lena van Oostendorp: https://familysearch.org/ark:/61903/3:1:939D-9Z94-64

    Vriendelijke groet,
    Renée van Alten

  6. Bram Rietveld says :

    Uiteraard heb ik geen idee, maar wat me fascineert, is dat er twee dames geweest zijn, die het geweten hebben. Wat is het verband tussen deze twee en Jacob van Lennep. Weten ze het omdat ze op de eenof andere manier betrokken waren of het direct vernomen hebben? Maria Luise Jorissen was de dochter van een Haagse predikant en de hofdame van Koningin Wilhelmina was nee ik aan evenals de Koningin de winters afwisselend in Den Haag en Brussel. De winter van 1821 was zeer streng en duurde tot eind april. (http://www.ppsimons.nl/stamboom/weer.htm ; gaat over Limburg, maar zal toch ook voor Den Haag gegolden hebben). Was freule van Heeckeren toen in Den Haag? Is er een link met Den Haag???

    • maritamathijsen says :

      De twee dames die ervan weten kan ik niet in verband brengen met Jacob van Lennep. Maar de kou maakt het waarschijnlijk dat het onbekende meisje niet op het Manpad (het buitenhuis van de familie Van Lennep) zwanger geraakt is, want gewoonlijk gingen de families pas midden mei daarheen.

  7. Kees Briët says :

    Naar aanleiding van de vraag heb ik enkele vragen en opmerkingen. U schrijft dat Geertruijda Elisabeth (Betje) Tulle op naam van haar min is ingeschreven in het geboorteregister van Amsterdam. Dit staat niet in de geboorteakte (BS Amsterdam, geb.register 1822 [oneven dagen], geb.akte d.d. 23 jan. 1822). Daarin staat slechts: ‘Geboren den twee & twintigsten dezer des avonds ten elf ure, (…) dochter van Geertruij Tulle wonende Laagte van Kadijk No. 100 (of 108?) Kanton 2 zijnde dit kind aldaar geboren’.
    Deze tekst in de akte is zonder meer niet anders te lezen dan dat Geertruij Tulle de moeder van Geertruijda Elisabeth was. Als de akte op dit punt niet juist is, zal dat op grond van andere bronnen aannemelijk gemaakt moet worden. De eerste vraag is dan wie was Geertruij Tulle? Wat precies is er over haar bekend? Hoe was haar levensloop? Woonde zij werkelijk op het in de akte genoemde adres? Wie woonden daar nog meer? Hoe weten we dat Geerruij Tulle niet de moeder, maar de min van Betje zou zijn geweest?
    De akte werd opgesteld op verklaring van Lena van Oostendorp, vroedvrouw wonende Hoogte van Kadijk nr. 40 (?). Wat is over haar bekend?
    De akte werd opgemaakt in aanwezigheid van twee getuigen, een zeeman en iemand zonder beroep. Hoewel niet erg waarschijnlijk zou het kunnen zijn dat onderzoek rond die personen aanwijzingen kan opleveren.
    Verder meldt een kanttekening op de akte dat mr. Jacob van Lennep Betje erkende bij akte van 21 mei 1855 gepasseerd voor de Haagse notaris Johannes Willem van den Bergh. Wat staat er precies over Betje in die akte? Zijn er in het protocol van deze notaris nog andere akten van Van Lennep waar Betje in genoemd wordt?
    Mij is niet duidelijk waarom de moeder van Betje ‘een meisje uit hogere kringen’ moet zijn geweest. Ligt het niet meer voor de hand te veronderstellen dat de 19-jarige student Jacob van Lennep een meisje uit lagere kringen bezwangerde? Juist voor zo’n meisje had hij mogelijk minder scrupules dan voor een vriendinnetje uit zijn eigen, hogere milieu.
    Mag ik de suggestie doen eens een goed gedocumenteerde vraag naar de moeder van Betje te stellen in De Nederlandsche Leeuw, het tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde? De huidige stand van het onderzoek zou daarin met de tot nu toe gebruikte bronnen vermeld moeten worden.

    • maritamathijsen says :

      Hartelijk dank voor het meedenken!
      Natuurlijk staat het niet in de geboorteakte als er gesjoemeld is met namen.
      Dat de min niet de werkelijke moeder is ontleen ik aan brieven gewisseld tussen Jacob van Lennep en een verre nicht van hem, Zenobie van Lennep. Deze Zenobie schrijft in 1889 aan de schrijver/tekenaar Alexander Ver Huell uitvoerig over de natuurlijke dochter. Jacob vraagt in 1866 aan Zenobie in een brief of zij zijn natuurlijke dochter onder haar bescherming wil nemen. Zij is dan net na een mislukt huwelijk teruggekeerd uit Indië. In 1889 schrijft Zenobie dat Betje Tulle door de familie van haar moeder onder de naam van haar min is aangegeven. Ik citeer verder: “De beklagenswaardige vrouw [Geertruyda Elisabeth Tulle dus] heeft nooit geweten wie hare moeder was. J. van Lennep heeft nimmer de naam dier dame willen noemen. […] Ik heb wel eens een naam hooren fluisteren, doch daar J. van Lennep zelf dien nooit heeft uitgesproken, zelfs niet tegen het kind zijner liefde, dat smeekte haar moeders naam te weten, hecht ik niet aan een opgeworpen naam, en eerbiedig ik geheel van Lenneps streng stilzwijgen op dat punt. Alleen twee dingen weet ik met zekerheid, namelijk: 1e dat het eene aanzienlijke vrouw was, en eenige jaren ouder dan J. van Lennep.” Zij schrijft ook dat er twee personen het geheim kenden, namelijk freule van Heekeren, hofdame van de vrouw van Willem I, en mevrouw Saltet-Jorissen in Amsterdam.
      Over de min Geertruij Tulle weten we weinig en komen we weinig te weten. Gedoopt 10 januari 1788, overleden 3 aart 1855 en in 1836 gehuwd met de schoenmaker Hendrik Ottjes.
      Over de vroedvrouw heb ik geen gegevens.
      De akte van de notaris heb ik gezien: daar staat niets bijzonders in.
      Dat de moeder uit hogere kringen komt, ontleen ik aan Zenobie. Zie het boek: Uwe liefhebbende Zenobie (samenstelling Koen Fijma).
      Beantwoorden

      • ans meijlink says :

        ben even gaan zoeken op de kinderen die Geertuij Tulle kreeg, n.l. een Carolina op 4-3-1817, en dan Catharina Jantje Tulle op 6-2-1819, dan houdt het op. Als Geertruida Elisabeth geboren wordt op 22-1-1822, dan kan Geertruij Tulle nooit haar min zijn geweest, heb ook gekeken op doodgeboren kindjes, maar die had Geertuij ook niet, dan is de tijd van ruim 3 jaar te lang om nog moedermelk te hebben.

        ANTWOORD MM: die is slim! daar kan alleen een vrouw op komen (maar ikzelf dus niet). Dit maakt het bedrog nog ingewikkelder. Er zijn drie mogelijkheden. Geertruy was beroepsmin en ging van het ene niet-eigen kind over op het andere, en als er gezogen wordt blijft de melk vloeien. Of Geertruy Tulle moet een eigen doodgeboren kindje niet aangegeven hebben – en dus ook een lijkje verdonkeremaand hebben, en dus wel moedermelk kunnen geven. Maar dit lijkt toch wel erg onwaarschijnlijk. Nog een mogelijkheid is dat Geertruy zelf iemand uit haar buurt gezocht heeft om te voeden.

      • Kees Briët says :

        De publicatie van Koen Fijma ‘Uw liefhebbende Zenobie. Correspondentie van Zenobie van Lennep uit de jaren 1846-1869’ is als pdf (hbulz.pdf) op internet te raadplegen. De enige plaats in dat werk waarin de moeder van Geertruijda Elisabeth (Betje) Tulle, sinds 1855 Van Lennep, ter sprake komt is op p. 252. In een brief van 9 mei 1889 van Zenobie van Lennep aan Alexander Ver Huell (1822-1897) schrijft zij: ‘(…) De beklagenswaardige vrouw [Betje van Lennep] heeft nooit geweten wie hare moeder was. J. van Lennep heeft nimmer de naam dier dame willen noemen. (…) Ik heb wel eens een naam hooren fluisteren, doch daar J. van Lennep zelf dien nooit heeft uitgesproken, zelfs niet tegen het kind zijner liefde, dat smeekte haar moeders naam te weten, hecht ik niet aan een opgeworpen naam, en eerbiedig ik geheel van Lenneps streng stilzwijgen op dat punt. Alleen twee dingen weet ik met zekerheid, namelijk: 1e dat het eene aanzienlijke vrouw was, en eenige jaren ouder dan J. van Lennep, die tijdens de geboorte van het kind slechts 18 jaar oud was. (…)’

        Bij deze passage zijn de volgende observaties te maken. Zenobie zegt niet dat zij de naam kent. Zij zegt alleen dat zij met zekerheid weet dat de moeder van Betje een aanzienlijke vrouw was. Zij geeft echter in het geheel niet aan waarop deze kennis gebaseerd is. Op grond hiervan is geen andere conclusie mogelijk dan dat het hier gaat om een ongefundeerde bewering of verzinsel van Zenobie, die zonder bijkomende gegevens of feiten geen enkel geloof verdient. Deze bewering ondergraaft de verklaring van de aangevende vroedvrouw in de geboorteakte geenszins. In dit stadium van het onderzoek is het dan ook wetenschappelijk gezien onverantwoord te beweren (a) dat Betje op naam van een min in de akte is ingeschreven, (b) dat de in de akte genoemde Geertruij Tulle niet haar moeder was en (c) dat haar ‘echte moeder’ een meisje uit hogere kringen was.

        We zullen er dus vanuit moeten gaan dat Geertruij Tulle de moeder van Geertruijda Elisabeth Tulle, later Van Lennep, was.

        Ik hoop met het voorgaande te voorkomen dat in de literatuur een mistificatie over de moeder van Betje post vat.

        ANTWOORD MM: Er is geen reden om Zenobie van Lennep te wantrouwen. Jacob van Lennep is openhartig met haar (zie p. 145 Fijma), de inhoud van haar brieven getuigt absoluut niet van fabuleren, en zij heeft met Betje in Zutphen samengewoond.

  8. Arie says :

    Jacob van Lennep…’De Pleegzoon’ is mijn favoriete boek. Ik heb een hele reeks kleine rode bandjes in de kast staan. Eind 19e eeuw uitgegeven door A.W. Sijthoff te Leiden. De eerste paar geërfd van mijn grootmoeder en later op boekenmarkten uitgebreid. Ben benieuwd naar de biografie, leuk!

  9. ans meijlink says :

    morgen, van wie is er een antwoord gekomen op mijn opmerking van die moedermelk?

  10. Debbie Braber-Voerman says :

    Ik vind het een spannend verhaal en het is leuk om te zien dat zoveel mensen hier reageren. Ben benieuwd hoe het zal aflopen.

    • Jaap Engelsman says :

      Beste Mevr. Mathijsen,

      ik heb wat gegevens gevonden die zijdelings met de kwestie — heerlijk speurwerk! — te maken hebben. Ze staan in een Word-document met ingeplakte kopietjes uit Delpher. Dat kan ik via dit venstertje vast niet opsturen. Heeft u daar een adres voor?
      Met vriendelijke groeten,
      Jaap Engelsman — 020-6226236

  11. ans meijlink says :

    zouden wij dit ook kunnen zien?

  12. Koen Fijma says :

    Over het verband met mevrouw Jorissen heb ik nog een kleine aanvulling uit het bevolkingsregister. Voor de andere volgers zet ik alle feiten nog even op een rijtje:
    Betje woont volgens het Haags bevolkingsregister op de ZO Buitensingel 477, maar verhuist tijdelijk naar de Kleine Beestenmarkt W324.
    In het dagboek van Jacob van Lenneps zoon Maurits, staat dat zijn vader in die tijd kamers had op de Kleine Beestenmarkt.
    Zenobie van Lennep schrijft in 1889 aan Alexander Ver Huell: “in die jaren nam hij, met goedvinden zijner zoo hoogst verstandige, en hem innig verknochte gade, deze voordochter bij zich in huis. In Den Haag bestuurde zij zijne huishouding.”
    De buren op de Kleine Beestenmarkt W325, zijn de familie Vaupel Klein.
    De dochter des huizes, Henrietta Vaupel Klein, schrijft in juli 1868 aan Zenobie:
    “de Heer van Lennep nog zijne dochter kunnen nooit betalen toen zij op de Korte Beestemarkt vóór haar huwelijk gewoond heeft, wat wij voor haar geweest zijn.”
    De de moeder van Henriette heet Anna Catharina Saltet en de vader van deze Anna is Henrich Saltet die in 1831 trouwde met Maria Luise Jorissen. Deze mevrouw Jorissen is volgens Zenobie de laatste persoon die wist wie de moeder van Betje was.

  13. Bram Rietveld says :

    In de patientenregisters van Amsterdam komt Geertruida Tulle voor op 20 juli 1819, afdeling vrouwen krankzinnig. Haar ‘dochter’ Geertuida Elizabet komt 3 keer voor. In 1836 en 1837 op afd. vrouwen zieken. En in 1840 op afdeling vrouwen venerisch. Ik heb alleen de indexen geraadpleegd.

    • Kees Briët says :

      Dit zijn interessante vondsten. Blijkens de leeftijden genoemd in deze index gaat het hier inderdaad om “onze” Geertuijda Elisabeth Tulle/van Lennep. Zou iemand in de gelegenheid zijn de letterlijke tekst van haar inschrijvingen in dit blog weer te geven?

      Geertrui Tulle kan niet de moeder van Geertruijda Elisabeth zijn want volgens de index werd zij op 20 juli 1819 geboren en in 1897 opgenomen.

      • Bram Rietveld says :

        Ik had inderdaad wat Geertrui betreft verkeerd gekeken en dacht dat het om de opnamedatum ging, 1819 was dus de geboortedatum..
        Reactie MM: De krankzinnige Tulle is dus een andere dan Geertruij Tulle, de min uit 1788. Maar is het nu wel de natuurlijke dochter van Jacob die 3 maal als patiënt bij vrouwenafdeling/venerische ziekten opgenomen wordt? zo jong?

      • Marian Roos says :

        uit Patientenregisters 1818-1889 Asd. Stadsarchief (toevallig ‘vanmiddag’ bekeken)

        Buitengasthuis Vrouwen Zieken 1836
        Geertruida Elisabeth Tulle, oud 14 jaar, godsd. L[uthers]; ongehuwd, Asd. Zanddwarsstraat 81,
        zonder beroep, dochter van Jan [Tulle] en [niet ingevuld];
        5 juli ‘ingekomen’, geen datum van vertrek.

        Buitengasthuis Vrouwen Zieken 1837
        Geertruida Elisabeth Tulle, idem, idem, idem, geen namen van ouders ingevuld, ‘uitgegaan’ 2 januari 1837 (181 dagen verpleegd [!])

        Buitengasthuis Vrouwen Venerisch 1840
        Geertrui Elisabeth Tulle, L[uthers], oud 18 jaar; beroep ‘dienstbaar’, ongehuwd; Asd, St Janstraat 88, naam vader onbekend, naam moeder Elisabeth Geertrui Tulle; ingekomen 10 april 1840, uitgegaan 14 mei 1840, Ongenezen (34 dagen verpleegd).

        Buitengasthuis Vrouwen Venerisch 1840 (nogmaals)
        Geertruida Elisabeth Tulle, L[uthers], oud 18 jaar; beroep ‘dienstbaar’, ongehuwd; Asd, Leydekkersteeg, namen ouders onbekend; ingekomen 12-6-1840, uitgegaan 24-6-1840 (12 dagen verpleegd).

        Het register is in kolommen ingedeeld.
        Reactie MM: Weer een stap verder. De natuurlijke dochter is dus inderdaad al op 14-jarige leeftijd opgenomen in de vrouwenafdeling, maar met welke ziekte is nog niet duidelijk. En in 1840 tweemaal met venerische ziekte opgenomen. Wat een ellende.

    • maritamathijsen says :

      Het wordt steeds ingewikkelder. Geertruij, geboren 1788, zou dus enige tijd krankzinnig zijn geweest, en haar ‘dochter’, Geertruijda Elisabeth Tulle van 1822 zou al op 14-jarige leeftijd bij de vrouwenziektes opgenomen zijn. Wat een onverwacht idee om bij patiëntenregisters te gaan kijken. Dank!

      • Bram Rietveld says :

        Even een correctie. De Geertrui die krankzinnig was is niet onze Geertrui. Bij Geertruida Elisabeth werd de opnamedatum vermeld, maar bij Geertrui de geboortedatum; dat had ik even over het hoofd gezien.

      • Marian Roos says :

        De krankzinnige Geertrui kan van een andere tak van de stamboom geweest zijn, of ze was een dochter van de min (de familie moet wel erg aan de naam Geertruida gehecht geweest zijn):

        In de Patientenregisters 1818-1889 Asd. Stadsarchief

        Buitengasthuis Vrouwen Krankzinnigen 1897 vinden we:

        Geertrui Tulle, Ned. G[ereformeerd], geb. 20-7-1819, geen beroep ingevuld, Wed. van Philippus Peterssen, geb. te Asd.,
        adres, Prinsengracht 156, [daaronder:] Melkhuis Slootstraat 19?, bij de familie Brinkbok; – C.v.d.Corst P. Vlamingstraat 5 [geen verhuisdata vermeld; MR]. – ouders: Karel Hendrik [Tulle] en Anna Fred[erik]a Wilkes (overleden – er staat een kruisje achter hun namen)
        ingekomen 10 augustus 1897, uitgegaan 21 september 1897 naar Endegeest

    • maritamathijsen says :

      Daar zou ik nu niet aan gedacht hebben, om patiëntenregisters te raadplegen. Zijn er ook lijsten van publieke vrouwen? In elk geval lijkt het erop dat Geertruij Tulle in 1819 dus een tijdje krankzinnig is geweest. Geertruijda Elisabeth, de natuurlijke dochter van Jacob van Lennep, komt in 1836, als ze veertien is, al bij de vrouwenziekten terecht. Wat moet ik daaruit concluderen? Vier jaar later komt ze bij de venerische zieken…

      • Marian Roos says :

        Er zijn in het Stadsarchief in ieder geval geen gedigitaliseerde lijsten van publieke vrouwen. De lijst van patiëntenregisters was de voor ons enig bruikbare in de lijst van gedigitaliseerde indexen.

        Overigens heb ik meer vertrouwen in de roman Klaasje Zevenster, dan in de administratie van het Buiten-gasthuis. Op 5-7-1836 heet GE’s vader Jan, elders is de naam van de vader onbekend, op 10-4-1840 heet GE’s moeder Elisabeth Geertrui Tulle, op 12-6-1840 is haar naam onbekend.

        In Klaasje Zevenster vinden we een vondeling van goeden huize, de moeder en vader(?) van de min die een wat dubieuze aangifte bij de burgerlijke stand doen, een moeder van de min die Trui heet, net als haar kleindochter & pleegzusje van Klaasje, een min die later met een schoenlapper trouwt, pleegvaders die het nodig vinden dat Klaasje als ze een jaar of tien is, naar een kostschool gaat, i.v.m. het zedelijk peil in huize Ruffel (ex-min en haar schoenlapper). En natuurlijk het bordeel (in Den Haag stond Klaasje – nog – niet in het register van publieke vrouwen, waardoor ze niet achtervolgd kon worden na haar ontsnapping).

        Het gaat wat ver om te veronderstellen dat Betjes biologische moeder dus ook maar, net als die van Klaasje na haar huwelijk met een de familie onwelgevallig persoon (alleen maar veel geld, geen adel; en de steenrijke vader wilde een andere vrouw voor zijn zoon) door de familie verstoten werd, en na de dood van haar man zich met (veel) naai- en borduurwerk in leven moest houden, op een schamel kamertje, bv. in de buurt van huize Ruffel – en Klaasje. – Maar toch ….

  14. ans meijlink says :

    weet je wat ik me afvraag?

    Een kind van een aanzienlijke dame, moet weggemoffeld worden, waarom nemen ze dan zo’n vrouw Geertrui Tulle als min, er is toch geld genoeg om een betere vrouw te nemen.

    • Jaap Engelsman says :

      Maar met zo’n ‘betere’ vrouw kwam je m.i. als min-zoekende bij de gewone, reguliere minnen terecht, en daar kwam je allicht bekenden tegen. Wilde je het geval echt verheimelijken, dan moest je een beroep doen op vrouwen buiten het gewone circuit — misschien zelfs uit een krankzinnigeninrichting.

      • maritamathijsen says :

        Dank voor deze verklaring, die aannemelijk lijkt. Intussen wil de heer Briët niet aannemen dat Betje Tulle niet de natuurlijke dochter van de min Geertruij is, en hij beschouwt het verhaal van de deftige moeder voorlopig als onbewezen. Onbewezen is het zeker, maar voor mij is de getuigenis van de nicht Zenobie geloofwaardig tot het tegendeel is bewezen. De patiëntenregisters lijken er wel op te wijzen dat de dames Tulle bepaalde bijverdiensten hadden die niet met ‘zogen’ te maken hadden.

  15. Kees Briët says :

    De – alles overheersende – vraag is hoe de brief van Zenobie uit 1889 (enkele jaren na de dood van Betje en geruime tijd na de dood van Van Lennep) geïnterpreteerd moet worden. Daarbij gaat het om een kritische beoordeling van de brief en de beweringen/mededelingen daarin (bronnenkritiek). Wat is de waarde van de brief en hoe betrouwbaar is de informatie daarin?
    We zullen op die vraag een antwoord moeten zien te vinden door ons een paar andere vragen te stellen, bij voorbeeld:
    – wie is de briefschrijfster / wanneer werd de brief geschreven / voor wie was de brief bestemd / met welke bedoeling schreef de briefschrijfster de brief / hoe verhouden de beweringen/mededelingen zich tot de andere informatie in de brief
    – was de briefschrijfster ooggetuige of verteller uit de tweede of latere hand / kan de werkelijkheid vertekend zijn
    – in welke context vond de correspondentie tussen briefschrijfster en geadresseerde plaats
    – kan de informatie, die de briefschrijfster geeft, door vooroordelen gekleurd zijn

    Pas aan de hand van de antwoorden op deze vragen zal een oordeel over de waarde van de bron en de daarin opgenomen informatie gegeven kunnen worden. Daaruit zal een beeld van de geloofwaardigheid/betrouwbaarheid van de informatie in de brief oprijzen, dat de informatie als onjuist/mogelijk juist/vermoedelijk juist/waarschijnlijk juist/zeer waarschijnlijk juist/bewezen laat beschouwen.

    De gevonden antwoorden op bovenstaande vragen moeten daarbij ook getoetst worden aan vaststaande informatie en feiten uit andere bronnen.

    Zolang die vragen niet beantwoord zijn, mogen we mijns inziens niet zeggen dat de moeder van Geertruida Elisabeth Tulle/Van Lennep een dame uit een hoger milieu was en ook niet dat de in de authentieke geboorteakte genoemde moeder niet de werkelijke moeder, maar een min was. Je kunt alleen maar zeggen dat Zenobie in de brief uit 1889 zonder bronnen te noemen suggereert dat de in de geboorteakte genoemde moeder niet werkelijk de moeder was, maar een aanzienlijke vrouw, enige jaren ouder dan Van Lennep. Waarop dan zou moeten volgen dat nader onderzoek zal moeten uitwijzen welke waarde aan die bewering moet worden gehecht.

    In dit verband is de informatie uit de patiëntenregisters van belang en het feit dat Geertruij Tulle, de moeder van Geertruida Elisabeth Tulle/Van Lennep, in elk geval nog een buitenechtelijk kind heeft gehad. Uit deze informatie is misschien op te maken dat Geertruij Tulle wel eens een vrouw van lichte zeden geweest kan zijn, met wie Van Lennep op 19-jarige leeftijd een avontuurtje gehad heeft…

    • ans meijlink says :

      er zijn so-wie-so 3 buitenechtelijke kinderen buiten Geertruida Elisabeth, n.l.”

      Carolina

      Catharina Jantje

      Jan Jodewijk

      • Kees Briët says :

        De op 4 maart 1817 in Amsterdam geboren Carolina Tulle was volgens haar geboorteakte niet de dochter van Geertruij Tulle, maar van Carel Hendrik Tulle, broodbakker, en Anna Fredrica Wilker.

        Catharina Jannetje Tulle was inderdaad een buitenechtelijke dochter van “onze” Geertruij Tulle.

        Jan Lodewijk had ik nog niet gevonden. Wanneer werd hij geboren?

      • Bram Rietveld says :

        In Wiewaswie is te vinden dat Jan Lodewijk Tulle op 22 september 1855 in het huwelijk treedt. Hij is dan 27 jaar, natuurlijke zoon van Geertrui Tulle.

  16. Bram Rietveld says :

    Oops…22 augustus

  17. Sjoukje Atema says :

    In de protocollen van de Haagse notaris Johannes Willem van den Bergh bevindt zich in ieder geval nog een akte inzake Geertruida Elisabeth Tulle. Mogelijk zijn er meer; er is niet intensief naar gezocht.

    Op 15 februari 1855 liet ‘Geertruida Elisabeth Tulle, meerderjarige ongehuwde particuliere, wonende Wijk W nummer 324’, haar testament opmaken door notaris Johannes Willem van den Bergh.

    Zij legateert:
    ‘aan mijne nicht Elisabeth Geertruida Prinsen, dochter van den Heer Johannes Theodorus Prinsen en Vrouwe Catharina Tulle, wonende te Amsterdam, eene somme van Vier honderd gulden in het jaar, in contanten, vrij van de regten van Successie en alle andere kosten hoe ook genaamd, ingaande met den dag van mijn overlijden, en uittekeeren telken drie maanden met de somma van Een honderd gulden, en voortdurende tot dat zij den ouderdom van achttien jaren zal hebben bereikt’.

    Om deze jaarlijkse uitkering te kunnen bewerkstelligen, wenst zij dat ten koste van haar nalatenschap ‘zal werden aangekocht, eene Inschrijving in eene der Grootboeken van Nationale Werkelijke Schuld, tot een bedrag, genoegzaam om uit de renten derzelve, de voorschreven jaarlijksche uitkeering te voldoen’.

    Daarnaast benoemt zij Jacob van Lennep, Rijks Advocaat, wonende te Amsterdam, tot enige en algemene erfgenaam. Hij wordt ook benoemd tot executeur van haar testament. Indien Jacob eerder komt te overlijden dan Geertruida Elisabeth Tulle, benoemt zij zijn zoon David Jacob Cornelis van Lennep, advocaat, wonende te Amsterdam, tot executeur.

    Bron: Haags Gemeentearchief, Notarieel Archief Den Haag II, toegang 0373-01, inventarisnummer 428 (minuut-akten van notaris J.W. van den Bergh, 1855 jan-jun), repertoriumnummer 6913.

    Dit inventarisnummer, en dus ook de betreffende akte, is inmiddels gedigitaliseerd en online in te zien, via http://www.archieven.nl
    Directe link:
    http://www.archieven.nl/nl/zoeken?miadt=59&mizig=210&miview=inv2&milang=nl&micols=1&mires=0&micode=0373-01&mip2=428
    Klik op het inventarisnummer, en vervolgens op het tweede ‘digitale mapje’. Het testament staat op de scans nr. 63 t/m 66.

    • maritamathijsen says :

      hartelijk dank voor dit naspeurwerk. De akte was me al bekend, maar ik wist niet dat die ook digitaal na te zien was. 1855 was een belangrijk jaar voor Betje Tulle. Op 3 maart sterft haar moeder-op-papier Geertruij Tulle, en ze wordt op 21 mei erkend door Jacob van Lennep. Hoe zij aan het geld komt om de kleindochter van Geertruij te legateren, is niet bekend.

      • Sjoukje Atema says :

        Het blijkt dat Geertruida Elisabeth van Lennep en Francois Charles Fievez op 22 april 1856 voor dezelfde notaris huwelijkse voorwaarden hebben laten opstellen. Is deze akte u ook al bekend?

  18. maritamathijsen says :

    Nee, deze akte ken ik niet en daar ben ik wel benieuwd naar. Geertruida Elisabeth van Lennep (de voormalige Betje Tulle) trouwt 23.4.1856 François Charles Fiévez 1832[?]-1868, dus een dag eerder zijn voorwaarden opgesteld. Hoe vermogend is Betje als ze trouwt?

    • Sjoukje Atema says :

      In het kort: Aanstaande bruid en bruidegom verklaren dat er ‘geene andere gemeenschap van goederen bestaan, dan alléén eene gemeenschap van vruchten en inkomsten’.
      Alle goederen, zowel roerende als onroerende, blijven in eigendom van degene die ze voor het huwelijk in eigendom heeft. Onroerende goederen lijken er niet te zijn.

      ‘Op dat ten allen tijde zoude kunnen blijken welke roerende goederen aan ieder der comparanten vóór het aangaan van hun tegenwoordig huwelijk in eigendom toebehooren’ volgt een opsomming.
      Wat de bruidegom betreft zijn dat voornamelijk kledingstukken, linnengoed en boeken.
      Wat de bruid betreft, wordt als eerste genoemd: ‘eene inschrijving in het Grootboek der Nationale Werkelijke twee en een half percents rentegevende Schuld, groot in kapitaal TWINTIG DUIZEND GULDEN, ten name van Tulle, Geertruida Elisabeth, te Apeldoorn.’ En daarnaast ook kleding, linnengoed, sieraden enz. (niet gespecificeerd).

      Bron: Haags Gemeentearchief, Notarieel Archief Den Haag II, toegang 0373-01, inventarisnummer 430, repertoriumnummer 7421.

      Dit inventarisnummer is nog niet online beschikbaar. U kunt de akte inzien op de studiezaal van het Haags Gemeentearchief. U kunt echter ook het (gehele) inventarisnummer laten digitaliseren, waar geen kosten aan verbonden zijn.
      Hoe u een verzoek tot digitalisering kunt indienen, vindt u hier: http://www.denhaag.nl/home/bewoners/kunst-en-cultuur/haags-gemeentearchief/to/Digitaliseren-op-verzoek.htm

      Mogelijk is er meer informatie te vinden in het archief ‘Ministerie van Financiën: Directie van de Grootboeken der Nationale Schuld’ bij het Nationaal Archief te Den Haag.

      • maritamathijsen says :

        Hartelijk dank! En nu vraag ik me natuurlijk af hoe ze aan 20.000 gulden is gekomen. Ik zal er de kasboeken van Jacob van Lennep eens goed op nakijken.

  19. Sjoukje Atema says :

    Vermoedelijk vond de inschrijving in het Grootboek plaats in juni/juli 1853, aangezien Geertruida Elisabeth Tulle in die maanden stond ingeschreven (met een onjuist geboortejaar) in de gemeente Apeldoorn (Het Loo, Noord Apeldoorn). Op hetzelfde adres woonde ook de eerdergenoemde Elisabeth Geertruida Prinsen.
    Zie http://archieven.coda-apeldoorn.nl/detail.php?nav_id=0-2&id=5172035

    • maritamathijsen says :

      Opnieuw dank, dit stuk had ik weer wel gezien, en ook de verkeerde geboortedatum en de aanwezigheid van het kindje Prinsen. Ik hou me aanbevolen voor verder onderzoek!

      • Sjoukje Atema says :

        Oh, ik zie nu pas de opmerking staan die in het bevolkingsregister van Apeldoorn geplaatst is achter de naam van Elisabeth Geertruida Prinsen, namelijk: ‘abusivelijk ingeschreven’. Als deze opmerking correct is, dan woonde zij dus niet tegelijkertijd met Betje in Apeldoorn.

  20. Kees Briët says :

    Graag meld ik mijn mede-bloggers even dat ik in een artikel met de titel “Geertruijda Elisabeth Tulle (1822-1882). De erkende dochter van mr. Jacob van Lennep (1802-1868)” mijn visie op de vraag van Marita Mathijsen over de moeder van Van Lenneps erkende dochter heb neergelegd. Het bevat ook een fragmentgenealogie van de familie Tulle, vanaf Betje’s grootouders en een foto van haar geboorteakte. Dit artikel is onlangs verschenen in nummer 2 (juni) van de jaargang 2016 van De Nederlandsche Leeuw, het tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde. Losse nummers van de aflevering kunnen worden aangevraagd bij Uitgeverij Verloren in Hilversum (www.verloren.nl). Ik heb een exemplaar aan Marita toegezonden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: