Een hork van een advocaat

aartveder    foetus

Jacob van Lennep was erg close met een Rotterdamse advocaat, Aart Veder. Veder was een gevierde advocaat, die lang vrijgezel bleef, terwijl hij aasde op rijke meisjes. Uiteindelijk vond hij een toegewijde echtgenote in de provincie. Aart Veder en Jacob van Lennep hebben samen dat wat Trump ‘locker room talk’ noemde. In hun doorgaans geestige en vaardige correspondentie is het een en ander doorgestreept dat voor het nageslacht verborgen moest blijven. Maar er zijn vreselijke dingen blijven staan die misschien wel erger zijn dat de onleesbaar gemaakte passages. Lees maar eens mee met een brief die hij in 1837 schreef aan Jacob. Die gaat over een echtpaar dat voor hem de huishouding deed.

Voorleden maandag word ik te ½ 9 door den man geroepen “Mijnheer het is reeds ½ 9, zoudt ge niet opstaan?” – “Waaröm roept uwe vrouw mij niet vroeger: ik had order gegeven tegen 8 ure?” – “Och Mijnheer, mijne vrouw heeft eene verzakking.” – Nu wist ik wel niet precies, wat dat was, maar ik begreep toch wel, dat het de eene of andere smerige boêl wezen moest en zweeg dus, aan de spontaneïteit van mijnen hospes de nadere ontknooping toevertrouwende. – Te twaalf uren kwam hij wêer van zijn werk te huis en verzocht mij te spreken. “Het is regt jammer, mijnheer, het was een zoontje.” – Ik proeste het uit van ’t lagchen en dat moet ik tot zijn eer bekennen, hij deed cordialiter mede; ik geloof dat hij het zelf gek vindt. Een oogenblik later – ik had mij gerecomposeerd [hersteld]; hij bleef altijd voor mij staan – vertoonde zich weder die verlegene trek, waarmede hij de kamer ingetreden was en welke zo veel beteekende als “Wij begrijpen wel, dat Mijnheer ons gehuurd heeft in de verwachting dat zoo iets niet gebeuren zoude en dat hem zulks uiterst lastig is”. Ik bleef hem zonder medelijden aanzien. – “Nog gisteren avond,” stamelde hij eindelijk, “had de meester [geneesheer] er geen idee op en dacht dat mijne vrouw het water had: wij hielden het allen voor onmogelijk; maar heden is het voor den dag gekomen, een zoontje van vijf maanden.” Ik antwoordde niet. – “Maar mijnheer kan er op aan,” zuchtte hij eindelijk in verlegenheid “dat wij zullen zorgen, dat het niet weder gebeurt!” Toen kreeg ik mijne goede luim weder of liever kon ze niet langer verbergen en zond hem getroost henen. – Ik moest dien avond de Whistpartij [kaartavond] bij mij hebben, hetgeen nu natuurlijk niet gebeuren kon. Toen ik uitging en het kleine kamertje voorbij liep, waar zoo veel meer gebeurd was, dan ik aan den moed van mijn hospes had toegeschreven, hoorde ik eene kermende stem “Zijt gij het Mijnheer?”- “Ja Antje, houd uw rust maar!”- “Och God, mijnheer, het is onze schuld niet…. Het past wel niet, mijnheer, maar wilt ge niet eens even zien?” – “Neen, Antje, ik ben zelf zenuwachtig (eene toespeling op mijne lachspieren) wees maar bedaard en veröntrust u nergens over.” Wat zij mij nu wilde laten zien, begrijp ik niet regt, waarschijnlijk het onschuldige foetusje. – Een malle bôel, niet waar? Nu gaat het nog beroerder bij mij toe, als anders.

Wat een hork van een man. Wat een afwezigheid van empathie, van teerhartigheid, van respect. Hij lacht zijn knecht uit, hij betreurt dat zijn kaartavondje niet kan doorgaan, hij accepteert dat het echtpaar belooft geen vrijages meer te hebben, hij gunt de vrouw niet eens een blik op het dode kind.

De brief is nog niet afgelopen. Aart dist Van Lennep vervolgens een ander miskraamverhaal op:

Dit geval herinnert mij aan het gedrag van eenen mij zeer wel bekenden, hier woonächtige doctor, die bij de eerste kraam zijner vrouw (ook eene miskraam) het foetusje op sterk water zettede en er aanvankelijk zoo sentimenteel naar kijken kon als een gans. Later heeft hij jaarlijks een kindje gekregen en bezit er thans vier. Dit heeft zijn gevoel voor den stamhouder op brandewijn zoo zeer verminderd, dat hij reeds lang er op bedacht was denzelven te removeren, totdat hij nu eindelijk besloten is hem onder de liefhebberijen op eene boekverkooping te werpen. Kent gij een meer fantastisch denkbeeld, dan dat van eenen vader, die zijnen zoon onder de rariteiten achter een boekverkooping laat uitventen? Ik betuigde hem mijne veröntwaardiging. – “Dat zijn kinderen, die nog wat opbrengen,” antwoordde hij koeltjes en met een schuinschen blik op zijne oudste zoon (in leven), dien hij in ’t vervolg wil laten studeren.

Het pleit een klein beetje voor Aart Veder dat hij het ongepast vindt een eigen dood kind als rariteit te verkopen, maar krediet heeft deze arrogante man bij mij niet, ook al is hij de beste vriend van Van Lennep. Les amis de mes amis sont pas toujours mes amis.

 

Advertisements

About maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. In 2016 hoop ik de biografie van Jacob van Lennep te voltooien, zodat hij het jaar daarna kan verschijnen.

6 responses to “Een hork van een advocaat”

  1. Pieter Simons says :

    Beste Marita. Sinds een aantal maanden volg ik je blog en heb ook een aantal lezingen (de hang naar historie) gedownload en voor de helft inmiddels beluisterd. Dit soort stukjes zoals dat van vandaag over die vriend van van Lennep zijn het die geschiedenis echt dichtbij brengen en belangrijke aspecten van die tijd illustreren. Heerlijk om te lezen!

  2. Jan Postma says :

    Dan waren de ook wel realistische beschrijvingen van miskramen en bevallingen in de brieven van Elias Canneman en Alexander Gogel in de jaren 1802 e.v. heel wat respectvoller, maar daarbij ging het dan ook om de ervaringen van hun eigen vrouwen.

  3. Dick Welsink says :

    De tweelingbroers Aart en Willem Veder verschilden qua karakter hemelsbreed! Is er overigens correspondentie tussen de broers bewaard gebleven?

    • maritamathijsen says :

      Ja, de dominee was sympathieker en de advocaat was een ironicus. Ik heb tot heden geen correspondentie tussen die twee kunnen vinden. Ook weet ik niet waar de twee portretjes gebleven zijn van de tweeling als Leidse jager. In de jaren zeventig waren die in het bezit van Helene Veder. Ik weet niet waar ze heen gegaan zijn na haar overlijden.

  4. Rob Delvigne says :

    In diezelfde tijd maakte een Leidse student de vrouw van een professor zwanger en schreef daarover aan Van Lennep: ‘wellicht zijn de bloedige vruchten van mijn welgemeenden arbeid reeds vereenigd met de golven van den Rhijn’. Ook een hork van een man!

  5. Laura van Hasselt says :

    Wat een schoft, die Veder! Leuke vrienden had die Van Lennep.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: