Meer, groter, megalomaan

pepenrcjacob

‘Ik heb geen regt begrip van Uwe verbazende werkzaamheid’, schreef de neerlandicus Matthias de Vries, zelf ook bepaald geen stoelklever, aan Jacob van Lennep in 1853. Zo vanaf 1848 worden de projecten waarop Van Lennep zich stort steeds spectaculairder. Poëzie en vertellend proza schrijft hij dan minder dan in voorgaande jaren, hoewel altijd nog meer dan bijvoorbeeld Nicolaas Beets. Hij is dan vooral historicus, editeur, woordenboeksamensteller, en geobsedeerd door de mogelijkheid maatschappelijke moderniseringen voor elkaar te krijgen, waarbij hij gebruik maakt van zijn netwerken en zijn naam.

Het is onvoorstelbaar wat hij allemaal aangaat in deze tijd. Zijn eerste megalomane project was het schrijven van een deels historische, deels fictionele reeks over de wording van het vaderland, Onze voorouders in verschillende tafereelen geschetst, die hij begon hij in 1838. Het is een van de omvangrijkste projecten uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis, van een A.F.Th. van der Heijdense megalomanie. Hij ambieerde meer dan alleen een schrijver van losse historische romans te zijn, maar wilde de hele geschiedenis van Nederland, vanaf de vroegste tijden, omzetten in verhalen die historisch gegrond waren. Hij wilde doorgaan met Onze voorouders ‘zoolang mij het schrijven en het publiek het lezen daarvan niet verveelt’. Verveelde het project hem of het publiek? In elk geval vorderde hij slechts tot in de late dertiende eeuw, maar toen had hij wel al bijna 2000 pagina’s geschreven. Na 1844 kwamen daar geen delen meer van uit.

In 1849 kwam hij met een veel omvangrijker project naar buiten: de uitgave van de verzamelde werken van Joost van den Vondel. Dat was nog door niemand aangepakt, niemand had enig idee van wat de langlevende dichter allemaal uitgegeven had en wat de status van verschillende drukken was. Uiteindelijk zou de uitgave daarvan in twaalf gigantische delen in 1869 klaar zijn, een jaar na zijn dood, maar hij had wel zelf nog de laatste drukproeven gecorrigeerd. Daarnaast werkte hij aan de uitgave van een uitvoerig Zeemanswoordenboek, om de zeevaarttermen die ras aan het veranderen waren door de stoomvaart, vast te leggen. Hij hielp de redactie van het grote Woordenboek der Nederlandsche taal geregeld aan nieuwe woorden die hij bij zijn onderzoek tegenkwam. Hij ging in een commissie zitten die plannen moest beramen om het nationaal toneel te verbeteren. De almanak Holland verscheen vanaf 1849, en ook dat was een groot project dat elk jaar een uitvoerige correspondentie eiste met potentiële medewerkers. Hij begon ook zijn eigen verzameld werk uit te geven. Zijn Dramatische werken voorzag hij van kritisch, enigszins badinerend commentaar, de Romantische werken kwamen tussen 1856 en 1859 in veertien delen uit bij een Rotterdamse uitgever, en zoals altijd herzag Van Lennep de drukproeven nauwkeurig. Vanaf 1853 nam hij zitting in de Tweede Kamer en bemoeide zich publiekelijk met de politiek. Zijn troetelobject bleef de historie en zijn spiedend oog hield in de gaten wanneer er belangrijke historische gebouwen dreigden afgebroken te worden of wanneer er iets herdacht kon worden met een monument. Natuurlijk stond hij in de kraamkamer van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Ook ijverde hij in deze jaren voor het Noordzeekanaal, dat uiteindelijk pas na zijn dood geopend zou worden. Zijn gewaagdste project is wel de aanleg van de Duinwaterleiding tussen Heemstede en Amsterdam geweest. Maar daarover heeft u al genoeg gelezen.

Daarnaast had hij gewoon zijn baan: rijksadvocaat. Hij schreef elke dag tientallen brieven, aan familie, vrienden, zakenbrieven, brieven aan literatoren. ’s Ochtends ging hij naar de Leessociëteit op het Rokin, waar hij onder andere buitenlandse kranten las. In de middag ging hij gewoonlijk schaken of biljarten in de sociëteit, eerst in de deftige Munt maar na enige jaren verwisselde hij de Munt voor Concordia, waar de leden uit diversere hoeken van de samenleving kwamen. Hij wandelde graag door de stad, ook in de arme buurten, niet alleen omdat de stad hem in de historie verplaatste, ook omdat hij er de levende taal kon opvangen die hij verwerkte in zijn romans. ’s Avonds ging hij naar de schouwburg of naar vergaderingen van de vrijmetselaars en van talloze andere verenigingen waar hij lid van was. Of hij gaf voorlezingen. Hoe hij dit allemaal binnen de 24 uren van een dag voor elkaar kreeg? Het enige wat ik zeker weet is dat hij nooit hoefde af te wassen,  bedden verschonen of boodschappen doen.

Advertisements

About maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. In 2016 hoop ik de biografie van Jacob van Lennep te voltooien, zodat hij het jaar daarna kan verschijnen.

3 responses to “Meer, groter, megalomaan”

  1. Marian Roos says :

    Volgens het dagboek van zoon Maurits smeerde Jacob van Lennep zelfs niet eens zijn boterhammen. Zelf was Maurits heel wat huishoudelijker:

    Ik [Maurits] mag hier wel als herinnering tussenvoegen dat Papa altijd knapkoek op zijn boteram kreeg. Hij wist zijn eigen boteram niet te smeren en dit werd door Mama of door een van ons voor hem gedaan. Van zijn kindsheid af had hij knapkoek op zijn boteram gehad precies als Lores moeder. Eindelijk toen hij al 30 jaar gehuwd was barstte hij opeens aan *t ontbijt uit en zeide aan Mama:”Henriette! waarom geef je mij toch altijd knapkoek,terwijl je weet dat ik die niet meer kan zien?” Jaren lang heb ik als Mama ziek of afwezig en Saar uit logeren was, het huishouden gedaan en dus ook aan *t ontbijt voor David koffy gezet, voor Papa, Christiaan en mij thee. Ik had deze voorwaarde gesteld dat David en Chr. te 8 uur precies present zouden zijn. Papa was dit steeds omdat hij vroeg opstond en al te 7 ure zat te schrijven. Na ’t ontbijt ging ik naar de kelder en de provisiekamer om uit te geven. Het onaangenaamste ogenblik was als de keukenmeid aardappelen uit de kist nam of de vaten met ingelegde groenten boven het ronde plankje, waar op de steen lag, met water schoon wies, terwijl ik de steen vasthield, want de lucht die een en ander verspreidde, was afschuwelijk.

  2. Stijn Vanclooster says :

    Geachte professor Mathijsen,
    Voor een brievenuitgave ben ik op zoek naar een gegeven over Jacob van Lennep. Mag ik u even e-mailen, en naar welk adres?
    Dank en groet,
    Stijn Vanclooster

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: