Archive | februari 2017

Erotica. Offeranden op het altaar van Amor en Venus

erotica

Schreef Jacob van Lennep porno? Jaren geleden sprak een bejaarde hoofdbibliothecaris van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek me aan. Hij vertrouwde me toe dat Jacob van Lennep een bundeltje erotische gedichten had geschreven, waarvan slechts één exemplaar bewaard was, in de British Library. Van Lennep zou het pseudoniem Ko Cassandra daarvoor gebruikt hebben. De bibliothecaris wist dit van zijn voorganger, en wellicht had die het ook weer van een voorganger. De eerstvolgende keer dat ik in Londen moest zijn, vroeg ik het boekje op, dat in een verzamelband met andere Hollandse erotica zat. Het bleek 64 pagina’s ondeugende versjes te bevatten en uitgegeven te zijn in 1859 door de Amsterdamse uitgever Mulder II, specialist in pornografie en schendblaadjes. Ko Cassandra, dat was de naam waaronder het schandaalblad Asmodee altijd Van Lennep zwart maakte. Het blad noemde hem Cassandra omdat Van Lennep zichzelf in de Tweede Kamer in Den Haag met de voorspellende tovenares Cassandra had vergeleken, die door niemand geloofd werd maar toch gelijk kreeg. De lezers van dit bundeltje kregen versjes van dit soort toebedeeld:

Raadsel. Vraag:

Waarmede staat de flinkste en dapperste officier,

Gelijk aan eene maagd, teêr als een anjelier?…

Antwoord:

Dat beiden heet zijn van gedachten,

En er met grooten lust naar smachten,

Wanneer zij ’t maandlijksche verwachten.

Niet onaardig is een vers over de naaikunst:

Het naaijen is een wetenschap,

Waarin alleen de hoogste trap,

Behaald wordt door de vrouwen;

Hoezeer de man ’t te leeren poog’

En ’t werk heel ferm beginnen moog’

Hij eindigt met zijn’ kop te krouwen.

En zo gaat het nog een tijdje door: vooral in het ‘overnaaijen’ zijn vrouwen veel beter, terwijl mannen na het eerste werk verder ‘tot steken ongenegen’ zijn.

Hoe groot is nu de kans dat dit bundeltje inderdaad aan Van Lennep moet worden toegeschreven? Zou het denkbaar zijn dat Van Lennep naar een uitgever met zo’n slechte naam zou zijn gestapt en onder een herkenbaar pseudoniem zijn vrolijke versjes uitgegeven zou hebben? Dat Van Lennep erotische verzen schreef, is zeker. Maar als Van Lennep voor mannenvrienden werkelijk zoiets had willen laten drukken, is het ondenkbaar dat hij naar de uitgever zou zijn gegaan die ook Asmodee uitgaf. Daarin werd hij zo vaak gevild dat hij nooit met de uitgever daarvan een overeenkomst gesloten zou hebben. Wat het niet onmogelijk maakt dat er wel gedichten van Van Lennep in de Offeranden op het altaar van Amor en Venus staan. Hij schreef nog wel eens voor zijn vrienden snel een versje, en natuurlijk waren er daar erotische bij. Een afschrift daarvan kan in handen van Mulder II gekomen zijn. Het kwam geregeld voor dat uitgevers zoals deze een bundeling maakten van erotische gedichten uit diverse bronnen, en die dan aan één auteur toeschreven. Pieter Boddaert, die in het begin van de eeuw erotiek schreef, werd daar vaak voor gebruikt.

Wat dachten de lezers indertijd hiervan? De lezers van het Algemeen Handelsblad en het Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad zagen opvallende advertenties over dit ‘allerjoligst boekje tot verkoeling in de hitte’. In een schendblaadje, De opmerker, werd het direct aan Jacob van Lennep toegeschreven. Maar daarop plaatste Mulder II een advertentie in het Algemeen Handelsblad, waarin hij aangaf het tot zijn plicht te rekenen dit tegen te spreken. In het andere blad zette hij echter een paar dagen later een advertentie waarin hij anders suggereerde: maar weinig dichters is het gegeven een echt galante toon aan te slaan in erotiek zonder plat, gemeen of liederlijk te worden. ‘Onze Ko Cassandra echter heeft met de hem eigene tact en talent deze klippen weten te vermijden’. Het staat er niet, maar iedereen zal daarbij toch aan ‘onze Ko van Lennep’ gedacht hebben. Bovendien stond er boven deze advertentie eentje voor de Galante dichtluimen van Willem Bilderdijk, ook een erotische dichtbundel van een bekende dichter bij Mulder II.

Reacties van Van Lennep zelf op deze streek zijn niet overgeleverd. Maar ik kan me voorstellen hoe hij gereageerd zou hebben. Zo reageerde hij eerder op een pamflet tegen hem: “had de schrijver de bundel maar naar me toegestuurd, dan had ik hem nog een paar suggesties voor verbetering aan de hand kunnen doen”.

erotica3

De Schoolmeester postuum boos

schoolmeester1edr
Gerrit van de Linde schreef onder het pseudoniem ‘De Schoolmeester’ verzen voor Jacob van Lenneps almanak Holland. Gerrit stuurde die verzen naar Van Lennep vergezeld van razend knap gestileerde brieven. Na Gerrits vroege dood stelde Jacob in 1859 de bundel De gedichten van de Schoolmeester samen, met een prachtige voorrede. De eerste die De Schoolmeester vermeldde in een literatuurgeschiedenis was Jan ten Brink (1882). Hij noemde Gerrits gedichten ‘koddig’, ‘echt nationaal’ en ‘voortzettingen van de zeventiende-eeuwse kluchtentraditie’. Ook vond hij dat ze zo inpalmden dat Van Lennep ze wel zelf geschreven zou kunnen hebben. Van de Linde zou daar razend om geworden zijn. Ik stel me voor dat hij daarover een brief aan Jacob van Lennep had geschreven die er dan als volgt zou hebben uitgezien (ik gebruik hiervoor zinnen die rechtstreeks uit Gerrits brieven aan Jacob komen):
Waarde Vriend, Wat nu de Hollandsche letterkunde betreft en mijn schamel aandeel daarin, zoo moet ik u rondweg bekennen dat niets mij ooit meer verdroten of berouwd heeft dan door Jan ten Brink in het veld der letterkunde ingelijfd te zijn. Hoe komt het op in het hoofd van deze vraatzuchtige ekster, die in drie goudgerande folianten uitlegt wat er blinkt en schittert in de hedendaagse letterkunde zonder het verschil tussen goud en koper te kennen, om mij, onschuldige verzenmaker, op het pronkaltaar van de Hollandse letterkunde uit te stallen! Ik hoef geen inlijving in een goud-op-snee foliant waar geen ontsnappen uit mogelijk is. Geen aasgier heeft het recht mij als een lijk te beschouwen en in mij te pikken als ware ik een kreng dat opgeruimd moet worden voordat de verrotting toeslaat! Waar haalt de man het vandaan als hij schrijft dat ik hem wil inpalmen? Hij laat me zo koud als een maagd van tachtig jaar en ik zou nog liever koningin Victoria willen veroveren of inpalmen dan deze opgeblazen pad. Ten Brink moet vast een heel hoog geleerde in Holland zijn, maar in Engeland zou hij nagewezen zou worden door de straatjeugd, omdat hij zo pedant als een dominee en zo smakeloos als een Hollandse hutspot over mijn gedichten oordeelt, die, ik geef het toe, wellicht niet een plaats verdienen naast die van Bilderdijk, maar die ik me schamen zou ter neder geschreven te hebben als ze navolgingen zouden zijn van de kluchtige trant van het oude blijspel der zeventiende eeuw. Geen leuterkundige heeft ooit een groter belediging gedaan dan deze Ten Brink aan mijn verzen over Leeuw, Olifant en Kalf, die hij zo ‘koddig’ noemt dat ze wel door U, lieve vriend, zouden geschreven moeten zijn. Waarde Van Lennep, ik waardeer uw schrijfkunst ten volle, maar hoe zou u het vinden om koddig genoemd te worden? Het is alsof men de koning der dieren eens kietelt onder zijn muil en de slagtanden der olifant melkkiesjes noemt. En zo iemand wordt in Nederland een letterkundige genoemd? Ik hoor dat hij tegenwoordig hoogleraar is in Leiden. Wel dat doet me plezier, dat de traditie van brekebenen, holle vaten en stofdoeken onder de hoogleraren daar tenminste voortgezet wordt. Vindt hij mijn verzen zouteloos, dan kan ik hem een keulse pot vol pekel toesturen, die hij naar believen over mijne verzen kan uitstrooien. Maar wellicht kan hij beter zichzelf in die pot stoppen om, nadat hij zo in het zout gezet is, althans nog enige jaren zijn opgeblazen waanwijsheid te kunnen conserveren, die daarzonder zeker morgen al bedorven zou zijn. Ik heb volstrekt geen ambitie of lust om tot de Hollandsche letterkunde te behoren, maar als ik daar dan, tegen mijn wil en tegen mijn wens ingetrokken wordt, dan is toch het minste dat ik verlangen mag dat er mij geen bastaardonzin toegeschreven wordt die ik nooit en te nimmer neergeschreven zou hebben. Doch wat beduidt het als ik den echt nationalen toon zou weten te treffen? De heer Ten Brink zou er goed aan doen om, in plaats van een nationaal pijpje te roken en een nationaal kopje thee te drinken, zich eens goed nationaal te bezinnen op een werkelijk nationale literatuurgeschiedenis en zich intussen in een nationaal boetekleed te kleden en zijn hoofd door een nationale schandpaal te steken zodat de Leidse studenten hem eens waarlijk buitengewoon talentvol kunnen bekogelen met nationale eieren. Lieve vriend, ik omhels u en hoop binnenkort te vernemen dat gij de nationale literatuurgeschiedenis van den heer Ten Brink opgekocht heb om die eens flink te kuisen, zoals gij met den Havelaar ook zo succesvol gedaan hebt.
uw Gerrit van de Linde

Een beestachtig ding: spotschrift over de affaire Ko en Doortje III

[Lees eerst de twee voorgaande afleveringen]

Na de mislukte ontsnapping uit het burgermansbestaan verspreidde het verhaal zich als een olievlek. In de Amsterdamse Kalverstraat werden karikaturen opgehangen in de etalages van prentenwinkels. Bekende Nederlanders schreven elkaar erover: ‘Gij weet toch dat de dichter der Genade door zijn vader achterhaald is op zijne reis naar Engeland waar hij zich met zijn buurmeisje heen wilde begeven?’, klikte de Leidse hoogleraar Van Assen aan de politicus Groen van Prinsterer. In Rotterdam was men ook op de hoogte. ‘Na de zondvloed geloof ik dat er niets gebeurd is, dat zooveel geruchts heeft gemaakt, dan uwe beroerde historie,’ schreef vriend Aart Veder aan Van Lennep. Zelfs in Londen kreeg Gerrit van de Linde het verhaal te horen van een reiziger. De karikaturen heb ik nooit ontdekt. Maar geheel toevallig kwam ik een drukwerkje tegen met de titel:

 Saffo en Freule Rinkkink, op hare Eds. terugreize van Rotterdam

De link was meteen duidelijk: Saffo was een opera die Jacob van Lennep in 1834 schreef, Rinkkink leek wel erg op Ringeling en Rotterdam, dat was de plek waar Ko en Doortje door papa Van Lennep betrapt werden.

Het pamflet geeft een gesprek tussen Saffo en Freule Rinkkink weer. Saffo en Rinkkink zitten innig bij elkaar, en heffen een glas Maaswater. ‘’k Zou denken aan uw’ taal dat gij reeds waart beschonken,’ zegt de freule. Ze is bang dat ze betrapt worden. Saffo meent dat professor N. inderdaad al in de buurt is. Dan wordt Rinkkink boos: Saffo heeft haar met zijn vleitaal bedrogen. Had ze maar een zoon, dan was ze niet langer alleen in de wereld. Dat laat Saffo zich niet tweemaal zeggen:

Saffo: Droog uwe tranen af; ik wil hem u bezorgen.
Rinkkink: Ja, maar wat schielijk dan; want ik wacht niet tot morgen.

Dan rollen ze in elkaars armen, terwijl ze toespelingen maken op Pleegzonen, Idyllen en Legenden, op werk van Van Lennep dus. Maar ‘praten vult geen gaten’ verzucht Rinkkink als het te lang duurt. Ze heeft van hem nog ‘geen vreugd’ gekregen en vraagt hem voort te maken: ‘Ach, dierbare! rijm nog eens…, en dan vooral… vatje ’t niet?’ Op dat moment komt professor N. binnen, en onderbreekt het liefdesspel. Saffo belooft: ‘Ik zal het nooit weer doen, Pa!’ en deze wrijft zich in de handen: ‘Wij zullen die zaak wel dempen’.

Voor dempen was het echter te laat. De kwestie Ringeling zou Van Lennep nog geregeld aangewreven worden. Hij miste er in 1839 een hoogleraarsbenoeming door en toen hij in de Tweede Kamer zat werd de affaire ook weer opgerakeld.

Schrijver van het spotschrift was de beruchte pamflettist Jean Baptiste Didier Wibmer. Van Lennep heeft het zelf ook in handen gekregen en noemde het ‘een beestachtig ding’. Hijzelf trok er zich niet veel van aan, zijn vrouw leed er wel onder.

Het arme Doortje zal er echter het meest onder geleden hebben. Doortje bleef ongehuwd, misschien omdat ze haar hele leven nog aan Van Lennep verknocht bleef. Maar waarschijnlijk vooral omdat geen man zich aan de minnares van de schrijver wilde binden. Ze overleed in 1856. Haar graf valt nu nog te bezoeken op de Lage Vuursche. Maar wie zal er op haar graf nog een traan storten of een bloem neerleggen?

grafdoortje

ringelingwibmer1
*Sinds kort is het pamflet, waarvan maar één exemplaar bestaat, ook via Google Books te lezen: https://books.google.nl/books?id=yRlpAAAAcAAJ&printsec=frontcover&dq=saffo+en+freule&hl=nl&sa=X&redir_esc=y#v=onepage&q&f=false