Archive | november 2017

Een onechte zoon wordt een heer

Terwijl ik bezig ben de proeven van Een bezielde schavuit te corrigeren, krijg ik uit het niets een mail van een Weense mevrouw. Ze is een afstammeling van een buitenechtelijke zoon van Jacob van Lennep, en zij heeft een foto van haar voorvader. Daar was ik al jaren naar op zoek en nu kan ik hem op het nippertje nog toevoegen aan de biografie.

Ockenburggeknipt

Jacobus van Ockenburg 1857-1906

Dat Van Lenneps libido niet beperkt was weten we inmiddels wel. Maar dat maakt hem nog niet tot een #I have-pleger. Voor zover ik het achteraf kan beoordelen, vielen de meisjes vrijwillig voor zijn charmes. Toen Van Lennep lid van de Tweede Kamer was, van 1853 tot 1856, verbleef hij daar vaak enige weken achter elkaar. Sommige politici namen dan een maitresse, of gingen naar de hoeren, want de medische opvatting was dat het ongezond was zaad op te potten. Van Lennep huurde kamers bij een bakker. Die had een vrouw van begin twintig, Zwaantje van Ockenburg. Zij had twee kinderen bij de bakker. Maar de bakker kwam er niet meer aan te pas toen volgende kinderen geboren werden. In 1856 kwam er een jongetje ter wereld dat onder haar eigen naam aangegeven werd, Jacobus van Ockenburg. Het ventje haalde maar drie maanden. Daarna volgden nog drie kinderen die niet van de bakker waren, want Jacob van Lennep bleef Zwaantje bezoeken toen hij niet meer in de Tweede Kamer zat. Er kwam weer een Jacobus in 1857, dan in 1861 Cornelis, die net één was toen hij overleed, en in 1865 nog Louisa. En allemaal kinderen van Jacob van Lennep. Met de bakker woonde Zwaantje niet meer samen. Zes weken na de geboorte van Louisa overleed ze.

De twee nog levende kinderen kregen toen onderdak bij een broer van haar. De brief waarin de broer de verzorging toezegde aan Van Lennep is bewaard gebleven bij nazaten van Jacobus van Ockenburg:

Op het verzoek van Wijlen mijne overledene zuster Zwaantje zijn wij bijde mijne echtgenote en ik bereid de zorg voor de kinderen op ons te nemen met tusschen komst van UEd anders kunnen wij het volstrekt niet doen en zoo als wij J.l. zondag hebben afgesproken de twee kinderen voor ƒ 10 gulden per week of ƒ 520 gulden per jaar. Wij zijn bereid om daar voor te tekenen.

Van Van Lennep zelf zijn ook een paar brieven overgeleverd, waarin hij verzekert de belangen van de kinderen beter dan wie dan ook te zullen behartigen. Hij belooft hen ook een uitzet bij meerderjarigheid, als zij zich goed gedragen hebben tot die tijd. Na Van Lenneps dood namen zijn zonen de zorg voor de uitkering over. Het meisje werd niet ouder dan vier, en zo bleef alleen Jacobus over. Toen die meerderjarig werd, kreeg hij aandelen in de Duinwatermaatschappij die Jacob al bij zijn leven klaargelegd had, en een bedrag van 909 gulden, het dividend van die aandelen. Jacobus wist zichzelf omhoog te werken. Hij werd wijnhandelaar in Den Haag. Jacobus’ nazaten weten ze nog steeds dat ze Van Lennep-bloed in de aderen hebben.

 

Advertenties

Gezocht: graf in Semarang

kerkhofsemarang

De tweede zoon van Jacob van Lennep, Christiaan, vertrok in 1852 naar Nederlands-Indië, waar hij ging werken bij de firma Dorrepaal. Hij was toen pas 24 jaar en had al wat akelige ervaringen achter de rug. In 1848 was hij klerk bij de firma Carp. De directeur van die firma, Jan Carp, leende een gigantisch bedrag bij Jacob van Lennep terwijl hij wist op het punt van faillissement te staan. Van Lennep kreeg het nooit terug. Christiaan probeerde daarna in Amerika aan de slag te komen, en vertrok samen met een ‘zaakwaarnemer’ die het benodigde kapitaal voor hem beheerde. Deze man ging er vandoor met het geld van Christiaan. Toen Christiaan teleurgesteld terug was uit Amerika besloot hij in Indië zijn succes te beproeven, zoals dat gebruikelijk was voor avonturiers, mannen met een wat dubieus verleden of lichte of zware loosers uit voorname families. De communicatie verliep via brieven die er maanden over deden voordat ze de familie bereikten. In Indië kwam Christiaan vrij snel aan de slag, maar nogmaals werd hij slachtoffer van malversaties waardoor hij een tijdlang terugviel op ondersteuning van zijn vader en zijn zwager. Ik denk dat hij misschien wat goedgelovig was. Maar hij werkte zich omhoog en toen hij in 1873 terugkwam in Nederland was hij een vermogend man. Hij trouwde in 1857 in Indië met Louise Meis, die daar geboren was. Zijn ouders zouden de schoondochter nooit leren kennen. Van de kleinkinderen kregen ze alleen foto’s onder ogen.

Christiaans oudste kind, Kootje genoemd naar zijn grootvader, stierf op 31 oktober 1864, nog geen vijf jaar oud. Drie dagen na de dood van het jongetje beviel de moeder van een zoon, die opnieuw Kootje genoemd werd. Jacob schreef een gedicht voor zijn ongekende kleinzoon, dat hij speciaal liet drukken en opstuurde naar Indië. Hij stelde daarin het nieuwe kind voor als een retourpresentje van God.

Hij stuurde ook een vers op om op het grafsteentje van de kleine naamgenoot te beitelen, die naast twee overleden zusjes kwam te liggen. Wie weet bestaat het kerkhof in Semarang op Java nog en ligt daar de steen met het vers van Jacob voor Jacob: 

Hier, naast zijn beide zusjes, rust

Een knaapje, eens ieders vreugd en lust.

God schiep behagen in een kind,

Zoo vroeg gerijpt, zoo waard bemind,

En zond den Engel van de dood,

Die ’t opvoerde in zijn vaderschoot.

Dat denkbeeld trooste ’t ouderhart,

Toch drukt en knaagt de scheidenssmart.

In de zesde regel voert hij een breuk in het metrum in, om de scheiding door de dood te benadrukken. Wie heeft vrienden of kennissen in Semarang die op zoek kunnen gaan naar een kerkhof waar nog oude graven van Nederlanders liggen? Mocht het er nog zijn: wie maakt een foto?

Christiaanbijgesneden

Christiaan van Lennep, geschilderd voor zijn vertrek uit Nederland

 

 

Een fanatieke valsspeler en nr. 1000

118. IsraelsInspiratieSAA.jpg

Jacob van Lennep aan zijn schrijftafel

Enige dagen geleden stond er op mijn blog dat ik 993 volgers had en opging naar de duizend. Ik beloofde een gesigneerde biografie én toegang tot de besloten eerste presentatie op 18 januari in het Stadsarchief aan nr. 1000. Een dag later heb ik het cijfer weggehaald, want ik wilde voorkomen dat mensen gingen uitrekenen wanneer ze nr. 1000 waren, en wachtten met aanmelden. Maar toen was er een zekere B.d.G. die zo graag de duizendste werd dat die zich vier keer inschreef, ofschoon hij al een bestaande volger was. Een dergelijk fanatisme wil ik belonen, ook al is het vals spelen. Van Lennep zou hierom vast gegrinnikt hebben.  Dus nu heb ik twee prijswinnaars! De echte nr. 1000 is een zekere andrek65 van wie ik geen mailadres heb. Wil andrek zich bij mij melden? En nr. 999, 997, 996 en 995 is B.d.G. die ik hierbij uitnodig op 18 januari naar het stadsarchief te komen en een biografie in ontvangst te nemen.

 

En hier een cadeau voor alle volgers, nieuw en oud: omdat er 18 januari geen plaats voor iedereen is heb ik een extra feestelijke presentatie op 27 januari in de Lutherse kerk op het Spui om 5 uur. Voor iedereen toegankelijk. Jacob van Lennep heeft toegezegd zich dan te laten interviewen en er wordt muziek op tekst van hem gespeeld.