Archive | december 2017

Uitnodiging voor 27 januari

omslag2Uitgeverij Balans, Spui25 en het Prins Bernhard Cultuurfonds nodigen u van harte uit voor de publiekspresentatie van Een bezielde schavuit. Jacob van Lennep van Marita Mathijsen op 27 januari om 17.00 uur in de Lutherse Kerk aan het Spui in Amsterdam.

 Programma 

  • Interview Marita Mathijsen met Jacob van Lennep
  • Liederen op teksten van Jacob van Lennep, met Joan Berkhemer aan de piano, gezongen door bariton Job Hubatka
  • Schrijver Atte Jongstra over de negentiende eeuw
  • Hoogleraar Hans Renders over de biografie
  • Interview biograaf Dik van der Meulen met Marita Mathijsen

Presentatie: Alma Mathijsen.

Jacob van Lennep (1802-1868), gangmaker en spotter, vrouwenliefhebber en hulpvaardig vriend. Hij leidde een fascinerend leven, gespleten tussen de bedrukkende moraal en de turbulente moderniseringen van zijn tijd. Als telg uit een voorname Amsterdamse familie voelde hij de last daarvan op zich drukken. Hij werd niet herkozen als lid van de Tweede Kamer, omdat hij spotverzen over de vaderlandse geschiedenis schreef. Zijn daadkracht was enorm: Amsterdam dankt zijn waterleiding aan hem en Den Haag het behoud van de Ridderzaal. Hij was betrokken bij de plannen voor het Amstel Hotel, het Noordzeekanaal en het Rijksmuseum. Maar Jacob van Lennep was bovenal een getalenteerde, enorm productieve schrijver die de moed had zijn eigen weg te volgen in een door conventies bepaalde tijd.

Marita Mathijsen schreef met Jacob van Lennep een fascinerend levensverhaal, dat tegelijk een biografie is van een tijdperk. Want Jacob van Lennep ís die fenomenale eeuw, met al zijn tegenstrijdigheden.

U kunt zich aanmelden via deze link

[vanaf ongeveer 18 januari ligt het boek in de winkels. Op die dag is de officiële aanbieding voor genodigden. Dan wordt ook de tentoonstelling in het Stadsarchief geopend over Jacob van Lennep en Amsterdam]

Advertenties

Waar zijn de Hodges gebleven?

Waar zijn ze? Er zijn twee schilderijen van Hodges zoek, met portretten uit de Van Lennep-familie. Staan ze te verkommeren op een zolder? In de opslag van een museum? Of hangen ze trots aan de muur bij een verre nazaat van Van Lennep, die met kerstmis misschien een glas wijn heft op de betbetovergrootmoeder en betovergrootvader?

DJvLHodges,HollanderenRueter

David Jacob van Lennep. Links: Hodges, naar een oude foto. Midden: Hollander. Rechts: Rueter

Alleen een sneltekenaar voor een spiegel zou in de negentiende eeuw een selfie kunnen maken. Wie wil weten hoe een negentiende-eeuwse Nederlander van voor zo ongeveer 1840 eruit zag, is aangewezen op schilderijen en tekeningen, en die zijn er in het algemeen alleen van personen uit bekende families. Drie portretschilders waren veruit favoriet: Charles Hodges, Jan Adam Kruseman en Nicolaas Pieneman. Het koningshuis werd door deze drie geschilderd. Hodges, de oudste, schilderde zelfs Lodewijk Napoleon. Ook De familie Van Lennep liet zich ook door deze societyschilders portretteren.

Charles Howard Hodges was geboren in Engeland. Vanaf 1792 tot zijn dood in 1837 woonde hij in Nederland. Hij schilderde de vader van Jacob van Lennep en diens tweede vrouw. Ook zijn grootmoeder poseerde voor Hodges. Jacobs zus Antje en haar man werden ook door Hodges op het doek gezet.

Jacob zelf werd door J.A. Kruseman schitterend geportretteerd: met een blik die op de een of andere manier een scherpe denker verbeeldt en tegelijkertijd onmiskenbaar ironie én erotiek verraadt. Dat doek komt op het omslag van de biografie. Pieneman nam Van Lenneps vrouw voor zijn rekening, althans wat het uitschilderen betreft. Dat portret vond ik bij een nazaat in Zuid-Afrika en dat zal voor het eerst in kleur te zien zijn in het boek. Ik schreef in mijn laatste blog over het portret van de oude Van Lennep door J.A. Schwartze, dat ik met veel moeite op het nippertje nog in de biografie heb kunnen opnemen.

Het is een detectiveachtige zoektocht geweest naar diverse afbeeldingen die ik uiteindelijk vond. Maar er is iets merkwaardigs: drie van de bekende Hodges-portretten in de familie waren zoek.

Van het portret van David Jacob van Lennep, de hoogleraar, bestaan wel twee kopieën. Een ervan, door Georg Rueter in 1919 gemaakt, is in familiebezit. De tweede hangt ergens in een van de gebouwen van de Amsterdamse Universiteit. Ik heb nog niet kunnen achterhalen waar precies. Die is gemaakt door Hendrik Hollander. Maar de echte Hodges is zoek.

Ook van David Jacobs moeder, Cornelia Henriëtta van de Poll, is alleen maar een kopie door Rueter overgeleverd. De echte Hodges is zoek…

41. Cornelia Henriëtta van de Poll c02

Cornelia Henriëtta van de Poll. Kopie naar Ch. Hodges door G. Rueter

Dan komen we bij de tweede vrouw van David Jacob. Ook daarvan was lange tijd alleen maar de kopie door Rueter bekend. Enige tijd geleden kreeg ik een brief van een ver familielid die me uitnodigde bij haar thuis om eens te kijken wie er op het portret stond dat zij aan de muur had hangen. Een vrouw uit de familie. Onmiskenbaar: het was de echte Hodges van Anna Catharina van de Poll, stiefmoeder van Jacob. En daarvan kon ik een opname laten maken. Komt in het boek. De eigenares is inmiddels overleden. 

Maar nu zijn er nog twee echte Hodges zoek. Ergens in de grote familie zijn die misschien nog aanwezig – verkocht zullen ze toch niet zijn? In 2006 is de veiling van de kunstverzameling van Frits Philips geweest, inderdaad, de baas. Frits Philips was getrouwd met Sylvia van Lennep. Op die veiling kwamen bezittingen onder de hamer die Sylvia ingebracht had, onder andere de gouden snuifdoos die David Jacob van koning Lodewijk Napoleon had gekregen. Hij is aan een onbekende verkocht. Ook een portret van Christiaan van Lennep, een zoon van Jacob, werd afgehamerd. Maar Hodges’ waren daar niet bij.

Waar zijn ze dan? Op zolder, in opslag of trots aan die muur bij die verre voorzaat? Het is te laat om ze nog in de biografie te krijgen. Maar wie weet is er een tweede druk nodig en dan… Laat het me weten als u iets weet!

 

 

Hij bleef me aankijken

Gisteren, een sombere decemberdag. Ik ging naar Naarden. Daar, in een opslagloods op een industrieterrein, stond het levensgrote schilderij dat J.G. Schwartze in 1867, een jaar vóór Jacob van Lenneps dood, gemaakt had. Het was indertijd een cadeau van zijn uitgevers, omdat de roman Klaasje Zevenster zoveel winst gebracht had. Tot nog toe was er van dit portret alleen een zwart-wit foto bekend. Ik wilde voor de biografie een kleurenfoto. Het kostte me nogal wat moeite om het schilderij op te sporen. Nadat ik de eigenaar gevonden had, en via allerlei omwegen zijn telefoonnummer had weten te achterhalen, bleek dat hij wachtte op een nieuwe woning. Zijn schilderijen en meubels had hij ondergebracht in een opslag. Nu is het geen sinecure om een schilderij van anderhalve meter hoog dat zorgvuldig verpakt is uit een box halen en te ontdoen van de bescherming, dus het had wat voeten in de aarde voordat ik toestemming kreeg een professionele kleurenfoto te laten maken. Dat gebeurde dus gisteren. Ik kwam bij een immense loods op een industrieterrein, en in die immense ruimte stond op wat lagen karton en een pallet het schilderij opgesteld. Ik weet niet of u die schilderijen kent waarop iemand afgebeeld staat die je van alle hoeken van de kamer lijkt te volgen. In de kinderslaapkamer bij mijn ouders thuis, vroeger, hing zo’n prent van Jezus, die ons voortdurend in de gaten leek te houden. Een beetje verwijtend keek die, alsof hij van te voren al wist dat we wel iets stouts zouden gaan doen.

Schwartzeloods1

Vanaf het moment dat ik naderbij kwam, keek Van Lennep me aan. Onontkoombaar. Het was een vriendelijke blik, een beetje geamuseerd. Waar ik ook ging, hij verloor me niet uit het oog. Ik kreeg hoe langer hoe meer het gevoel dat hij me iets wilde zeggen, maar hoe dichtbij ik ook kwam, ik verstond hem niet. Terwijl de fotograaf lampen neerzette, de camera poseerde, het schilderij waterpas afstelde, schoof met de belichting, metingen verrichtte, een grijsplaatje bij het schilderij hield om de kleurstelling goed te krijgen, bleef ik gefascineerd kijken. Het zilvergrijze haar leek te bewegen in de lichte tocht die er door de loods ging. Van Lennep was bleek, de bleekheid van de winter lag over zijn huid. Zijn hand lag op boeken en papieren, die hij opzij had geschoven om te kijken naar wat er gaande was. Zijn donkerbruine ogen leken alles op te nemen, en ik geloof dat hij ons werkelijk een beetje uitlachte om zoveel gedoe om een kleurenprent.

Die ogen, ik zie ze nu nog. Het lijkt alsof ze met me meegegaan zijn naar Amsterdam, waar ik nu de tweede set drukproeven corrigeer. We zijn nog net op tijd om deze Van Lennep met zijn volgende ogen in het boek te krijgen.

schwartzekop

Brandstichting in Museum Staring

Het Staring Museum zou op 2 december geopend worden in Almen, onder de naam STAAL Museum. Het is geheel op particulier initiatief tot stand gekomen. Er zijn  weinig schrijversmuseums in Nederland, en het was een geweldig idee dat er een aan toegevoegd zou worden, dicht bij A.C.W. Starings woonplaats in Vorden in de Achterhoek. In 2014 heeft Pien Pon een oude bakkerij opgekocht, en die was nu zover opgeknapt dat de openstelling plaats zou vinden. Pien Pon is het brein en de motor achter deze indrukwekkende activiteit. Aan de bakkerij is een groot stuk nieuwbouw toegevoegd, waar de Staring-beleving zich zou afspelen. Er is een promotiefilmpje gemaakt met Mathijs van Nieuwkerk en Kees Hulst als A.C.W. Staring, gebaseerd op een van mijn interviews met negentiende-eeuwse schrijvers uit De geest van de dichter (3e druk), te zien op https://www.youtube.com/watch?v=QQNEBH4zbx8&t=13s

 

brandStaring

Maar in de nacht van 30 november op 1 december hebben vandalen brandend spul door een ingeslagen ruit gegooid. Wraak? Jaloezie? Onbenul? Gewoon lol van opgroeiende pubers? Of is het een ‘hoofdige boer’ geweest zoals in het gelijknamige gedicht van Staring? Dat gedicht speelt zich in Almen af. Er is een brug over een plas gebouwd die zozeer ‘de smaad droeg van zijn nieuwigheid’ dat boer Scholte Stuggink weigerde daaroverheen ter kerke te gaan, en door de modder bleef baggeren. Wat vroeger goed was, eeuw in eeuw uit, moet vast op goede grond rusten, sprak de hoofdige boer. Als onze ouders nooit een brug gebouwd hebben, dan hadden ze daar vast een goede reden voor, meent Scholte Stuggink. Verplaatst naar het heden: we hebben het sinds Starings dood in 1840 zonder museum voor hem kunnen stellen, waar zou dat nu dan voor nodig zijn?

Wie de daders waren die het museum vernield hebben is nog niet bekend. Maar het is om te huilen dat zo’n mooie droom zo tot een nachtmerrie verworden is.

staalmuseum