Archive | 12 januari, 2018

Waarde meneer Van Lennep

Vandaag heb ik het boek in handen gekregen dat ik over u geschreven heb. Ik kan u verzekeren dat het er prachtig uitziet. Het is mooi gebonden, het heeft een leeslint en hoewel het 592 pagina’s telt, weegt het maar 941 gram. Dat schitterende portret dat Jan Kruseman van u gemaakt heeft staat op de buitenkant. U gluurt bij wijze van spreken vanuit het boek de wereld binnen. Ik heb meer dan 100 illustraties mogen plaatsen, en die staan er magnifiek in. Tekeningetjes die u gemaakt heeft, portretten van uw ouders, tantes, zus en kinderen, veel Amsterdamse plekjes en natuurlijk briefjes van u. Ik moest erg lachen om een briefje dat u aan uw uitgever Binger schreef toen u drukproeven niet op tijd kreeg: ‘Blad elf! blad 11!! XI!!!’. Zoiets zouden wij nu per email versturen. Ik kon ook een pagina van het handschrift van Multatuli’s Max Havelaar bemachtigen, waarop u met rode inkt correcties aangetekend heeft.

Ik ben er zeker van dat u heel tevreden zult zijn over het uiterlijk. Over de inhoud: tja, meneer Van Lennep, u zult toch wel beseffen dat ik een ander boek heb geschreven dan uw kleinzoon Max in 1909. Dat is echt geen slechte biografie, maar hij heeft wel wat dingen weggelaten die we in 2018, 150 jaar na uw sterfjaar, toch best mogen weten. Uw kleinzoon was ook wel erg geneigd om alles wat u gedaan heeft omhoog te steken. Ikzelf heb me wel gepermitteerd af en toe eens wat kritisch te kijken. Misschien heb ik dat wat te veel gedaan met de ogen van een een-en-twintigste-eeuwer, naar uw zin, maar ik heb toch oprecht geprobeerd me zoveel mogelijk te verplaatsen in de denkwereld van de negentiende-eeuwer. Ik bied u het resultaat aan, met verontschuldigingen als ik misschien wat verkeerde accenten gelegd heb en mogelijk hier en daar wat al te vrijmoedig van uw openhartige privé-brieven en intieme dagboek gebruik gemaakt heb. Ik ben ervan overtuigd dat hedendaagse lezers er u te meer om zullen gaan waarderen als een compleet mens en wellicht daardoor ook eens uw literair werk in handen zullen nemen. Ferdinand Huyck, de Nederlandsche legenden, Klaasje Zevenster, ze mogen toch eigenlijk niet vergeten worden. Maar ik zal al tevreden zijn als er lezers zijn die als ze de biografie uit hebben verzuchten: ‘wat een man! die had ik wel willen leren kennen in het echt. Ik wist niet dat hij zo complex en tegelijkertijd zo fideel in elkaar zat. Dat hij inderdaad een beetje een schavuit was, maar vooral een gedreven idealist. En wat leer je de negentiende eeuw kennen als je over zijn leven leest.’

Met de meeste hoogachting, Marita Mathijsen

P.S. U kijkt waarschijnlijk geen t.v., maar anders zou u a.s. zondag naar VPRO-Boeken kunnen kijken. Zaterdag vertel ik bij de Taalstaat ook over u.

Advertenties