Archive | 14 maart, 2018

Tranen om een brief

Sinds De bezielde schavuit op de markt is, krijg ik lezersbrieven. Die zijn me dierbaar, want een brief schrijf je niet zo maar – je hebt iets op je hart wat je kwijt wil, maar je doet er moeite voor, je spuugt het niet onoverdacht uit. Je zoekt papier, envelop, een geschikte pen, weegt woorden af, koopt postzegel, loopt naar de brievenbus. Toch heel wat anders dan wat kreten slaken op twitter. Soms staan er in de lezersbrieven kleine correcties, waar ik erg blij mee ben. Vooral als iemand bij zo’n correctie dan de volgende lieve opmerking maakt: ‘In een zo foutarm boek vallen de meest onbenullige foutjes het meeste op.’ Dezelfde aardige lezer, een cardioloog, schreef me dat de moeder van Jacob waarschijnlijk niet aan een epileptische aanval is overleden, maar dat het een hartaandoening zal zijn geweest die geleid moet hebben tot astma cardiale. Zodra er weer een nieuwe druk komt, kan ik door de lezers nog wat dingen verbeteren.

Een brief bracht me in tranen. De schrijver daarvan wil ook iets corrigeren. Iedereen die het boek gelezen heeft herinnert zich het verhaal van Doortje Ringeling en Jacob van Lennep die samen naar Engeland wilden vluchten. Jacob is van plan vrouw, kinderen en carrière op te geven voor deze vlam. Maar papa Van Lennep komt tussenbeide. Jacob keert terug in zijn gezin. Doortje blijft achter, alleen, verloren, in de steek gelaten. Ze trouwt niet meer, want haar reputatie was natuurlijk besmet, en ik stel me voor dat ze tot haar vroege dood dagelijks aan haar grote liefde gedacht heeft. Ik besluit dit hoofdstuk in het boek met de vraag: ‘Haar graf valt nu nog te bezoeken op de Lage Vuursche. Maar wie zal er op haar graf nog een traan storten of een bloem neerleggen?’grafDoortjeEn nu kreeg ik via de uitgever een brief van K. Ringeling. Ja, een familielid. Die brief is zo mooi dat ik een deel letterlijk citeer (met zijn toestemming):

De suggestie is dat niemand dat doen zal [een traan storten of bloem neerleggen]. Mijn “tekstcorrectie” bestond hieruit dat ik een dag na het lezen hiervan naar het graf ben gegaan en er een boeket witte bloemen op gelegd heb. Ik vond dat het verhaal van Dorothea niet compleet was zonder een blijk van liefde jegens deze vrouw die zelf maatschappelijke uitstoting geriskeerd heeft om liefde te kunnen geven aan iemand van wie ze blijkbaar onvoorwaardelijk hield.

Ach, inderdaad, maatschappelijke uitstoting accepteren omdat je bij je geliefde wil zijn. Zo mooi had ik het nog niet gelezen. Doortje moet een groot hart gehad hebben. Er zijn sinds het verschijnen van mijn boek nu minstens drie keer bloemen bij haar neergelegd: door haar familielid, door mijn vriend Henk en natuurlijk door mezelf. Laat iedereen die Doortje wil verklaren tot patrones van onvoorwaardelijke liefde dit voorbeeld volgen!  RingelingbriefBilthoven2

Advertenties