Archive | april 2018

De Bilderdijk-battle

Tot 2014 was er een Bilderdijk-Museum. Weliswaar in een betonnen kelder van het complex van de Vrije Universiteit in Amstelveen, maar het was er. Er lagen tekeningen, een gipsen hand, brieven, zijn verzameld werk, eerste drukken en brieven van en aan hem konden ingezien worden. Ik heb er eens met een groep studenten een editie gemaakt van brieven tussen Bilderdijk en J.J.F. Wap, en we konden toen gewoon de colleges houden in die kelder (toen maakten studenten nog edities). De collectie is eigendom van de Vereniging ‘Het Bilderdijk-Museum’ die haar in bruikleen had gegeven aan de VU. Maar de VU deed er verder niets aan: geen bewegwijzering, geen aandacht. En toch: het was er en met enig georganiseer konden onderzoekers er terecht.

 

bilderdijkmuseum

Wijlen het Bilderdijk-Museum

 

Tot er weer eens een reorganisatie kwam. De kelder was nodig voor iets anders, de collectie verdween in de opslag. In 2017 werd duidelijk dat de VU eigenlijk in haar maag zat met de collectie. Als die geschonken zou worden, in plaats van in bruikleen houden, ja dan was het wat anders. Maar zelfs bij schenking zou niet alles van de collectie aangenomen worden. Schilderijen en haarlokjes bijvoorbeeld, daar doet de VU niet aan. De maat was vol na wat gesprekken tussen vertegenwoordigers van de VU-bibliotheek en het bestuur van de Vereniging. Terecht vond dat bestuur dat de collectie uit de desinteresse van de VU weggehaald zou moeten worden. Volgens de VU zelf was er echter nergens anders belangstelling voor de collectie. Vervolgens is het bestuur van de Vereniging voortvarend aan het werk gegaan. De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, verbonden aan de Leidse Universiteit, bleek de collectie wél degelijk te begeren, ook in bruikleen. Alleen zouden de schilderijen er niet terecht kunnen. En dat zijn er heel wat, als je de catalogus die Ton Geerts van de kunstcollectie gemaakt heeft bekijkt. Heel genereus van Leiden, vond het bestuur. En dus schreef het aan zijn leden dat het afscheid van de VU wilde nemen en onderbrenging bij de Maatschappij in stemming wilde brengen.

Afscheid van de VU: juist, die verdient niet beter. Maar verhuizing naar de Maatschappij? Kansen op onderbrenging bij andere partijen die misschien nog wel betere condities bieden dan de Maatschappij zijn niet onderzocht. Men geloofde de VU zonder meer en onderzocht niet of het waar was wat daar over andere partijen beweerd werd. Misschien had de Universiteit van Amsterdam wel belangstelling? Het Literatuurmuseum in Den Haag sprong er meteen op toen het lucht kreeg van de overplaatsing, en deed een nog veel genereuzer aanbod dan de Maatschappij. Maar het Bestuur van het Bilderdijk-Museum wenste daarover niet eens in gesprek te gaan. Daarover maakte ik me kwaad, evenals enkele anderen. Ik schreef een brief aan het bestuur, en een artikeltje van mij kwam op Neerlandistiek.nl, dat vervolgens verder verspreid werd. Ik vroeg om een faire vergelijking – en er waren meer leden die dat vroegen. Het Bestuur was echter ‘not amused’ en ik kreeg het gevoel dat ik als een ‘spoiler’ van de Maatschappij-pret beschouwd werd. Wel was het bestuur zo netjes een nieuwe brief aan de leden te sturen, waarin het aanbod van het Literatuurmuseum gereproduceerd werd, maar tegelijk werd het Literatuurmuseum afgedaan als een noodlijdend instituut. Quod non. Het LM heeft een budget dat sterk gegroeid is sinds de bezuiniging vijf jaar geleden, terwijl de Maatschappij inteert op haar kapitaal.

Nu is er een vergadering van de leden geweest, die massaal het bestuursvoorstel gevolgd hebben. Zelf kon ik daar niet bij zijn. Ik blijf met een wrang gevoel zitten. Er is geen kans geweest voor de leden eerlijk te vergelijken en dan pas tot stemming over te gaan. Dat het Literatuurmuseum betere overlevingskansen heeft in deze tijd waarin universiteiten erfgoed steeds meer als lastpak beschouwen, en dat het bovendien bereid was ook de schilderijen te aanvaarden: dat pleit voor plaatsing daar. De Maatschappij heeft weer andere voordelen: studenten in de buurt bijvoorbeeld (jammer alleen dat die geen Bilderdijk meer lezen) en een grotere collectie vroegnegentiende-eeuwse literatuur dan het Literatuurmuseum. De VU kwam trouwens ook met hangende pootjes terug op haar onverschilligheid. Maar het lijkt erop dat het bestuur zo snel mogelijk van de sores af wilde zijn. Zoals een huisvrouw die in de supermarkt op de hoek voorverpakt brood haalt omdat dat nu eenmaal sneller gaat dan bij de warme bakker twee straten verderop.

Advertenties

Ooggetuigen van 1813

In een appartement in de buurt van Leiden maakte ik een paar dagen geleden november 1813 mee alsof ik er zelf bij was. Ik mocht snuffelen in vijf grote zware dozen met documenten van de notaris Jan Fabius (1776-1850). Ik las hoe Napoleon nederlaag na nederlaag leed, dat er een kozakkenleger op weg was naar Nederland, dat Franse politie, militie en ambtenaren angstig overlegden over blijven of verdwijnen. In Amsterdam trok de Franse militie zich op 14 november halsoverkop terug uit de stad. Prompt barstten er de volgende dag rellen los. Douanehuisjes in de hele stad vlogen in de fik, Franse boten gingen in vlammen op, een opgefokte menigte probeerde het marinedepot te bereiken om aan wapens te komen, een strooien pop die Napoleon voorstelde werd verbrand, uithangborden met het keizerlijk wapen vernield. Het is een historisch raadsel hoe die furie zo snel op gang kwam, zo snel dat die wel georganiseerd lijkt. Als ik de papieren van Jan Fabius mag geloven was hij ‘met Falck en Job May de allereerste’ die de revolutie begon. Tussen zijn papieren zit een verbleekte oranje kokarde met daarbij in de hand van Fabius de tekst: ‘de hieraan vastgehechte oranjekokarde werd mij den 14den November 1813 door A.R. Falck gezonden als een signaal dat de gelegenheid gunstig was om het volk in deze stad in beweging te brengen; gelijk signaal werd ook gezonden aan den Hr. Job May; aan niemand anders; gunstige uitslag volgde op onze pogingen’. Op een ander papier schrijft hij dat hij ‘het meest, en wel het allermeest’ zich aan gevaren heeft blootgesteld in die revolutiedagen. De rol van Fabius komt niet in alle recente studies die er in verband met 1813 verschenen zijn (Joor, Koch, Lok, Uitterhoeve, Verheijen, Vles) even prominent naar voren als hijzelf voorstelt.

IMG_3535

November 1813 moet een buitengewoon verwarrende tijd zijn geweest. Fransen verlieten hals over kop het land maar hielden nog vast aan hun gezag,  er was ver weg een oranjeprins van wie niemand wist wat hij wilde, de Van Hogendorp-clan in Den Haag hijgden naar restauratie van de Oranjes, de Amsterdamse elite wilde juist vooral niet terug naar de oranjejaren van voor 1795. Oranje had voor elke groep een andere kleur: de oude stadhouderskleur van terugkeer of de nieuwe nationale kleur van grondwetsherzieningen en burgerinspraak. De dagen na 5 mei 1945 moeten ook zo verwarrend overgekomen zijn, al was toen de capitulatie van de Duitsers wel duidelijk en die van Napoleon in november 1813 nog niet. Toch vielen er op 7 mei 1945 op de Dam in Amsterdam nog 32 doden doordat Duitsers het vuur openden op een feestvierende menigte. Iets dergelijks gebeurde op 24 november 1813 in Woerden toen daar Franse troepen 26 oranjevierende inwoners van Woerden willekeurig doodschoten.

IMG_3401

Oproep aan Amsterdamse mannen om zich beschikbaar te stellen voor de schutterij, die de orde moest bewaken

De papieren van Jan Fabius zijn in 1912 door zijn gelijknamige kleinzoon verwerkt in het boek Herinneringen aan het einde der Fransche overheersching. In de dozen die ik mocht bekijken van een achterachterkleinzoon zit nog heel veel materiaal dat Fabius in 1912 niet kon verwerken. Ik trof aan: brieven van David Jacob van Lennep, van koning Willem I, van Anton Reinhard Falck die in elk geval een regisseur van de omwenteling was, prachtige  affiches en vlugschriften in goede staat, documenten over het oprichten van een vrijkorps en van de schutterij, proclamaties van het voorlopige bestuur van Amsterdam, een onuitgegeven gedicht van Bilderdijk over het Jacobakannetje, een gedicht van Kinker en nog veel meer. Historici die zich voor deze tijd interesseren kunnen hun borst nat maken: er is werk aan de winkel. De nazaat van Fabius is bereid inzage te geven.

JanFabiusMoritz

Jan Fabius