Archive | 11 april, 2018

Ooggetuigen van 1813

In een appartement in de buurt van Leiden maakte ik een paar dagen geleden november 1813 mee alsof ik er zelf bij was. Ik mocht snuffelen in vijf grote zware dozen met documenten van de notaris Jan Fabius (1776-1850). Ik las hoe Napoleon nederlaag na nederlaag leed, dat er een kozakkenleger op weg was naar Nederland, dat Franse politie, militie en ambtenaren angstig overlegden over blijven of verdwijnen. In Amsterdam trok de Franse militie zich op 14 november halsoverkop terug uit de stad. Prompt barstten er de volgende dag rellen los. Douanehuisjes in de hele stad vlogen in de fik, Franse boten gingen in vlammen op, een opgefokte menigte probeerde het marinedepot te bereiken om aan wapens te komen, een strooien pop die Napoleon voorstelde werd verbrand, uithangborden met het keizerlijk wapen vernield. Het is een historisch raadsel hoe die furie zo snel op gang kwam, zo snel dat die wel georganiseerd lijkt. Als ik de papieren van Jan Fabius mag geloven was hij ‘met Falck en Job May de allereerste’ die de revolutie begon. Tussen zijn papieren zit een verbleekte oranje kokarde met daarbij in de hand van Fabius de tekst: ‘de hieraan vastgehechte oranjekokarde werd mij den 14den November 1813 door A.R. Falck gezonden als een signaal dat de gelegenheid gunstig was om het volk in deze stad in beweging te brengen; gelijk signaal werd ook gezonden aan den Hr. Job May; aan niemand anders; gunstige uitslag volgde op onze pogingen’. Op een ander papier schrijft hij dat hij ‘het meest, en wel het allermeest’ zich aan gevaren heeft blootgesteld in die revolutiedagen. De rol van Fabius komt niet in alle recente studies die er in verband met 1813 verschenen zijn (Joor, Koch, Lok, Uitterhoeve, Verheijen, Vles) even prominent naar voren als hijzelf voorstelt.

IMG_3535

November 1813 moet een buitengewoon verwarrende tijd zijn geweest. Fransen verlieten hals over kop het land maar hielden nog vast aan hun gezag,  er was ver weg een oranjeprins van wie niemand wist wat hij wilde, de Van Hogendorp-clan in Den Haag hijgden naar restauratie van de Oranjes, de Amsterdamse elite wilde juist vooral niet terug naar de oranjejaren van voor 1795. Oranje had voor elke groep een andere kleur: de oude stadhouderskleur van terugkeer of de nieuwe nationale kleur van grondwetsherzieningen en burgerinspraak. De dagen na 5 mei 1945 moeten ook zo verwarrend overgekomen zijn, al was toen de capitulatie van de Duitsers wel duidelijk en die van Napoleon in november 1813 nog niet. Toch vielen er op 7 mei 1945 op de Dam in Amsterdam nog 32 doden doordat Duitsers het vuur openden op een feestvierende menigte. Iets dergelijks gebeurde op 24 november 1813 in Woerden toen daar Franse troepen 26 oranjevierende inwoners van Woerden willekeurig doodschoten.

IMG_3401

Oproep aan Amsterdamse mannen om zich beschikbaar te stellen voor de schutterij, die de orde moest bewaken

De papieren van Jan Fabius zijn in 1912 door zijn gelijknamige kleinzoon verwerkt in het boek Herinneringen aan het einde der Fransche overheersching. In de dozen die ik mocht bekijken van een achterachterkleinzoon zit nog heel veel materiaal dat Fabius in 1912 niet kon verwerken. Ik trof aan: brieven van David Jacob van Lennep, van koning Willem I, van Anton Reinhard Falck die in elk geval een regisseur van de omwenteling was, prachtige  affiches en vlugschriften in goede staat, documenten over het oprichten van een vrijkorps en van de schutterij, proclamaties van het voorlopige bestuur van Amsterdam, een onuitgegeven gedicht van Bilderdijk over het Jacobakannetje, een gedicht van Kinker en nog veel meer. Historici die zich voor deze tijd interesseren kunnen hun borst nat maken: er is werk aan de winkel. De nazaat van Fabius is bereid inzage te geven.

JanFabiusMoritz

Jan Fabius

Advertenties