Archive | juli 2018

Een dier dat taal beheerst?

De neerlandicus/taalonderzoeker/hoogleraar Marc van Oostendorp is de drijvende kracht achter de website www.neerlandistiek.nl. Elke dag beheert hij de stukken die daarop verschijnen, en vrijwel elke dag is er ook een stuk of een vlog of minicollege van hemzelf. De titel van zijn laatste vlog over ‘Een dier dat taal beheerst’, zette me op het verkeerde been (http://www.neerlandistiek.nl/2018/07/een-dier-dat-taal-beheerst/ ). Ik dacht: ha, Marc gaat het over de taalbeheersing van dieren hebben bij zijn komende oratie, want hij dacht in die vlog na over het onderwerp daarvan. Over vogels die woorden imiteren, over honden die commando’s verstaan, over paarden die liefkooswoordjes beantwoorden. Ik heb sinds ik bij mijn ouders uit huis ben, eeuwen geleden, vier honden, een poes en een rat gehad, en sinds mijn dochtertje eisen begon te stellen een tiental goudvissen, een woestijnrat, een hamstertje. De vissen begrepen alleen maar tikken tegen de ruit, de poes kende alleen maar haar naam en benamingen voor eten, de knaagdieren reageerden naar mijn idee alleen maar op het stemgeluid, en niet op verschillende woorden. Alles naar oppervlakkige waarnemingen, want ik heb daar niet mee geëxperimenteerd. De goudvissen waren er overigens niet alleen voor mijn dochtertje. Ik nam er ook jaarlijks een mee naar het openingscollege voor eerstejaars waar ik ze als metafoor gebruikte. Vraag aan de zaal: ‘Wat gebeurt er met vissen in een te kleine kom?’ Antwoord: ‘Die groeien niet.’ Nog een antwoord: ‘Dat worden stresskippen’. Conclusie van mij naar de zaal: ‘Zo is het ook met jullie: blijf niet vastzitten, kom uit de kom, geef jezelf ruimte.’ Maar ik had niet het idee dat de goudvis zelf besefte dat hij een metafoor was. Hij spartelde wat meer in de kleine kom die ik voor het college op tafel gezet had dan in de grote bak thuis.

Met de honden zat het anders. Mijn derde hond, Binkie, was het meest bekwaam in het begrijpen van menselijke taal. De tegenwoordige, Mimi, kan er ook wat van.

MimizwartwitKops

Hondje Mimi. Foto Pim Kops

 

 

Ik heb ooit een documentaire gezien over een hond die 200 woorden kende. De hond zat in het midden van een groot aantal voorwerpen. Als de baas ‘groene pop’ zei, haalde hij de groene pop en niet de blauwe. Bij Binkie heb ik eens geteld hoeveel hij begreep van taal. Ik kwam tot een kleine veertig woorden of korte zinnen waarop hij adequaat reageerde. Overigens spreek ik Limburgs met mijn honden, niet omdat ik daarvoor ooit bewust gekozen heb, maar zo ging dat gewoon bij de eerste (Hector) en zo doe ik het nu nog met Mimi. Binkie kende de namen van de mensen die geregeld op bezoek kwamen, een stuk of tien. Hij kende uitdrukkingen als: ‘geitter mei?’(ga je mee?), ‘we gaon nao Belfeld’ of ‘we gaon nao Italië’ (‘we gaan naar Belfeld’, mijn geboortedorp, of ‘we gaan naar Italië’ waar ik een vakantiehuis heb). Hij reageerde ook op ‘gank Alma wakker maken’ (‘ga Alma wakker maken’- mijn dochter). Bevelen voor sanitaire plichten volgde hij niet op, hoewel hij ze verdomd goed begreep. Mimi, een vrouwtje, is er veel gehoorzamer in. Binkie hanteerde tegenover mij ook een soort taal: hij blafte heel anders wanneer hij bijvoorbeeld van de tuin uit naar binnen wilde dan wanneer zijn waterbak gevuld moest worden. Mimi gebruikt alleen maar een soort kort of lang piepen, tegen je opspringen of strak aankijken als ze iets wil bereiken. Affectie drukt ze uit met piepend gejank. Als ze iemand op wie ze gesteld is lang niet gezien heeft, blijft ze minutenlang duidelijk maken dat ze die persoon gemist heeft.

Er zijn veel onderzoeken geweest naar het begrip van taal bij dieren, die ik verder nooit gelezen heb. Vogels schijnen veel meer taal te beheersen en er veel meer gebruik van te maken dan we ooit vermoed hebben, las ik ergens in een krant. Via computeranalyses waren wetenschappers er namelijk achter gekomen dat bepaalde soorten via klanken elkaar aangeven waar voedsel te vinden is. Veel research in het verleden is naar dolfijnen uitgegaan. Hans Faverey heeft een prachtige gedichtencyclus geschreven over de pogingen van trainers om dolfijnen tot spreken te bewegen (Man & dolphin/ mens & dolfijn):

Ball; say: ball.

Bal; zeg: bal).

Je moet ‘bal’ zeggen.

Dolfijn, zeg eens bal.

B/a/l: bal. Hé,

Dolfijn, zeg nou eens ‘bal’.

Toen ik na Faverey’s dood zijn nalatenschap mocht inventariseren, trof ik in zijn boekenkast diverse boeken aan over dolfijnenonderzoek, zoals het befaamde boek van John Cunningham Lilly, in een editie uit 1969: The Mind of the Dolphin. A Nonhuman Intelligence. Lilly had een speciaal waterhuis laten bouwen waarin hij samenleefde met dolfijnen en experimenteerde met hun capaciteiten. Faverey had als psycholoog natuurlijk veel belangstelling voor dit soort onderzoek. Er is een klankopname bewaard gebleven, gemaakt op Poetry International, waarop hij die cyclus voorleest. Een fascinerende opname, waarin zijn sonore stem met het  licht Surinaamse accent klinkt alsof hij een rapsodie zingt. Die opname vond ik niet op You tube, wel een andere die ook prachtig is: Hans Faverey, De schildpad

Enfin, dit ging er door me heen toen ik Marc van Oostendorps vlog met de misleidende titel las. Ik wens hem veel succes bij zijn oratie op 25 oktober, die dus over de taalontwikkeling van het mensdier zal gaan, als ik hem goed begrijp.

Advertenties

Wandelen door het Amsterdam van Jacob van Lennep

In het julinummer van Ons Amsterdam staat een wandeling door het Amsterdam van Jacob van Lennep, die begint bij de Westerkerk, en dan zo langs geboortehuis, woonhuis, huizen van vader en opa’s, school, en uitgaansgelegenheden loopt. Hij eindigt bij Museum Van Loon, waar een huis te bezichtigen valt zoals dat in de kringen van Van Lennep in de negentiende eeuw ingericht was.

plattegrondwandelingdeel

wandelingOnsAmsterdam

Donateurs van het Prins Bernhard Cultuurfonds kunnen deze wandeling onder begeleiding van voordrachtskunstenaar Simon Mulder lopen op 22 juli en 16 september. Zie: https://www.cultuurfonds.nl/nieuwsbericht/stadswandeling-voor-donateurs.

Fenomenaal portret van Thorbecke

Wat een biografie! Ik begon met een zeker plichtsgevoel te lezen in de biografie die Remieg Aerts, hoogleraar Nederlandse Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, over Rudolf Thorbecke geschreven heeft. Ik ken het eerdere werk van Aerts als gedegen, wetenschappelijk, brede verbanden leggend, maar niet speciaal vol stilistische hoogstandjes, ironie of diepgaande psychologische ontledingen. Vanaf het ‘Woord vooraf’ wist ik al dat hier iets anders gebeurde. Of eigenlijk al vanaf de titel: Thorbecke wil het. In drie simpele woorden vastgelegd: de ijzeren discipline, de onbuigzaamheid, het gezag, de onontkoombaarheid, de onverzettelijkheid van de man. Het ‘Woord vooraf’ dan, met zinnen als ‘Veel van wat er over hem beweerd wordt, berust op aangekoekte interpretaties en ingesleten misvattingen’ over deze ‘perkamenten figuur’, geeft in een paar welgekozen woorden weer wat Aerts wil. Hoewel hij meent dat de biografie ‘de traagste vorm van geschiedenis [is], een wereld van details, uiterst materieel en brongebonden’, schrijft hij ook dat er politieke leidersfiguren zijn die de cultuur veranderen en ‘door hun doorzettingsmacht, hun roekeloosheid, hun grootheidswaan of hun falen het lot van miljoenen tijdgenoten’ bepalen. Iets soortgelijks geldt voor kunstenaars, filosofen, wetenschappers. Daarom, zegt hij, is de biografie toch wezenlijke geschiedschrijving.

thorbeckewilhet

En dat maakt Aerts op een geweldige manier waar. Het is alsof je een driedimensionaal panorama voorgeschoteld krijgt van de omslagtijd waarin Thorbecke leefde. Geschreven met humor, met afstand én betrokkenheid en met een enorm inzicht in de politieke kringen van Thorbeckes tijd. Het portret dat Aerts van Thorbeckes vader en diens invloed op de ontwikkeling van zijn zoon geeft, lijkt wel ontleend aan Dickens’ roman David Copperfield. Thorbecke senior was zo ongeveer als Mr. Micawber, met zijn nooit aflatend optimisme, gebrekkige zelfkennis en financieel gehaspel. Rudolf moest goedmaken wat de vader niet voor elkaar kon krijgen. Hij dwong de jonge Thorbecke in een corset van discipline en ambitie. Toen Thorbecke in Duitsland ging studeren, verloor hij iets van zijn dwangmatige arbeidsregelmaat, omdat hij zich daar ook in culturele kringen begaf. Hij leerde er de ideeën van de idealistische Romantiek kennen die ook zijn politieke ideeën ging vormen. In Berlijn kwam hij in contact met de weduwe van de bekende filosoof Karl Solger. Zij was 31 jaar oud, hij 22. Er ontwikkelde zich een hechte vriendschap. Aerts suggereert dat zij meer in hem zag dan een gesprekspartner, wellicht hem zelfs beschouwde als iemand voor een tweede huwelijk. Thorbecke pakte het anders aan: veertien jaar later versierde hij haar dochter, die hij als driejarig kindje had leren kennen. Twee jaar moest hij nog wachten voor hij kon trouwen met de toen 19-jarige Adelheid Solger. Thorbecke, 38 jaar, droeg de gevoelens die hij voor mama had gehad op haar over. Het werd een buitengewoon innig huwelijk. De beschrijving van haar vroege dood bracht me tranen in de ogen. Dat kan en durft Aerts dus ook: het gevoel aanspreken.

Wat deze biografie echt uniek maakt, is de kenschetsing van de Nederlandse politiek en de omkanteling van oude naar nieuwe tijden waarvoor Thorbecke wat de staatsinrichting betreft grotendeels verantwoordelijk was. Aerts kent al die hele en halve politici met hun half of heel verborgen agenda’s, met hun regionale en/of religieuze drijfveren alsof het de hedendaagse Rutte met zijn ploeg betreft. Thorbecke zet hij daartussen, niet als een heilige, niet als iemand die geen fouten beging, niet als een man van wie makkelijk gehouden kon worden, wel als iemand met een enorme systematische denkkracht, die overtuigd was van zijn eigen superioriteit, en daar in de regel ook gelijk in had. Hij ontwierp de infrastructuur van de staat zoals die nog steeds, met kleine aanpassingen, functioneert. Zij het dat er juist nu aan geknaagd wordt…

Eén ding betreur ik: Aerts heeft nauwelijks illustraties opgenomen in zijn boek. Het is een beetje gek om méér te vragen als er al zoiets rijks geschonken is, maar hij moet en passant zoveel spotprenten, portretten en markante briefjes tegengekomen zijn, dat die er toch ook nog wel bijgekund hadden. 900 of 1000 pagina’s, who cares. Misschien nog iets voor een website?

Het is onbegrijpelijk dat de NRC, als nazaat van het liberale Algemeen Handelsblad waarin Thorbecke in zijn goede tijd gesteund werd, nog altijd geen recensie van dit boek geplaatst heeft. Had ik zelf niet een biografie geschreven, zo kort geleden nog, dan had ik die beoordeling wel voor mijn rekening genomen, maar in dit geval moet ik me beperken tot een korte loftuiting in mijn privéblog.