Archive | 8 juli, 2018

Fenomenaal portret van Thorbecke

Wat een biografie! Ik begon met een zeker plichtsgevoel te lezen in de biografie die Remieg Aerts, hoogleraar Nederlandse Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, over Rudolf Thorbecke geschreven heeft. Ik ken het eerdere werk van Aerts als gedegen, wetenschappelijk, brede verbanden leggend, maar niet speciaal vol stilistische hoogstandjes, ironie of diepgaande psychologische ontledingen. Vanaf het ‘Woord vooraf’ wist ik al dat hier iets anders gebeurde. Of eigenlijk al vanaf de titel: Thorbecke wil het. In drie simpele woorden vastgelegd: de ijzeren discipline, de onbuigzaamheid, het gezag, de onontkoombaarheid, de onverzettelijkheid van de man. Het ‘Woord vooraf’ dan, met zinnen als ‘Veel van wat er over hem beweerd wordt, berust op aangekoekte interpretaties en ingesleten misvattingen’ over deze ‘perkamenten figuur’, geeft in een paar welgekozen woorden weer wat Aerts wil. Hoewel hij meent dat de biografie ‘de traagste vorm van geschiedenis [is], een wereld van details, uiterst materieel en brongebonden’, schrijft hij ook dat er politieke leidersfiguren zijn die de cultuur veranderen en ‘door hun doorzettingsmacht, hun roekeloosheid, hun grootheidswaan of hun falen het lot van miljoenen tijdgenoten’ bepalen. Iets soortgelijks geldt voor kunstenaars, filosofen, wetenschappers. Daarom, zegt hij, is de biografie toch wezenlijke geschiedschrijving.

thorbeckewilhet

En dat maakt Aerts op een geweldige manier waar. Het is alsof je een driedimensionaal panorama voorgeschoteld krijgt van de omslagtijd waarin Thorbecke leefde. Geschreven met humor, met afstand én betrokkenheid en met een enorm inzicht in de politieke kringen van Thorbeckes tijd. Het portret dat Aerts van Thorbeckes vader en diens invloed op de ontwikkeling van zijn zoon geeft, lijkt wel ontleend aan Dickens’ roman David Copperfield. Thorbecke senior was zo ongeveer als Mr. Micawber, met zijn nooit aflatend optimisme, gebrekkige zelfkennis en financieel gehaspel. Rudolf moest goedmaken wat de vader niet voor elkaar kon krijgen. Hij dwong de jonge Thorbecke in een corset van discipline en ambitie. Toen Thorbecke in Duitsland ging studeren, verloor hij iets van zijn dwangmatige arbeidsregelmaat, omdat hij zich daar ook in culturele kringen begaf. Hij leerde er de ideeën van de idealistische Romantiek kennen die ook zijn politieke ideeën ging vormen. In Berlijn kwam hij in contact met de weduwe van de bekende filosoof Karl Solger. Zij was 31 jaar oud, hij 22. Er ontwikkelde zich een hechte vriendschap. Aerts suggereert dat zij meer in hem zag dan een gesprekspartner, wellicht hem zelfs beschouwde als iemand voor een tweede huwelijk. Thorbecke pakte het anders aan: veertien jaar later versierde hij haar dochter, die hij als driejarig kindje had leren kennen. Twee jaar moest hij nog wachten voor hij kon trouwen met de toen 19-jarige Adelheid Solger. Thorbecke, 38 jaar, droeg de gevoelens die hij voor mama had gehad op haar over. Het werd een buitengewoon innig huwelijk. De beschrijving van haar vroege dood bracht me tranen in de ogen. Dat kan en durft Aerts dus ook: het gevoel aanspreken.

Wat deze biografie echt uniek maakt, is de kenschetsing van de Nederlandse politiek en de omkanteling van oude naar nieuwe tijden waarvoor Thorbecke wat de staatsinrichting betreft grotendeels verantwoordelijk was. Aerts kent al die hele en halve politici met hun half of heel verborgen agenda’s, met hun regionale en/of religieuze drijfveren alsof het de hedendaagse Rutte met zijn ploeg betreft. Thorbecke zet hij daartussen, niet als een heilige, niet als iemand die geen fouten beging, niet als een man van wie makkelijk gehouden kon worden, wel als iemand met een enorme systematische denkkracht, die overtuigd was van zijn eigen superioriteit, en daar in de regel ook gelijk in had. Hij ontwierp de infrastructuur van de staat zoals die nog steeds, met kleine aanpassingen, functioneert. Zij het dat er juist nu aan geknaagd wordt…

Eén ding betreur ik: Aerts heeft nauwelijks illustraties opgenomen in zijn boek. Het is een beetje gek om méér te vragen als er al zoiets rijks geschonken is, maar hij moet en passant zoveel spotprenten, portretten en markante briefjes tegengekomen zijn, dat die er toch ook nog wel bijgekund hadden. 900 of 1000 pagina’s, who cares. Misschien nog iets voor een website?

Het is onbegrijpelijk dat de NRC, als nazaat van het liberale Algemeen Handelsblad waarin Thorbecke in zijn goede tijd gesteund werd, nog altijd geen recensie van dit boek geplaatst heeft. Had ik zelf niet een biografie geschreven, zo kort geleden nog, dan had ik die beoordeling wel voor mijn rekening genomen, maar in dit geval moet ik me beperken tot een korte loftuiting in mijn privéblog.

 

Advertenties