Archive | 5 november, 2018

Wij tegen het water

We hebben weer een hoogleraar negentiende-eeuwse literatuur. Lotte Jensen in Nijmegen is degene die die specialisatie weliswaar niet in de leeropdracht heeft staan, maar het is uit alles duidelijk dat ze op die negentiende eeuw de nadruk legt in haar onderzoek en onderwijs. Afgelopen vrijdag hield zij haar oratie. Lotte werkte als postdoc onder mijn leiding  aan haar veelgeciteerde boek De verheerlijking van het verleden (2008). Het stemt mij intens tevreden in haar een academische voortzetter van mijn fascinatie voor de negentiende eeuw gekregen te hebben. De studenten die zij opleidt zijn in goede handen.

Haar oratie gaat over de strijd tegen het water en hoe bindend die werkt en tot gemeenschapszin leidt. Vooral rampzalige overstromingen leidden tot een heroïsche inzet om slachtoffers te helpen. Lotte Jensen wil met haar oratie vooral laten zien hoe de Nederlandse identiteit verbonden wordt met de strijd tegen het water, en hoe die culturele constructie ‘bij vlagen heroïsche en mythische proporties aanneemt’. U kunt haar verhaal nalezen in het boekje Wij tegen het water, uitgegeven door Vantilt.

Wat zij in het kort ook aansnijdt, is het verschijnsel van liefdadigheidsuitgaven, speciaal voor slachtoffers van rampen. Dat zijn boekjes van een paar pagina’s, meestal met een gedicht dat toepasselijk is op de ramp. Ze werden tegen een lage prijs verkocht onder de burgerij en de opbrengst ging naar de gedupeerden. Het lijkt vooral iets van de negentiende eeuw te zijn, maar er zijn ook vroegere van die uitgaven ‘ten voordeele van de slachtoffers van…’. Vaak waren die voor overstromingsslachtoffers, maar het kan ook om branden, de cholera, een ontploffing of mislukte oogsten gaan. De auteurs van die uitgaven zijn zowel lokale als nationale beroemdheden. Hendrik Tollens is de kampioen van liefdadigheidsuitgaafjes. Als hij een liefdadigheidsgedicht schreef, was de opbrengst gegarandeerd hoog. Ikzelf heb al vaker over de literatuur voor liefdadigheid geschreven, onder andere in De gemaskerde eeuw,  in Nederlandse literatuur in de romantiek  en in Verliefd op het verleden.

Een vroege liefdadigheidsuitgave voor watersnoodslachtoffers is er een uit 1799 bij een overstroming in Nijmegen: Merkwaardige brief uit Nymegen, wegens de ellende aldaar, door het water veroorzaakt. Het was voor 3 stuivers, ‘ten voordeele der Ongelukkigen’ te bekomen bij boekhandelaars in de hele randstad. Vijf predikanten schreven het boekje waarin deerniswekkende verhalen staan over slachtoffers en onvoorziene reddingen. Zo had een boer zijn vee in een schuur op een verhoging gebracht, de schuur werd met vee en al van zijn grondvesten getild en door het ziedende water kilometers verder neergeplant – al het vee overleefde. Ze beschrijven hoe een brakke schuit op woedende golven in de akeligste duisterheid van die ijselijke nacht door de storm voortgejaagd werd, onder donder en bliksem zonder roer of spanen, slechts met een koekenpan om het water uit de boot te hozen. Uiteindelijk werd de schuit op de wallen van Nijmegen gesmeten en de opvarenden konden gered worden.

watersnoodbriefNymegenDe meeste watersnoodhulpgedichten zijn wellicht in 1861 geschreven, toen er rondom Nijmegen 21 dorpen getroffen werden. Een student van me telde 88 uitgaven. Slachtoffers waren er 37 – niet zo heel veel voor wie weet dat de Watersnoodramp van 1953 officieel 1836 doden telde, en eerdere overstromingen zoals de Tweede Marcellusvloed en de St.Elisabeth’s vloed duizenden slachtoffers maakten. Ook Jacob van Lennep liet in 1861 voor de slachtoffers in Noord-Brabant een gedicht drukken, Rouwtoonen, dat bij de gebroeders Muller in Den Bosch gedrukt werd en voor een kwartje te koop was. Het leukste watersnoodgedicht is van de hand van Peter de Génestet. Die speelde dubbelspel: hij kritiseerde het genre maar zijn gedicht was wel uitgegeven ‘ten voordeele der overstroomden’. Het was opgedragen ‘Aan de waternood-poëten’ die ‘fluks aan het verzen lijmen’ waren geslagen:

Op, ’t is nu tijd van zingen,

Heel akelig – dat spreekt!

Laat allen handenwringen,

Terwijl u ‘t harte breekt.

Als het de dichter niet snel lukte kon hij ook wat streepjes zetten, ‘dat staat verschrikkelijk naar’. En hij kon ook oude verzen recyclen. In plaats van schapen laat hij dan koeien verzuipen. Hij moest vooral ook een opa op een dak zetten met een baby in de armen of een wiegje in de vloed laten drijven. Zo kan er zelfs voedend brood gemaakt worden van waterpoëzie, besluit De Génestet.

KoningWillemIIIwatersnood

Koning Willem III komt slachtoffers te hulp in 1861, afgebeeld in een wassenbeeldenmuseum

Lotte Jensen plaatst die watersnoodgedichten in een groter geheel van literaire verwerking van rampen. Daarover zal nog een boek verschijnen. Het is duidelijk dat zij oog heeft voor de rafelranden van de literatuur, en juist die zijn zo belangrijk in de negentiende eeuw.

Advertenties