Archief | 26 december, 2018

Kerstverhaal

Het kerstverhaal is een negentiende-eeuwse uitvinding, en het is, weinig verrassend, opgekomen na het eerste onvergetelijke A Christman Carol van Charles Dickens uit 1843. Het genre is populair gebleven tot op heden, elke krant dist rond deze tijd wel een kerstverhaal op. Een paar weken geleden gaf uitgever Balans Kom vanavond met verhalen uit, met ‘waargebeurde’ verhalen over kerst door onder anderen Adriaan van Dis, Mano Bouzamour en Marcia Luyten, en het boek was binnen de kortst mogelijke tijd uitverkocht.

Charles_Dickens-A_Christmas_Carol-Title_page-First_edition_1843

Eerste druk 1843

A Christmas Carol was indertijd ook binnen een paar dagen uitverkocht. Daarna schreef Dickens nog vier uitgebreide kerstverhalen, die echter minder populair werden dan het hemeltergende verhaal van Ebenezer Scrooge. Ikzelf hou behalve van het oorspronkelijk verhaal, dat ik rond kerstmis graag herlees,  ook van de bewerkingen voor film, zoals die Robert Zenecki in 2009, met spookverschijningen die de film ongeschikt maken voor jeugdige kijkers en voor slechte slapers. Het verhaal heeft ook tekenaars ertoe gezet het beste van zichzelf te laten zien. Twee  jaar geleden is er nog een heel mooie nieuwe vertaling uitgekomen met tekeningen van René Hazebroek maar de oorspronkelijke van John Leech zijn ook geweldig.

DickensChristman

Tekening René Hazebroek

In 1844 kwamen er in Nederland meteen twee vertalingen uit: een van de vrij onbekende Amsterdamse uitgever Stemler, en een bij de bekende H. Frijlink, die al eerder verhalen van Dickens in zijn tijdschrift Het Leeskabinet had opgenomen. Stemler hanteerde als titel Kersgeschenk, eene geestverschijning, terwijl Frijlink het wat vriendelijker hield met Een kerstsprookje.

Wanneer werden andere schrijvers nu geïnspireerd om ook kerstverhalen te schrijven? In elk geval is het duidelijk dat vóór Dickens er geen fictieve kerstvertellingen verschenen, toen waren er alleen kerstpreken en kerstgezangen. Hij beïnvloedde vooral kinderboekenschrijvers: tegen het eind van de eeuw zijn er tientallen uitgaven voor kinderen, met titels als Kerstmis in de cel (1895), Nijdige Grietje, eene kerstvertelling (1887) en Levi’s eerste kerstfeest (4e druk 1895). Veel van die boekjes zijn speciaal voor zondagsscholen, voor het tractaatgenootschap of voor de Nederlandse Protestantenbond gemaakt. Van Dickens hebben de schrijvers niet veel geleerd, alleen het genre, maar niet hoe je een verhaal met een brave afloop toch meeslepend kunt vertellen.

De vroegste Nederlandse kerstvertellingen voor volwassenen die ik gevonden heb dateren van de jaren zestig. De bekende domineeschrijver Jan de Liefde gaf in 1862 De vrijbuiter, een kerstverhaal voor jong en oud uit, een verhaal waar de christelijke moraal vanaf druipt. B. Korfker schreef in die jaren Drie kinderen in een groot huisgezin opgenomen, eerlijk gezegd evenmin te pruimen. Ook andere titels die ik doorlas bedierven de kerststemming, die dit jaar toch al op een laag pitje staat omdat ik vanwege een knieoperatie aan huis gekluisterd ben. En ik kan ook niet bij mijn eigen uitgaven van Dickens’ kerstverhaal, om daar nog eens doorheen te gaan en de prachtige illustraties te bekijken. Dickens staat bij mij hoog in de boekenkast en ik kan geen ladder beklimmen.