Moet de lezer de trap op of moet de editeur de trap af?

Zo’n twintig jaar geleden was bij de afdelingen Nederlands aan de universiteiten Teksteditie nog een belangrijk vak. Studenten leerden hoe historische literatuur uitgegeven moest worden, namelijk in de authentieke vorm. Daarvoor moest een keuze gemaakt worden uit verschillende versies of drukken, als die er waren, en de teksten werden voorzien van geleerd commentaar en verklarende uitleg. Ze oefenden daarin, en ze lazen dit soort edities voor hun literatuurlijst, die toen nog bestond.

Tekstedities

Zo las ik zelf, lang geleden, de Jephta van Vondel, stukken uit Hoofts Historiën en de Karel ende Elegast, vaak in edities die al in het begin van de 20e eeuw gemaakt waren. De teksteditie ging zich in de late 20e eeuw ook buigen over modernere teksten, bijvoorbeeld Max Havelaar en het volledige werk van Louis Couperus. Er kwamen van grote dichters ook variantenedities op de markt. Er werd een speciaal onderzoeksbureau opgericht voor edities (1983), eerst Basisbureau Tekstedities geheten, later het Huygens Instituut. In de eerste jaren werden daar variantenedities gemaakt van grote Nederlandstalige dichters, zoals J.H. Leopold, K. van de Woestijne en J.C. Bloem. Van elk gedicht werden alle kladjes, nethandschriften en verschillende drukken vergeleken en ondergebracht in een systeem waarmee de lezer de groei van een gedicht kon volgen. De complete Couperus verscheen er. Alle beschikbare handschriften en drukken werden woord voor woord vergeleken om zo dicht mogelijk bij de door Couperus bedoelde tekst te komen. In Vlaanderen kwam er een vergelijkbaar instituut: het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudies, waar bijvoorbeeld een modeleditie van Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen uitkwam.

Veel schrijvers die kortgeleden nog een begrip waren, zijn nu onbekend

Tegenwoordig is er weinig aandacht meer voor dit soort edities en op de universiteiten wordt het vak Teksteditie niet meer overal gegeven. Wel is er aan de Gentse universiteit een onderzoeksgroep Teksteditie Literatuur in Vlaanderen actief, die jaarlijks leesedities bezorgt. Bij andere literatuurwetenschappers is er natuurlijk ook nog wel belangstelling voor, maar het grote publiek is zich er niet van bewust dat een literair werk dat je kunt downloaden van de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL) of van Google Books, vaak niet de versie vertegenwoordigt die de schrijver het liefst zag.

Veel zorgwekkender is dat het aantal mensen dat een historische literaire tekst leest, ernstig daalt, of ze die nu lezen in een verantwoorde editie of niet. Veel schrijvers die kortgeleden nog een begrip waren, zijn nu onbekend. Mijn dochter heeft op de middelbare school nooit een Vestdijk gelezen, nooit een Stijn Streuvels, mijn neef had op zijn gymnasium nooit gehoord over Herman Gorter.

Taalkunstenaars

Het oude Nederlands staat vanzelfsprekend steeds verder van ons af. Dat ligt niet alleen aan de vooroorlogse spelling met die boomen en menschen. De woorden en de zinsvolgorden zijn veranderd, de beschrijvingen zijn niet meer zo uitvoerig, en ook de thematiek kan veranderd zijn. Dat leidt ertoe dat literairhistorici zich moeten bezinnen op methoden om historische teksten toch nog onder ons te houden. Want literatuur uit het verleden mag dan wat ontoegankelijker zijn dan die uit het heden, ze kan ons ongelooflijk veel laten zien over de grote constante levensvragen, en ons tegelijkertijd verplaatsen in andere tijden en andere denkwerelden. Bovendien zijn er in het verleden, net als nu, ware taalkunstenaars geweest die ons een fijn geslepen of expres ruw Nederlands van een zeldzame kwaliteit voorschotelen. Bredero, Multatuli, Elsschot, om maar een paar namen te noemen, te bijzonder om in vergetelheid te laten liggen.

De lezer krijgt weliswaar een getransformeerde tekst in handen, maar die is vergelijkbaar met vertalingen van meesterwerken uit bijvoorbeeld de Russische literatuur

Wat zouden literairhistorici kunnen doen om de waardevolle teksten uit het verleden toch weer onder lezers te krijgen? De edities met toelichtingen die vroeger gemaakt werden, voldoen niet meer. Andere aanpassingen zijn nodig.

Herspellen of hertalen?

Laten we eens uitgaan van een van de hoogst aangeschreven teksten uit de Nederlandstalige literatuur: Max Havelaar. Voor studenten Nederlands ligt het voor de hand dat ze die lezen in de oorspronkelijke versie. Die is via onderzoek van het Huygens Instituut uitgegeven in een uitstekend gedocumenteerde en royaal toegelichte editie door Annemarie Kets-Vree (in de reeks Nederlandse Klassieken). Maar die is weinig toegankelijk voor middelbare scholieren. Ik geef een willekeurig citaat uit het eerste hoofdstuk als voorbeeld:

Ik heb niets tegen verzen op-zichzelf. Wil men de woorden in ’t gelid zetten, goed! Maar zeg niets wat niet waar is. ‘De lucht is guur, en ’t is vier uur.’ Dit laat ik gelden, als het werkelyk guur en vier uur is. Maar als ’t kwartier voor drieën is, kan ik, die myn woorden niet in ’t gelid zet, zeggen: ‘de lucht is guur, en ’t is kwartier voor drieën.’ De verzenmaker is door de guurheid van den eersten regel aan een vol uur gebonden. Het moet voor hem juist een, twee uur, enz. wezen, of de lucht mag niet guur zyn. Zeven en negen is verboden door de maat. Daar gaat hy dan aan ’t knoeien! Of het weêr moet veranderd, òf de tyd. Eén van beiden is dan gelogen.

Herspellen van de passage zou weinig opleveren, een -ij in plaats van een -y, een de in plaats van een den, dat vergemakkelijkt het lezen niet. Anders heeft Gysbert van Es het aangepakt. Die heeft, speciaal voor scholieren, een hertaalde en ingekorte versie van Max Havelaar gemaakt, waarin het citaat zo geworden is:

Ik heb niets tegen verzen op zichzelf. Als men zo nodig woorden op hun plek wil zetten, goed! Maar zeg nooit iets wat niet waar is. ‘De lucht is guur, en het is vier uur.’ Dit geldt voor mij alleen als het werkelijk guur en vier uur is. Maar als het kwart voor drie is, zou ik zeggen: ‘de lucht is guur, en het is kwart voor drie.’ De verzenmaker is door de guurheid van de eerste regel aan het hele uur gebonden. Het moet voor hem juist één uur zijn, of twee uur, enzovoorts, of de lucht mag niet guur zijn. Zeven of negen is verboden door het ritme. Daar gaat hij dan aan ’t knoeien! Of het weer moet hij veranderen, of de tijd. Eén van beide is dan gelogen.

Toegankelijk Nederlands

Dat leest moderner. Is de tekst daardoor minder mooi? Wie beide stukken hardop voorleest, merkt dat er een mooiere klank en een mooier ritme in de oorspronkelijke versie zit. Maar laten we realistisch blijven. Van Es’ editie had tot gevolg dat op sommige middelbare scholen bij Nederlands het boek weer in zijn geheel voorgeschreven werd, terwijl leerlingen het daarvóór mochten laten bij het lezen van Saïdjah en Adinda. De lezer krijgt weliswaar een getransformeerde tekst in handen, maar die is vergelijkbaar met vertalingen van meesterwerken uit bijvoorbeeld de Russische literatuur. Noodgedwongen zal hij die in vertaling lezen – en toch waarderen, zeker als die vertaling zelf recent is en dus in toegankelijk Nederlands. Een belangrijk verschil is er wel: Van Es liet ook stukken weg die scholieren niet meer zo snel zullen kunnen plaatsen, bijvoorbeeld een passage over verzen van Hiëronymus van Alphen. Een vertaler zal dat niet doen: hij zal juist zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke proberen te blijven.

De hedendaagse lezer staat te ver af van teksten van voor pakweg 1900 om die nog zonder hulp aan te kunnen

Wat Van Es deed, wordt al veel gedaan voor literatuur uit het verleden. Hedendaagse schrijvers zoals Thomas Rosenboom en Willem Wilmink hebben teksten hertaald. Rosenboom maakte een meeslepende hertaling van Het Journaal van Bontekoe, Wilmink boog zich over Mariken van Nimweghen. Koos Meinderts waagde het zelfs om van Reinaert de Vos een kinderversie te maken. In de – niet meer bestaande – Griffioenreeks verscheen een uiterst geestige bewerking van de Ferguut in proza, evenals van Floris en Blancefloer. In de reeks Tekst in context is het gebruikelijk de hertaalde tekst in te korten en wat weggelaten is, samen te vatten. Zelf houd ik het meeste van de edities waarin aan een kant de oorspronkelijke tekst staat en aan de andere kant de hertaling. De Visioenen van Hadewych zijn zo uitgegeven.

Toegankelijke meesterwerken

Moeten we het nu toejuichen dat er weinig aandacht meer is voor edities met de complete oorspronkelijke tekst? Ik denk dat neerlandici zich bij de realiteit neer moeten leggen: de hedendaagse lezer staat te ver af van teksten van voor pakweg 1900 om die nog zonder hulp aan te kunnen. Dan is het toch aantrekkelijk voor literairhistorici, schrijvers en vertalers, liefst in gezamenlijke projecten, om die hulp aan te bieden? Voor studenten Nederlands is het zelfs aantrekkelijk als zij in colleges hertalingen van historische teksten mogen maken. Het is wellicht de beste manier om er diep in door te dringen, door zich te verdiepen in de afstand tussen verleden en heden. Vanuit het oorspronkelijke kunnen zij proberen transformaties naar het heden te vinden. Op diverse universiteiten wordt dat al gedaan. Het mooiste zou het zijn als er dan ook nog vanuit een studentengroep en onder begeleiding van een gespecialiseerde docent mooie edities naar buiten zouden komen. Meesterwerken uit de oudere Nederlandse literatuur, toegankelijk gemaakt voor scholieren en een breed publiek door en in de taal van de jonge generatie. Uiteindelijk zal er dan toch misschien nog wel een enkeling zijn die naar het origineel gaat en daarvoor gewonnen raakt.

Dit artikel verscheen in Neerlandia123 (2019) 3, 16-19. Neerlandia is het tijdschrift van het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV).

Advertenties

About maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. Colleges geef ik nog in het buitenland en voor de HOVO (VU) en de Illustere School (UvA). Januari 2018 verscheen mijn biografie van Jacob van Lennep. Hij werd zeer goed ontvangen en genomineerd voor de Biografieprijs en de Geschiedenisprijs.

One response to “Moet de lezer de trap op of moet de editeur de trap af?”

  1. lvs10 says :

    Ik ben ervan overtuigd dat met de teksten van de 18e en 19e eeuw hetzelfde zal gebeuren als met teksten daarvoor: hordes Neerlandici gaan zich erop storten, want dat is prestigieus en exclusief!

    Als je daarop vertrouwt gebeurt het ook.

    Met vriendelijke groet,

    Liesbeth van der Sluijs

    Amsterdam

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: