De boterham en de goudzoeker

Op de 218ste geboortedag van Jacob van Lennep draag ik het ironische gedicht voor van zijn goede vriend Gerrit van de Linde (De Schoolmeester) over hebberigheid en economische belangen. Beluister het hier: https://anchor.fm/hetverblijf/episodes/Dag-5—Marita-Mathijsen-leest-De-Schoolmeester-ebqr78

Voor wie wil is er ook nog de tekst:

http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/schoolmeester/boterham.html

Dit schreef ik erover op Literatuurgeschiedenis.nl:

Nog geen eeuw geleden leerde men op Nederlandse scholen de gedichten van De Schoolmeester van buiten. Bijna iedereen kende wel een paar regels van hem, bijvoorbeeld `Een leeuw is eigenlijk iemand, die bang is voor niemand’of `Een hond is vermaard om zijn gezelligen aard’. Vooral aan het eind van de negentiende eeuw was de oplage van zijn enige gedichtenbundel met de eenvoudige titel Gedichten van den Schoolmeester ongekend hoog. In het begin van de twintigste eeuw werd de bundel zelfs cadeau gedaan bij repen chocolade.

De Schoolmeester is uniek in de Nederlandse negentiende eeuw door zijn openhartigheid, door zijn geestig en virtuoos taalgebruik, door zijn losse omgang met regels en door de grappige manier waarop hij autoriteiten belachelijk maakt.

Hij lapt alle dichtregels van zijn tijd aan zijn laars en jongleert zo met de taal dat er geheel nieuwe beelden en associaties ontstaan. Zijn technisch vermogen is groot: hij draait zijn hand niet om voor lange rijmreeksen of kunstige dubbel- of binnenrijmen. Het grote verschil met andere toenmalige dichters, zowel Nederlandse als buitenlandse, zit hem in de afwezigheid van een metrum. Terwijl metrische poëzie de standaard was, schreef De Schoolmeester zijn zogenaamde knittelverzen zonder een vast patroon in beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen en met een bonte opeenvolging van korte en langere versregels. Een typografische broddel is het gevolg: sommige versregels zijn zo lang dat ze over de regel heenlopen, andere bevatten maar enkele syllaben. Toch lijken de regels bij voordracht even lang: door alliteraties en assonanties weet hij te bewerkstelligen dat ze naar behoefte ingekrompen of uitgezet worden. Het metrum, dat een hulpmiddel was bij het van buiten leren van verzen, blijkt bij hem niet nodig. Er is een verrassende muzikaliteit in het ritme, en men onthoudt de gedichten bijna vanzelf na ze een aantal keren gehoord te hebben.

Behalve de knittelverzen is er meer typerend voor De Schoolmeester. Malle beeldspraak, dolle personificaties, samenvoegen van dingen die niet bij elkaar horen, opzettelijke begripsverwarring en geestige overbodigheden treft men bij hem aan. En dan ook nog in een uitbundige opeenstapeling, die puur uit het plezier om wat er allemaal met taal mogelijk is, lijkt voort te komen. Gezegden en spreekwoorden vermengt hij zo dat letterlijke en figuurlijke betekenissen door elkaar gaan lopen. Eigenaardig zijn ook de bizarre vergelijkingen, die niet zoals gewoonlijk van klein naar groot gaan, maar andersom: de oceaan wordt vergeleken met een geschuurde schuimspaan, en de zon geeft zoveel licht dat hij wel op een kaars lijkt. Een meester is De Schoolmeester in het verzinnen van onmogelijkheden.

Zoals De Schoolmeester in de vorm van zijn poëzie weigert kunstregels te erkennen, zo schopt hij ook inhoudelijk aan tegen de autoriteiten die overal en altijd een erekwestie van maken en eeuwig te laat op de proppen komen. Tegelijk hekelt hij de negentiende-eeuwse maatschappij met haar voorkeur voor gezellige toneeltjes en haar biedermeierachtige karakter. De grootse thema’s waar de romantiek een voorkeur voor had, werden verkleind tot huiselijke tafereeltjes: de woeste schipbreuk wordt een plaatje op de wand, en had daarmee haar bedreigende karakter verloren. De burgerman van de negentiende eeuw verkleint de proporties van de wereld zó, dat hij haar lijkt te kunnen beheersen, en juist die mentaliteit hekelt De Schoolmeester.

https://www.literatuurgeschiedenis.nl/19de/tekst/lg19047.html

Over maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. Colleges geef ik nog in het buitenland en voor de HOVO (VU) en de Illustere School (UvA). Januari 2018 verscheen mijn biografie van Jacob van Lennep. Hij werd zeer goed ontvangen en genomineerd voor de Biografieprijs en de Geschiedenisprijs.

2 Reacties op “De boterham en de goudzoeker”

  1. Paul Claes zegt :

    Beste Marita,

    In mijn jeugd (1950 e.v.) leerden wij verzen van De Schoolmeester uit het hoofd.

    Origineel is de metriek van de Schoolmeester niet: zijn voorbeeld zijn de Ingoldsby Legends. En ook Jean de La Fontaine rijmt regels van ongelijke lengte.

    Van harte

    Paul Claes ________________________________

  2. Myriam Gommers zegt :

    Veel dank voor de geestge tekst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: