Archief | december 2020

Zeven hindernissen in het leven, en wat daartegen te lezen

Je pakt een kookboek als je verwende gasten te eten krijgt, je pakt een klussenboek als je wil weten hoe je een schilderij stevig ophangt, een tuinboek als je in plaats van woekerende klimop een bloeiende clematis wilt planten, een medisch handboek als je wilt weten wat je tegen steenpuisten kunt doen en een reisboek als je naar een plek zonder internet af wilt reizen. Hoe zou het zijn als een mens ook naar boeken zou grijpen in netelige situaties die met de geest te maken hebben? Hoe zou het zijn als er literatuur was die dan bijna vanzelfsprekend uit de kast gehaald zou worden, zoals er nu in verband met corona zoveel mensen De pest van Albert Camus tevoorschijn gehaald hebben? Hoe zou literatuur uit het verleden meer impact kunnen krijgen in het dagelijks leven?

     Laten we ons eens voorstellen bij wat voor soort situaties literatuur zou kunnen helpen. En dan bedoel ik geen snelle ehbo-hulp, maar hulp in de zin van begrip, berusting, herkenning en overdenking. Welke hindernissen in het dagelijks leven zouden aanvaardbaarder gemaakt kunnen worden, of verzacht, als de lijder een boek zou lezen? Ik ga er dan vanuit dat een roman of toneelstuk met verandering van personages, tijd en plaats toepasselijk zou kunnen zijn op wat de lezer het leven bemoeilijkt, en daardoor heling zou kunnen bieden. Omdat de lezer ziet dat hij of zij niet alleen staat, dat er door de eeuwen heen vergelijkbare situaties zijn geweest, die wellicht ook niet opgelost konden worden, en zo de lezer verlichting geven.

     Wat zijn de meest voorkomende hindernissen waar een mens mee geconfronteerd wordt? Wat zou een vrouw, werkzaam op de universiteit, bijvoorbeeld tegenkomen? Ik heb het dan niet over het grote kwaad, niet over moord, niet over geweld, maar over  ergernissen die elke dag kunnen optreden, over hoe je bejegend wordt door anderen, over hele concrete gevallen die je misschien naar een abstracter niveau kunt trekken. Lege plastic waterflesjes in het park: milieuvervuiling. Papieren van de parkeerdienst: bureaucratie. Een marktkoopman die je 500 gram kersen laat betalen terwijl de weegschaal 450 gram aangeeft: hebzucht. En zo komen we bij de zeven hoofdzonden terecht: hoogmoed, hebzucht, wellust, jaloezie, onmatigheid, woede en traagheid. Die kunnen tot groot kwaad leiden, maar ze liggen ook ten grondslag aan kleine, dagelijkse ergernissen. Heb je ermee te maken op het werk, in huis, ben je zelf wellicht de prooi van een van deze kwaden? En bestaat er dan literatuur die je kan helpen om te contempleren over de ergernissen en ze naar een hoger plan te trekken?

     Laten we eens beginnen met hoogmoed. Hoeveel collega’s op het werk zijn er niet die zichzelf te hoog inschatten, die denken dat ze hemelbestormende artikelen schrijven en die het werk van jou nooit eens ter sprake brengen in een college? Zijn er mooie boeken over hoogmoed die ten val komt?  Zullen we archibald strohalm, de eerste roman van Harry Mulisch daarvoor inzetten? Het verhaal van een man die denkt dat hij een kunstwerk kan scheppen over het ‘hiervoormaals’ en dat hij daarmee de wereld naar zijn hand kan zetten. Dat eindigt in een vernederend fiasco en de dood van de hoofdpersoon.  

     En dan die hebzuchtige buurman, die zelf geen auto heeft, maar die van jou telkens te leen vraagt als hij eens naar Ikea moet omdat daar net een kortingsactie is, en die de benzine daarna niet eens vergoedt. En je durft hem niet te kapittelen omdat jouw gasten hun auto vaak bij hem voor de deur zetten. Kijk, dan kun je goed terecht bij Warenar van P.C. Hooft, waar de hebzuchtige hoofdpersoon de kous op de kop krijgt. Weliswaar kun je dan nog geen begrip opbrengen voor de oorzaak van hebzucht. Als je daar verder mee wilt, kun je misschien nog De avonden van Gerard Reve uit oude dozen met boeken van jaren her opduiken, waarin de oorlog aangedragen wordt als excuus voor de zuinigheid van Frits’ ouders. Neem dan vooral ook nog bij het lezen een glaasje bessen-appel-vruchtenwijn.

     Stel je hebt last van collega’s die gluren naar je vormen alsof het nog de  jaren zestig zijn toen dat gewoon en zelfs leuk gevonden werd. Of je bent in een café en er worden verkeerde grappen gemaakt als je als vrouw gretig in het schuim van een glas bier hapt. Wellust dus: daar gaat de halve wereldliteratuur over. Maar mooie geilheid, lust waar je begrip voor op kunt brengen, erotiek die je doet blijven geloven in de schoonheid van het lichamelijke, en je doet beseffen dat er een verschil is tussen vuige wellust en begeerte, lees dan Kort Amerikaans van Jan Wolkers nog eens. En om goed te voelen hoe wellust is die over de grens gaat, zou je de Sara Burgerhart van de leukste dames uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis in handen kunnen nemen.

     Je schoonzus die zegt dat zijzelf altijd truitjes bij H&M koopt als jij net een beeldschone peperdure angoratrui van Versace gekocht hebt. Jaloezie, en die is vaak zo geniepig aanwezig, dat je niet eens beseft dat een opmerking die je steekt eigenlijk getuigt van afgunst. De mooiste tekst over jaloezie is wel Vondels Lucifer. Lucifer, de engel, is afgunstig geworden op de mens, die door God boven de engelen gesteld wordt, hij verzamelt een leger medestanders en trekt ten strijde tegen de engelen die God welgevallig blijven, delft het onderspit en eindigt als duivel.

     De zak chips die leeg moet, het vierde glas prosecco, nog een paar schoenen, nog een boek. Nog een relatie erbij op LinkedIn en nog een foto op Instagram. Op je publicatielijst ook de kleinste bijdrage aan neerlandistiek.nl plaatsen. Postzegels verzamelen. Onmatigheid, of dat nu in eten, drank, seks of bezit is, we kennen het allemaal, van jezelf en anderen, en we ergeren ons er allemaal aan, of het nu bij jezelf of bij de ander is. Voor dat soort boeken moet je naar Adri van der Heijden gaan – in zijn Advocaat van de hanen is de onmatigheid gestold in de mateloze drankzucht van de advocaat.

       De deur wordt met een smak dichtgeslagen, de echtgenote brult nog: zoek het maar uit, en laat je achter met een volle kattenbak en een omgestoten koffiekan en de taak om je broer uit te leggen dat jullie niet naar de verjaardag kunnen komen omdat je te laat van de vergadering kwam om de auto bij de garage op te halen voor zes uur. Woede. Bordewijk misschien, met de meedogenloze Dreverhaven in Karakter? Of is die woede te berekenend en moeten we meer zoeken naar de uitbarsting, de vulkanische woede zoals die optreedt bij vaders en zonen in Knielen op een bed violen van Jan Siebelink, waarin drie generaties hun frustaties uiten in ontembare vernielzucht?

Je bent redacteur van een tijdschrift, je hebt de recensierubriek onder je hoede, je verdeelt boeken en dan moeten de aanmaningsmails de deur uit. Goed, er zijn altijd een stuk of drie medewerkers die net voor de deadline inleveren, maar die anderen… Het boek ligt inmiddels al bij De Slegte, en nog is de recensie er niet. Traagheid, ach wie lijdt er niet aan? Belastingaangiften gaan te laat de deur uit, een beterschapswens blijft liggen, mails wachten op antwoord. Maar hebben we behalve Oblomov een andere romanfiguur die tot niets komt? Je hebt natuurlijk de trage ambtenaar Slijmering in Max Havelaar. Maar is er ook een boek waarin de onontkoombaarheid van het uitstellen van handelingen zo beschreven wordt dat je begrijpt waar het vandaan komt? Of moeten we nu denken aan de schrijver zelf die boeken niet voltooit die hij beloofd heeft: Het boek van violet en de dood, van Gerard Reve?

 Kortom: mens erger je niet, neem een boek – ook de Nederlandse literatuur heeft ze.

Deze bijdrage werd geschreven voor de bundel Voltreffer! Populariteit en popularisering van de historische Nederlandse letterkundedie werd samengesteld ter gelegenheid van het emeritaat van prof. dr. Lia van Gemert, hoogleraar Historische Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.