Dagboek van een lezer 2 (juli 1806)

Iedereen vertelt heden over Mietje Hulshoff. De schrijfster is de dochter van de overleden dominee van de doopsgezinde kerk. Ze heeft een vreemde neiging tot opstand. Al twee jaar geleden kwam ze in aanraking met de politie vanwege een opruiend geschrift, maar ze werd vrijgesproken. Nu heeft ze in april door het hele land pamfletten verspreid tegen de Fransen, met de opruiende titel; Oproeping, van het Bataafsche volk, om deszelfs denkwijze en wil openlijk aan den dag te leggen, tegen de overheersching door eenen vreemdeling waarmede het Vaderland bedreigd wordt. Ze heeft het notabene voor eigen rekening laten drukken, en ze is zelf in een koets door het land getrokken om overal bij boekhandelaren en koffiehuizen het boekje te slijten. Ze gaat te keer tegen keizer Napoleon die zijn broer koning van Holland schijnt te willen maken. Dat is natuurlijk infaam, om onze Republiek zo te vernietigen, maar evengoed is het niet verstandig om zo naar buiten te treden. Als het mijn dochter was, zou ik haar wel tegengehouden hebben. Dit schrijft ze:

Over ons wil men een vreemd Vorst, met eigendunkelijke magt, de Schepter laten voeren; deze Republiek van eene vrije en onäfhankelijke Bondgenoote, gelijk zij behoort te zijn, in een wingewest veranderen, ons voor altoos tot slaven maken!! … Binnen weinige weken zal deze rampzaligste staat de onze zijn, ten zij gij U op een waardige wijze tegen zulk een ontwerp verzet.

Haar moeder was desperaat en heeft geprobeerd haar te verstoppen, maar het wicht zoekt zelf de aandacht. Ze heeft aan de politie laten weten waar ze te vinden was. Maar toen de agenten kwamen aanzetten met een arrestatiebevel, was Mietje verdwenen. Onbekende heren in een rijtuig met vier paarden hadden haar meegenomen, terwijl ze hevig tegenstribbelde. Dat vertelden ooggetuigen. Wie hebben Mietje ontvoerd? In de stad zeggen ze dat het haar moeder was, die haar wilde vrijwaren van politiegeweld. Maar misschien waren het ook oude patriotten die haar tegen zichzelf willen beschermen. Of handlangers van de justitie, die zit niet te wachten op een proces tegen een vrouw, daar komt altijd heibel van. Er wordt zelfs gezegd dat het representanten van de regering waren die bang waren voor oproer. Want alle echte vaderlanders zijn op haar hand. Hoe dan ook: Mietje is ontsnapt, teruggegaan naar Amsterdam, regelrecht naar de politie gestapt en ze eiste arrestatie. De politie aarzelde en toen dreigde ze een brief aan het stadsbestuur te schrijven over achteloosheid. Ze wilde zichzelf gewoon opofferen voor de goede zaak. De politie kon niet anders dan haar opsluiten, en ze kreeg een proces. De eis was driejarige opsluiting en eeuwige verbanning uit Holland, op grond van haar lasterlijk geschrijf tegen de overheid, van belediging van hooggeplaatste personen en het aanzetten tot oproerige beweging. Willem Bilderdijk werd een van haar advocaten. In zijn pleitrede stelde hij haar voor als kwetsbaar en geëxalteerd. Eigenlijk bepleitte hij vrijspraak op basis van haar vrouwelijke gevoeligheid. Mietje wilde daar echter niets van weten. Dat soort slappigheid hoort niet bij haar. Wat Bilderdijk ook probeerde als excuus voor haar actie: de vroege dood van haar vader, haar jeugdige leeftijd of haar vrouwelijk geslacht, het mocht van haar allemaal niet meetellen in de bepaling van de straf. Voor de wet moet iedereen gelijk zijn. Ze besloot zichzelf te verdedigen. Maar toen ze op 18 juli voor de rechter kwam, kon ze geen woord uitbrengen. Dus die vrouwelijke gevoeligheid, daar had Bilderdijk wel gelijk in. Het vonnis is nu geveld: twee jaar opsluiting.

Afbeelding van burgervrouwen, moeder en dochter, rond 1806

Dit is een stuk uit het lezersdagboek dat ik verwerk in mijn eerstvolgende boek over het lezen in de negentiende eeuw. Ik zette er al een op mijn blog op 1 januari 2021.

Over maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. Colleges geef ik nog in het buitenland en voor de HOVO (VU) en de Illustere School (UvA). Januari 2018 verscheen mijn biografie van Jacob van Lennep. Hij werd zeer goed ontvangen en genomineerd voor de Biografieprijs en de Geschiedenisprijs.

2 Reacties op “Dagboek van een lezer 2 (juli 1806)”

  1. Jan Postma zegt :

    De moeder was inderdaad wanhopig, zo blijkt uit een brief die zij op 10 februari 1807 aan de minister van Justitie Van Hooff schreef. ‘Ik verzoek U om op generlei aanzoeken van vriend of vijand, te harer invrijheidstelling eenige acht te slaan of derzelve ter kennis van de Koning te brengen (…) Haar zoude daardoor ondienst geschieden’. Dit schreef de moeder van Maria Hulshoff toen de dochter al geruime tijd opgesloten zat in het Amsterdamse stadsverbeterhuis.
    De brief bevestigt nog eens dat de moeder ten einde raad was en niet wist hoe ze met haar dochter aan moest. Blijkbaar had ze geen enkel gevoel voor het patriotse engagement dat Maria van haar in 1795 overleden vader Allard Hulshoff, doopsgezind predikant en publicist, had meegekregen. De brief trof ik bij een onderzoek in het Nationaal Archief aan als ‘bijvangst’ in de collectie Van Hooff, 2.21.243, inv.nr. 27. Zie ook mijn column over dit onderwerp: http://www.weyerman.nl/14558

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: