Dagboek van een lezer 7

We hebben zo gelachen gisteren bij onze literaire club, Oefening kweekt kennis. Ik had gehoord dat er een jonge dichter zou optreden, die eigenlijk nog drukkersgezel is maar die opgang maakt met een verhaal over een zekere Pieter Spa. Zo kondigde hij zijn optreden aan: Pieter Spa’s reize naar Londen, ter gelegenheid van het krooningsfeest van koningin Victoria. Die kroning was twee jaar geleden, in 1837 dus. Nu, zoals die man voorlas, zo heb ik het nog nooit meegemaakt. Meestal toch zijn schrijvers die komen voorlezen deftige heren die de tijd nemen om hun toehoorders te doordringen van de diepzinnige inhoud van hun bespiegelingen. Deze jongeman, Van Zeggelen heet hij, kwam op met een innemende glimlach en een olijke blik, en hij liet het koddige en luimige bij de voordracht heel geestig uitkomen. De toehoorders gierden al na enige minuten van pret, toen hij begon met het tafereeltje waarbij de rentenier Pieter Spa aankondigt naar Londen te willen, en zijn kousenstoppende vrouw hem erop wijst dat hij nog nooit verder dan van Den Haag naar Amsterdam gereisd heeft en geen taal dan Hollands spreekt. Ze begrijpt er niets van: hij is altijd zo gierig en nu wil hij met de dure stoomboot.

Met koffer, valies, paraplu, overjas en hoedendoos stapt hij in Rotterdam op de boot, waar hij zeeziek wordt en zich beroerd en wel op het dek te slapen legt, onder zijn overjas. Als hij wakker wordt en meent in Londen te zijn, blijkt hij op de verkeerde boot te zijn gestapt en is hij in Duinkerken beland. Of hij misschien een processie wil bekijken, vragen ze hem. Nou, en toen deed Van Zeggelen dat Vlaamse taaltje na, zo van ‘parbleu, jou passe niet is koete’. Wat wil zeggen: verdorie, je paspoort deugt niet. Nu heeft de koning België dit jaar wel eindelijk erkend, maar het blijft toch een mal en achterlijk land met die Vlamingen die geen Nederlands en die Walen die geen Frans kunnen spreken.

Maar goed, Spa kon tegen grof geld met een smokkelaarsschuit vol varkens mee naar Londen. Na allerlei tegenslag komt hij nog net op tijd in Londen aan. Voor een Hollandse gouden munt krijgt hij een staanplaats op een propvolle tribune. Als het volkslied aangeheven wordt, wil hij zoals het hoort zijn hoed afnemen. Maar hij zit zo ingeklemd dat hij zijn armen niet omhoog krijgt.

Zijne armen hingen langs hem neêr,

Hij kon geen lid of vin verwrikken.

Hij was voor zijn bestel beducht,

En hijgde vaak naar versche lucht.

De omstanders roepen: ‘Pull off that hat’, maar het lukt hem niet. Een boze Engelsman beukt dan zijn hoed over zijn oren, zodat hij niets meer ziet als Victoria voorbijkomt:

Daar heft op eenmaal de euvelmoed

Zijn ijzren vuist omhoog en doet

Haar nederbonzen op Spa’s hoed,

Die om het hoofd niet sluitend scheen

Want, toen de slag werd toegebragt

Verkeerde hem de dag in nacht:

De hoed gleed eensklaps naar beneên,

Hem over neus en lippen heên.

En, tot de kin er in gedoken,

Was ’s mans gelaat in ’t vilt verstoken.

En dan moet hij weer terug en zijn vrouw de mislukking vertellen. Die constateert tevreden dat ze hem toch gewaarschuwd had.

Enfin, het verhaaltje stelt niks voor, maar die Van Zeggelen wist er echt iets van te maken. Van die man gaan we nog vaker horen. Heel afwisselend is dat gedicht ook, met zo’n huiselijk tafereeltje in het begin, dan die man die niet gewend is te reizen en op de verkeerde boot stapt. Vervolgens die Belgen die hem flink afzetten voor zijn stommiteit. Dan volgt er nog een heel romantische beschrijving van de angst van Pieter Spa als er een storm losbreekt. Heel klunzig dwaalt hij door Londen, en als hij thuiskomt heeft hij schrik voor de sarcastische woorden van zijn vrouw. Pieter Spa is typisch iemand die vijftig jaar achterloopt in de tijd en van stoomboot en reizen geen weet heeft. Dat type ken ik wel. Mijn eigen oom Pieter die in de zestig is en vroeger een handel in linten had en nu couponnetjes knipt, is er ook zo een. Die oom van mij, die lijkt weer sprekend op een type waarover ik las in een boek dat net is uitgekomen, van een zekere Hildebrand. Camera Obscura heet het, en daarin staat een verhaal over een benepen Leidse student, Pieter Stastok. De vader van die Stastok, dat is nou precies zo iemand als Pieter Spa en als mijn eigen oom Pieter. Hoe ik nou al die Pieters uit elkaar moet houden weet ik niet. Die Van Zeggelen heet in elk geval gewoon Willem.

Over maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. Colleges geef ik nog in het buitenland en voor de HOVO (VU) en de Illustere School (UvA). Januari 2018 verscheen mijn biografie van Jacob van Lennep. Hij werd zeer goed ontvangen en genomineerd voor de Biografieprijs en de Geschiedenisprijs.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: