Dagboek van een lezer 8

Ik had een woordenwisseling met mijn vrouw. Gisteravond las ik voor uit de Belangrijke tafereelen uit de geschiedenis der lijfstraffelijke regtspleging. Ook Anna en Johan waren erbij, de jongere kinderen waren al naar bed. Iedereen heeft het over dat boek, het bijzondere is dat de schrijver oude rechtbankverslagen opgediept heeft en daar mooie verhalen van maakt. Van sommige moorden blijkt pas na jaren wie de eigenlijke dader was, terwijl al die tijd een onschuldige in het gevang zat. Of men vindt een lijk en kan niet achterhalen wie het is, tot een toeval de zaak oplost.

Zo vertelt de schrijver over een paard dat op hol geslagen was en het woud in vluchtte. De knechten gingen er achteraan, en toen ze het beest aantroffen, stond het stil naast het lijk van een jonge man in vreemde kledij. Het gerecht probeerde alles om te achterhalen wie de dode was en wie de dader, maar uiteindelijk nam men maar aan dat het om een Turk ging, al stond er op zijn arm een tatoeage met gewone letters, niet van die speciale oosterse tekens. Elf jaar later was er kermis in die streek, men vertelde elkaar verhalen over recente moorden, en een man vertelde over de onbekende Turk en de tatoeage. Daarop werd een toehoorder lijkbleek. Het bleek de vader van de vermoorde te zijn, die al jaren op zoek was naar zijn zoon. De jongen was zo vreemd gekleed gegaan omdat hij optrad als koorddanser in zijn vaders circus. De knaap was met een collega naar een kermis gereisd, en toen die man alleen terugkwam, zei hij dat de zoon weggelopen was en zich als huursoldaat aangemeld had. Nu bleek wie de moordenaar was. Die werd opgepakt, maar nog voordat hij berecht kon worden, hing hij zichzelf op.

Mijn vrouw vond dit verhaal nog wel geschikt voor de kinderen, omdat de daad uiteindelijk gewroken werd, maar zij ergerde zich over het verhaal van een ongehuwd dienstmeisje, dat bij haar minnaar een kind had gekregen. Dat had zij met een steen om de hals in de gracht gegooid. Deze moord was uitgekomen omdat er vier zilveren lepels vermist waren. Haar baas veronderstelde dat het dienstmeisje die per ongeluk met het spoelwater in de gracht gegooid had. Maar toen er een baggerman naar de lepels ging zoeken, kwam het lijkje van de ongelukkige zuigeling naar boven.

Toen de kinderen naar bed waren hebben we daarover gesproken. Mijn vrouw vond die misdaad te gruwelijk voor de kinderen. Ook meende zij dat die niet hoefden te weten dat ongetrouwde vrouwen een kind kunnen krijgen. Zij zouden dan wellicht vragen stellen die we niet willen beantwoorden. Nu heb ik haar uitgelegd dat je kinderen toch ook moet leren wat er aan verderfelijks in de maatschappij is. De schrijver laat steeds zien dat door tussenkomst van God toch de ware misdadigers gestraft worden. Zij meende echter dat het verhaal over de kindermoord te aangrijpend was. Inderdaad kwam Anna de volgende dag bleek en met kringen onder haar ogen uit haar slaapkamer: ze had geen oog dichtgedaan. Ik heb nu mijn vrouw beloofd dat ik eerst alle verhalen lees en dan besluit of er bij zijn die te gruwzaam zijn om voor te lezen in de familiekring.

Het misdaadverhaal gebaseerd op ware gebeurtenissen is nieuw in de tijd dat onze lezer het voorlas aan zijn gezin. De auteur, een ambtenaar bij de provincie Utrecht, Jan Bastiaan Christemeijer, was zijn tijd vooruit met de Belangrijke tafereelen uit de geschiedenis der lijfstraffelijke regtspleging (1819) en Nieuwe tafereelen uit de geschiedenis der lijfstraffelijke regtspleging (1828), beide ettelijke malen herdrukt en zeer hoog gewaardeerd bij het publiek. Bij Christemeijer worden de misdaden vaak bij toeval opgelost, maar er zijn bij hem ook ‘detectives’, slimme politie-inspecteurs die blijven volhouden tot een diefstal of moord opgelost is. De echte ‘detective’ zal pas aan het eind van de negentiende eeuw geschreven worden. De Engelse schrijver Wilkie Collins zou de eerste schrijver daarvan zijn met The woman in White (1860) en The moonstone (1868). Maar Edgar Allan Poe was hem nog voor met drie verhalen over de scherpzinnige detective C. Auguste Dupin, voor het eerst in The murders in the Rue Morgue (1841). Terwijl nu vooral detectiveseries op tv (Netflix) met autistische, alcoholverslaafde en vereenzaamde misdaadonderzoekers populair zijn, waren de eerste detectives in een hoofdrol vooral slimme redeneerders.

Over maritamathijsen

Als emeritus hoogleraar ben ik verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zie voor mijn publicaties op de website van de universiteit. Colleges geef ik nog in het buitenland en voor de HOVO (VU) en de Illustere School (UvA). Januari 2018 verscheen mijn biografie van Jacob van Lennep. Hij werd zeer goed ontvangen en genomineerd voor de Biografieprijs en de Geschiedenisprijs.

3 Reacties op “Dagboek van een lezer 8”

  1. ad zegt :

    Dank jewel Marita!
    Voorlichten en opvoeden blijft geboden als je de ‘wereld’ wilt betreden.

  2. L. Roessingh zegt :

    Was E.A. Poe niet eerder als schrijver van een detective?

    • maritamathijsen zegt :

      Ja, Poe wordt ook genoemd, met de scherpe detective C. Auguste Dupin die optreedt in drie van zijn verhalen. Maar als schrijver van ‘detectiveromans’ wordt Wilkie Collins als eerste genoemd. Ik zal de vermelding enigszins aanpassen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: