Archief | juni 2021

Het is zover

Het is zover. Het boek over het lezen in de negentiende eeuw is klaar. Ik heb het de anticonventionele titel L gegeven, een titel bestaand uit één letter dus, en als ondertitel: Het lezen van de negentiende eeuw. Expres dubbelzinnig: het lezen zoals het was in de negentiende eeuw, maar ook: hoe wij de negentiende eeuw lezen. L staat voor de lezer of lezeres in die tijd.

Op 30 september hoop ik het te kunnen presenteren in de Lutherse Kerk van Amsterdam, onder auspiciën van Spui25. Toegankelijk voor iedereen. Daar zal ik toelichten wat ik gedaan heb, het eerste exemplaar uitreiken aan ??? en daar zullen drie lezers optreden die de dagboeken van lezers die in L voorkomen voorlezen.

L is een geschiedenis van het lezen van proza en poëzie, maar niet gebaseerd op de traditionele literatuurgeschiedenissen of op de canon. Dat wat in de gewone literatuurgeschiedenissen centraal staat, komt soms helemaal niet voor in L. De Tachtigers speelden maar een ondergeschikte rol indertijd, Jacob Geels Gesprek op den Drachenfels dat elke student Nederlands moet lezen, kende de doorsnee lezer niet. Potgieter stond in de marge, Multatuli’s toneelstuk Vorstenschool werd vaker herdrukt dan de Max Havelaar. Maar dat stuk werd dan ook gezien als vuilmakerij van koning Willem III.

Ik heb geprobeerd de toptien van de decennia te achterhalen. Een lastige opgave, want oplagecijfers zijn zelden bekend, aantallen herdrukken zijn niet voor alle boeken te achterhalen, er zijn nauwelijks cijfers van leesbibliotheken en er waren nog geen openbare bibliotheken tot 1899. Moeilijk te becijferen zijn ook de publicaties van delen van romans in kranten of tijdschriften. Eline Vere dat vier drukken haalde in de negentiende eeuw, verscheen eerst in Het Vaderland als feuilleton – maar die Haagse krant had slechts 2500 abonnees. Daartegenover verscheen er van Hendrik Consciences roman Een goed hart maar één druk, maar het verhaal had wel in De Katholieke Illustratie gestaan, met 50.000 abonnees. Veel profijt heb ik gehad van de geweldige romandatabase van Toos Streng, waaraan ik het aantal bekende herdrukken van in Nederland uitgegeven romans kon ontlenen.

Verder heb ik natuurlijk veel gebruik gemaakt van recensies (alle jaargangen van Vaderlandsche Letteroefeningen doorgenomen) en geprobeerd te achterhalen waarover veel gesproken werd, door in verzamelingen pamfletten en brochures te kijken of er reacties waren op bepaalde boeken. Op Da Costa’s Bezwaren tegen de geest der eeuw bijvoorbeeld kwamen tientallen pamfletten uit.

Ik heb het verhaal van het lezen, gebaseerd op vlijtig onderzoek, onderbroken met verzonnen dagboekstukken van een lezer of lezeres, waarin die zijn of haar gevoelens over een roman of dichtbundel die hij/zij net gelezen heeft neerschrijft. Dat is net zo onconventioneel als de eenletterige titel. U heeft er hiervoor al een achttal kunnen lezen. Wat ik de L laat uitspreken komt uit mijn duim, maar die duim is rechtstreeks verbonden met wat ik weet over de lezers van de eeuw. Al op mijn achtste ben ik begonnen met Dickens te lezen…

Lees hieronder wat mijn uitgever denkt over L.