Archief | juli 2022

Buijnsters en Mathijsen over Betje en Aagje

Vandaag, 30 juli 2022, staat er in de NRC een interview met Piet Buijnsters en mij over Betje Wolff en Aagje Deken. Buijnsters’ biografie van de dames verscheen in 1984 en is allang niet meer te krijgen. Die van mij zal niet voor 2024 verschijnen. Meer dan Piet wil ik de nadruk leggen op de positie van Betje als vrouw. Ik noem het een ‘emobiografie’. Wat we in NRC niet aangesneden hebben zijn de grote vragen: waarom doe je het eigenlijk? Wat wil je bereiken door jaren van je leven te wijden aan een dode schrijver? Zegt zo’n biografie niet meer over de biograaf dan over de gebiografeerde? Ik denk dat het allemaal gevechten zijn tegen het vergeten, tegen het onwaardige van de dood. Onwaardig omdat elk mens uniek is en verdient in de aandacht te blijven. Een biografie van Betje is dan tegelijk een biografie van al die vergeten vrouwen uit de achttiende eeuw. Enfin: dat interview komt nog wel eens. Klik nu maar hieronder op de internetversie (die wat uitgebreider is dan die in de krant) waarin Piet en ik elkaar vinden in bewondering.

‘Piet, wist jij dat het hondje van Betje Wolff is overreden?’ – NRC

Wishful thinking? Het portret van Adriaan Wolff…

Al sinds de negentiende eeuw wordt er gezocht naar een portret van dominee Adriaan Wolff, de echtgenoot van Betje Wolff. Het is tot nu toe nog niemand gelukt dat te vinden. Nu is het zeker dat er een portret geweest is: Adriaan heeft er een opgestuurd naar Betje toen hij met het jonge meisje in Vlissingen correspondeerde. Waarschijnlijk is dat zo’n zwart silhouetportret en profil geweest, zoals ze indertijd gemaakt werden. In de negentiende eeuw stuurden dominees een dergelijk portret op naar de gemeente waar ze zouden komen te werken. Wellicht was dat ook in de achttiende eeuw al het gebruik.

Hoe dan ook: Adriaan Wolff was zelf wel niet zo bekend als zijn vrouw, maar hij had toch wel enige naam als schrijver van theologische werken en gelegenheidsverzen. In Middenbeemster was hij 47 jaar lang predikant. Van Betje werden portretten gemaakt: is het dan niet logisch dat er ook van hem wel enige portretten moeten zijn? Maar waar zijn ze gebleven? Ze waren niet bij de tentoonstellingen die er vanaf 1884 over Wolff en Deken georganiseerd zijn, ze staan niet in de diverse biografieën, en ook de meesteronderzoekers Johan Dyserinck en Piet Buijnsters hebben er geen gevonden.

Nu was ik op zoek naar een almanak die volgens Buijnsters zoek is.[1] Daarin heeft Betje aangetekend hoe haar reis in 1788 uit Beverwijk naar Trévoux verliep. Zij was toen met Aagje op de vlucht gegaan uit Nederland vanwege haar patriottische sympathieën, die nadat de stadhouder de politieke macht terug had gekregen, niet gewaardeerd werden. Die almanak bleek inmiddels in bezit te zijn van de Universiteit van Amsterdam, en in de Pierson Afdeling kon ik hem bekijken. Leuk, die opsomming van namen van de plaatsen die de koets aandeed met daarin drie vrouwen (een Franse vriendin was ook mee) en hun bagage. Vanuit hun prachtige huis in Beverwijk via Amsterdam, Breda, Antwerpen, Brussel, Rheims, Dijon en zo nog wat plaatsen naar Trévoux. Ik zag ook nog wat cijfers over uitgaven voor olie, koffie, een zuster en het wassen van lijfgoed. Leuk, heel leuk voor een biografieschrijver.

Almanac génealogique pour l’Année 1788, aantekeningen van Betje Wolff (bovenaan) over de reis naar Trévoux.

Het is een hele mooie almanak, met prachtige gravures naar een Maastrichtse roman uit 1786: Camille, ou lettres de deux filles de ce siècle. Ik bekeek het boekje van alle kanten – en toen viel me opeens op dat op het omslag een portretje van een man geplakt was. Zo’n zwart-wit silhouet. Het zou toch niet….

Omslag (band) van de Almanac généalogique 1788 uit de UBA.

Zou Betje toch zoveel om haar overleden man gegeven hebben dat ze zijn afbeelding bijgeknipt had en op haar reisboekje geplakt? Zou dit dominee Wolff kunnen zijn? Maar de afgebeelde ziet er niet erg domineeachtig uit, met zijn pruik met staartje en strik, en een jabot. Of droegen dominees dat juist ook in die tijd? Ik zocht op internet naar achttiende-eeuwse dominees in silhouet, kwam vervolgens een boekhandelaar uit Harderwijk tegen met vergelijkbaar jabot en staartje – dus iemand uit vergelijkbare kringen. Toch misschien?

Er is maar één manier om mijn illusie onderuit te halen: een ander exemplaar van die almanak opsnorren en kijken of die hetzelfde omslag heeft, met hetzelfde opgeplakte plaatje. Ik zocht op Worldcat: alleen in Polen schijnen er exemplaren uit dezelfde tijd te zijn van de Almanac généalogique pour l’Année 1788. Avec l’Approbation de l’Académie Royale des Sciènces et belles Lettres à Berlin. Op Google vind ik wel enkele exemplaren uit andere jaren, maar geen uit 1788.

Titelpagina

            Wat nu? Ik heb een vriend die geregeld in Polen komt om hulp gevraagd. Maar eigenlijk denk ik: ergens in Middenbeemster moet er in de vele oude huizen, op zolder, in een bijbel of kerkboekje, toch wel het silhouetplaatje van dominee Wolff te vinden zijn? Ik denk dat ik de huidige predikant van Middenbeemster ga verzoeken of hij vanaf de preekstoel ernaar wil vragen, ik ga uitzoeken of er Midden-Beemster-buurtkrantjes zijn en zet daarin een oproep. De Wolff moet terug in Nederland!


[1] P.J. Buijnsters, Bibliografie der geschriften van en over Betje Wolff en Aagje Deken. Utrecht 1979, p. 209, nr. 676.