Archive by Author | maritamathijsen

Wij tegen het water

We hebben weer een hoogleraar negentiende-eeuwse literatuur. Lotte Jensen in Nijmegen is degene die die specialisatie weliswaar niet in de leeropdracht heeft staan, maar het is uit alles duidelijk dat ze op die negentiende eeuw de nadruk legt in haar onderzoek en onderwijs. Afgelopen vrijdag hield zij haar oratie. Lotte werkte als postdoc onder mijn leiding  aan haar veelgeciteerde boek De verheerlijking van het verleden (2008). Het stemt mij intens tevreden in haar een academische voortzetter van mijn fascinatie voor de negentiende eeuw gekregen te hebben. De studenten die zij opleidt zijn in goede handen.

Haar oratie gaat over de strijd tegen het water en hoe bindend die werkt en tot gemeenschapszin leidt. Vooral rampzalige overstromingen leidden tot een heroïsche inzet om slachtoffers te helpen. Lotte Jensen wil met haar oratie vooral laten zien hoe de Nederlandse identiteit verbonden wordt met de strijd tegen het water, en hoe die culturele constructie ‘bij vlagen heroïsche en mythische proporties aanneemt’. U kunt haar verhaal nalezen in het boekje Wij tegen het water, uitgegeven door Vantilt.

Wat zij in het kort ook aansnijdt, is het verschijnsel van liefdadigheidsuitgaven, speciaal voor slachtoffers van rampen. Dat zijn boekjes van een paar pagina’s, meestal met een gedicht dat toepasselijk is op de ramp. Ze werden tegen een lage prijs verkocht onder de burgerij en de opbrengst ging naar de gedupeerden. Het lijkt vooral iets van de negentiende eeuw te zijn, maar er zijn ook vroegere van die uitgaven ‘ten voordeele van de slachtoffers van…’. Vaak waren die voor overstromingsslachtoffers, maar het kan ook om branden, de cholera, een ontploffing of mislukte oogsten gaan. De auteurs van die uitgaven zijn zowel lokale als nationale beroemdheden. Hendrik Tollens is de kampioen van liefdadigheidsuitgaafjes. Als hij een liefdadigheidsgedicht schreef, was de opbrengst gegarandeerd hoog. Ikzelf heb al vaker over de literatuur voor liefdadigheid geschreven, onder andere in De gemaskerde eeuw,  in Nederlandse literatuur in de romantiek  en in Verliefd op het verleden.

Een vroege liefdadigheidsuitgave voor watersnoodslachtoffers is er een uit 1799 bij een overstroming in Nijmegen: Merkwaardige brief uit Nymegen, wegens de ellende aldaar, door het water veroorzaakt. Het was voor 3 stuivers, ‘ten voordeele der Ongelukkigen’ te bekomen bij boekhandelaars in de hele randstad. Vijf predikanten schreven het boekje waarin deerniswekkende verhalen staan over slachtoffers en onvoorziene reddingen. Zo had een boer zijn vee in een schuur op een verhoging gebracht, de schuur werd met vee en al van zijn grondvesten getild en door het ziedende water kilometers verder neergeplant – al het vee overleefde. Ze beschrijven hoe een brakke schuit op woedende golven in de akeligste duisterheid van die ijselijke nacht door de storm voortgejaagd werd, onder donder en bliksem zonder roer of spanen, slechts met een koekenpan om het water uit de boot te hozen. Uiteindelijk werd de schuit op de wallen van Nijmegen gesmeten en de opvarenden konden gered worden.

watersnoodbriefNymegenDe meeste watersnoodhulpgedichten zijn wellicht in 1861 geschreven, toen er rondom Nijmegen 21 dorpen getroffen werden. Een student van me telde 88 uitgaven. Slachtoffers waren er 37 – niet zo heel veel voor wie weet dat de Watersnoodramp van 1953 officieel 1836 doden telde, en eerdere overstromingen zoals de Tweede Marcellusvloed en de St.Elisabeth’s vloed duizenden slachtoffers maakten. Ook Jacob van Lennep liet in 1861 voor de slachtoffers in Noord-Brabant een gedicht drukken, Rouwtoonen, dat bij de gebroeders Muller in Den Bosch gedrukt werd en voor een kwartje te koop was. Het leukste watersnoodgedicht is van de hand van Peter de Génestet. Die speelde dubbelspel: hij kritiseerde het genre maar zijn gedicht was wel uitgegeven ‘ten voordeele der overstroomden’. Het was opgedragen ‘Aan de waternood-poëten’ die ‘fluks aan het verzen lijmen’ waren geslagen:

Op, ’t is nu tijd van zingen,

Heel akelig – dat spreekt!

Laat allen handenwringen,

Terwijl u ‘t harte breekt.

Als het de dichter niet snel lukte kon hij ook wat streepjes zetten, ‘dat staat verschrikkelijk naar’. En hij kon ook oude verzen recyclen. In plaats van schapen laat hij dan koeien verzuipen. Hij moest vooral ook een opa op een dak zetten met een baby in de armen of een wiegje in de vloed laten drijven. Zo kan er zelfs voedend brood gemaakt worden van waterpoëzie, besluit De Génestet.

KoningWillemIIIwatersnood

Koning Willem III komt slachtoffers te hulp in 1861, afgebeeld in een wassenbeeldenmuseum

Lotte Jensen plaatst die watersnoodgedichten in een groter geheel van literaire verwerking van rampen. Daarover zal nog een boek verschijnen. Het is duidelijk dat zij oog heeft voor de rafelranden van de literatuur, en juist die zijn zo belangrijk in de negentiende eeuw.

Advertenties

Ken ik u ergens van? De lezer van de negentiende eeuw.

Negende Jacob van Lennep-Lezing.

Hebben we wel een goed beeld van de negentiende-eeuwse lezer? Dan bedoel ik de literatuurlezer, niet de lezer van kookboeken of de Enkhuizer almanak. Het is alweer 37 jaar geleden dat Bernt Luger zijn revolutionaire lezing hield: ‘Wie las wat in de negentiende eeuw?’ Het tekende een andere omgang met de literatuur van de negentiende eeuw, die al enige jaren daarvoor op gang was gekomen. Sindsdien heeft het onderzoek naar de lezer van de negentiende eeuw een hoge vlucht genomen, met proefschriften over recensies, met minutieus onderzoek naar de kopers van boeken, met boeken over protestantse lectuur, over censuur en pornografie. Maar hebben die ons verder gebracht met onze kennis van de lezer?

verhuelllezers

Er zijn ook sindsdien veel meer persoonlijke getuigenissen uit dagboeken en briefwisselingen gepubliceerd, wat zou kunnen helpen bij het vormen van een lezersportret. Delpher maakt krantenonderzoek een stuk makkelijker. We zouden advertenties voor boeken kunnen gaan bestuderen, maar wat zeggen die precies? Multatuli klaagde erover dat er geen advertenties van Max Havelaar verschenen en toch kan Max Havelaar een van de invloedrijkste boeken van de eeuw genoemd worden. Het zou bepaald niet makkelijk zijn een lijst samen te stellen van de meest invloedrijke boeken van de negentiende eeuw. Als je die voor Nederland zou wil samenstellen, heb je grote kans dat veel titels vertalingen uit het buitenland zijn. Zouden De brave Hendrik van Nicolaas Anslijn en De opkomst van de Nederlandsche Republiek van John Lothrop Motley op zo’n lijst komen? Waren er misschien ook boekjes die in zeer kleine oplagen onder de toonbank verspreid werden en toch invloed hadden? Wat betekenden boeken voor de negentiende-eeuwer dan eigenlijk? Vanuit de Verlichting was hij gewend grote betekenis te hechten aan kennisvermeerderende boeken. De particulier kocht graag cognitieve boeken. Maar wat verwachtte hij van bellettrie, literatuur? Het is de tijd van de opkomst van de roman, en die heeft wellicht toch heel andere lezers voortgebracht dan de achttiende-eeuwse spektatoriale geschriften en ontologische dichtbundels.

De vraag die bij de zoektocht naar de lezer opkomt is: moeten de literatuurprofessoren van nu eigenlijk nog wel literatuurgeschiedenissen schrijven, nu de nadruk steeds meer op de lezer en op het boek in het algemeen is komen te liggen? Is het nog wel gewenst een literatuurgeschiedenis te schrijven vanuit hedendaagse criteria over waarde en originaliteit – want dat doen de meest recente literatuurgeschiedenissen nog steeds? Nu het vak Nederlands en de literatuur zo in de gevarenzone terecht zijn gekomen, hoe kunnen we dan nog braaf opsommingen schrijven van wat wijzelf de canon vinden? Zou een geschiedenis van waar de lezer door geïntrigeerd werd, wat hem tot aanschaf of reacties bewoog, niet interessanter zijn dan een traditionele literatuurgeschiedschrijving?

De bovenstaande vragen ga ik stellen en deels beantwoorden in de negende Jacob van Lennep-lezing die ik geef op 4 oktober, 8 uur in Spui 25, Amsterdam. Meld u zich wel aan: de zaal is zo vol, op Spui25

 

Troostbloemen

Vandaag kreeg ik een grote bos bloemen met een kaartje: ‘Bloemen voor jou, omdat jij en ik en vele anderen wel beter weten. Hartelijke groet, Jacob van Lennep’. Ik verraad niet wie de echte afzender was. Ja, het is spijtig, De bezielde schavuit heeft de Nederlandse Biografieprijs niet gehaald. Het is gebleven bij de nominatie in de short list. Maar ik krijg dagelijks via de mail en de post (ja, ik ontvang ook echte brieven, soms handgeschreven) complimenten van lezers die meegesleept zijn door het boek. En dat is de prijs waar een auteur echt op zit te wachten: geboeide lezers.

Ik geef de komende tijd nog lezingen of interviews over Van Lennep in Oosterbeek (23 september), in Roermond (6 oktober), in het Historisch café in Amsterdam (10 oktober), in Zutphen (17 oktober), in Lelystad (24 oktober), in Haarlem (31 oktober), in Oisterwijk (6 november), in Laren (13 november), in Izegem (14 november), in Maastricht (16 november), in Edam (22 november), en nogmaals Oosterbeek (2 december). Verder treed ik woensdag 26 september in het Gronings Museum op met Hella en Freek. Geen idee waarover dat zal gaan. Zie voor details: Uitgeverij Balans

troostbloemen1

Maar inmiddels ploeter ik ook aan de nieuwe literatuurgeschiedenis. Daarover geef ik op 4 oktober in Spui 25 in Amsterdam de negende Jacob van Lennep-lezing onder de titel:

Ken ik u ergens van? De lezer van de negentiende eeuw.

Nadere informatie volgt.

 

Shortlist Nederlandse Biografieprijs

De bezielde schavuit staat, met vier andere biografieën, op de shortlijst van de Nederlandse Biografieprijs. De andere hebben allemaal twintigste-eeuwers als onderwerp. Afwachten maar…

De Vondel-uitgave van Jacob van Lennep: een verhaal over idealisme, een bodemloze put en editieroverij

Op vrijdag 31 augustus om 5 uur geef ik de tiende Frederik Mullerlezing in de Lutherse kerk op het Spui Amsterdam (toegang gratis, wel aanmelden, zie de link hieronder). Ik spreek over de door Jacob van Lennep bezorgde Vondel-editie uit 1849–1869, dat in twaalf delen verscheen bij uitgever Binger, onder de bezielde leiding van Jacob van Lennep. In de biografie geef ik van dit project een compacte beschrijving, maar ik zal nu veel meer gegevens naar buiten brengen.

Eind 1849 kondigde de uitgever M.H. Binger aan dat er bij hem ingetekend kon worden op De werken van J. van Vondel, met verklaringen en aantekeningen door Mr. J. van Lennep. Het zou een prachtuitgave worden met ‘glyphographische platen’. Voor het eerst zou er een volledige editie komen, chronologisch gerangschikt. De intekenaren kregen gratis marokijnlederen ruggen met goudstempels erbij.

Vondelprospectus

Van Lennep stond in zijn eentje voor een onafzienbare berg werk, want er was nog geen eerder onderzoek waarvan hij gebruik kon maken. Financieel liep het project niet naar wens. Van Lennep hielp de uitgever met een flinke lening en kocht onverkochte delen op. In 1862 zette hij de ‘Vereeniging voor de Verdere Uitgave en Exploitatie der Werken van J. van Vondel’ op, met aandelen van 1000 gulden, die hij sleet aan familie en vrienden.

Vondelaandeel

Uitgever Binger zat vast aan deze kapitale uitgave. De Schiedamse uitgever Roelants was handiger: die liet de letterkundige Johannes van Vloten een goedkope versie maken, en deze plunderde daarvoor de editie van Van Lennep. Er kwam een rechtszaak wegens plagiaat, maar Vondel was rechtenvrij, dus Binger verloor het proces.

Toen Jacob 25 augustus 1868 overleed, had hij het laatste, twaalfde deel net voltooid. Alleen de laatste twee vellen van de drukproeven van het register heeft hij niet meer zelf gecorrigeerd.

Aanmelden Frederik Mullerlezing 

100. Drukproef Vondeluitgave1862

Gecorrigeerde en aangevulde drukproef van de Vondel-uitgave

 

Vandaag 150 jaar geleden, om 19.00 uur

Voor mijn venster in Amsterdam heb ik vanochtend een klein altaartje gebouwd.25augustus2018

In de stromende regen herdachten vanmiddag zo’n veertig sympathisanten in Oosterbeek Jacob van Lennep.

25augustusgrafLennep3Op de terugweg vanuit Oosterbeek tekende zich rond zijn sterfuur een dubbele regenboog tegen de hemel af, de helderste reikte aan beide zijden tot aan de grond. Ik vat het als een teken op dat Jacob van Lennep instemde met de sfeervolle herdenking – vanwege de regen kregen we onderdak bij Jan Hofstede, waar Dick Welsink van het Literatuurmuseum, Louis van Lennep (voorzitter Stichting van Lennep) en ik spraken. Job Hubatka zong twee liederen op teksten van Van Lennep.

In 1868 werd Jacob van Lenneps ziekte en dood heel intensief gevolgd in alle kranten. Het begon eind juli slecht met hem te gaan.  Hieronder een selectie van respectievelijk 28 juli, 30 juli, 18 augustus, 22 augustus en, tenslotte, 27 augustus.

krantenberichtenziekteVL1868

 

150ste sterfdag: 25 augustus

Op 25 augustus is het 150 geleden dat Jacob van Lennep in Oosterbeek overleed. In samenwerking met de Stichting Begraafplaats Fangmanweg en de Stichting van Lennep is er om 16.00 uur een kleine herdenkingsbijeenkomst georganiseerd op de begraafplaats in Oosterbeek, die openbaar toegankelijk is.

Programma:

–          Verwelkoming door Herman Erinkveld, voorzitter van de Stichting Begraafplaats Fangmanweg

–          Toespraak door Marita Mathijsen, schrijver van de biografie Jacob van Lennep, een bezielde schavuit

–          Toespraak door Louis van Lennep, voorzitter van de Stichting van Lennep

–          Zang door Job Hubatka, bariton, betachterachterkleinzoon van Jacob van Lennep, begeleid door de accordeonist Gert Wantenaar. Lied op tekst van Jacob van Lennep

–          Toespraak door Dick Welsink, conservator van het Literatuurmuseum

–          Zang door Job Hubatka van een lied op tekst van Jacob van Lennep. Begeleiding Gert Wantenaar

grafuitsnede

Een dier dat taal beheerst?

De neerlandicus/taalonderzoeker/hoogleraar Marc van Oostendorp is de drijvende kracht achter de website www.neerlandistiek.nl. Elke dag beheert hij de stukken die daarop verschijnen, en vrijwel elke dag is er ook een stuk of een vlog of minicollege van hemzelf. De titel van zijn laatste vlog over ‘Een dier dat taal beheerst’, zette me op het verkeerde been (http://www.neerlandistiek.nl/2018/07/een-dier-dat-taal-beheerst/ ). Ik dacht: ha, Marc gaat het over de taalbeheersing van dieren hebben bij zijn komende oratie, want hij dacht in die vlog na over het onderwerp daarvan. Over vogels die woorden imiteren, over honden die commando’s verstaan, over paarden die liefkooswoordjes beantwoorden. Ik heb sinds ik bij mijn ouders uit huis ben, eeuwen geleden, vier honden, een poes en een rat gehad, en sinds mijn dochtertje eisen begon te stellen een tiental goudvissen, een woestijnrat, een hamstertje. De vissen begrepen alleen maar tikken tegen de ruit, de poes kende alleen maar haar naam en benamingen voor eten, de knaagdieren reageerden naar mijn idee alleen maar op het stemgeluid, en niet op verschillende woorden. Alles naar oppervlakkige waarnemingen, want ik heb daar niet mee geëxperimenteerd. De goudvissen waren er overigens niet alleen voor mijn dochtertje. Ik nam er ook jaarlijks een mee naar het openingscollege voor eerstejaars waar ik ze als metafoor gebruikte. Vraag aan de zaal: ‘Wat gebeurt er met vissen in een te kleine kom?’ Antwoord: ‘Die groeien niet.’ Nog een antwoord: ‘Dat worden stresskippen’. Conclusie van mij naar de zaal: ‘Zo is het ook met jullie: blijf niet vastzitten, kom uit de kom, geef jezelf ruimte.’ Maar ik had niet het idee dat de goudvis zelf besefte dat hij een metafoor was. Hij spartelde wat meer in de kleine kom die ik voor het college op tafel gezet had dan in de grote bak thuis.

Met de honden zat het anders. Mijn derde hond, Binkie, was het meest bekwaam in het begrijpen van menselijke taal. De tegenwoordige, Mimi, kan er ook wat van.

MimizwartwitKops

Hondje Mimi. Foto Pim Kops

 

 

Ik heb ooit een documentaire gezien over een hond die 200 woorden kende. De hond zat in het midden van een groot aantal voorwerpen. Als de baas ‘groene pop’ zei, haalde hij de groene pop en niet de blauwe. Bij Binkie heb ik eens geteld hoeveel hij begreep van taal. Ik kwam tot een kleine veertig woorden of korte zinnen waarop hij adequaat reageerde. Overigens spreek ik Limburgs met mijn honden, niet omdat ik daarvoor ooit bewust gekozen heb, maar zo ging dat gewoon bij de eerste (Hector) en zo doe ik het nu nog met Mimi. Binkie kende de namen van de mensen die geregeld op bezoek kwamen, een stuk of tien. Hij kende uitdrukkingen als: ‘geitter mei?’(ga je mee?), ‘we gaon nao Belfeld’ of ‘we gaon nao Italië’ (‘we gaan naar Belfeld’, mijn geboortedorp, of ‘we gaan naar Italië’ waar ik een vakantiehuis heb). Hij reageerde ook op ‘gank Alma wakker maken’ (‘ga Alma wakker maken’- mijn dochter). Bevelen voor sanitaire plichten volgde hij niet op, hoewel hij ze verdomd goed begreep. Mimi, een vrouwtje, is er veel gehoorzamer in. Binkie hanteerde tegenover mij ook een soort taal: hij blafte heel anders wanneer hij bijvoorbeeld van de tuin uit naar binnen wilde dan wanneer zijn waterbak gevuld moest worden. Mimi gebruikt alleen maar een soort kort of lang piepen, tegen je opspringen of strak aankijken als ze iets wil bereiken. Affectie drukt ze uit met piepend gejank. Als ze iemand op wie ze gesteld is lang niet gezien heeft, blijft ze minutenlang duidelijk maken dat ze die persoon gemist heeft.

Er zijn veel onderzoeken geweest naar het begrip van taal bij dieren, die ik verder nooit gelezen heb. Vogels schijnen veel meer taal te beheersen en er veel meer gebruik van te maken dan we ooit vermoed hebben, las ik ergens in een krant. Via computeranalyses waren wetenschappers er namelijk achter gekomen dat bepaalde soorten via klanken elkaar aangeven waar voedsel te vinden is. Veel research in het verleden is naar dolfijnen uitgegaan. Hans Faverey heeft een prachtige gedichtencyclus geschreven over de pogingen van trainers om dolfijnen tot spreken te bewegen (Man & dolphin/ mens & dolfijn):

Ball; say: ball.

Bal; zeg: bal).

Je moet ‘bal’ zeggen.

Dolfijn, zeg eens bal.

B/a/l: bal. Hé,

Dolfijn, zeg nou eens ‘bal’.

Toen ik na Faverey’s dood zijn nalatenschap mocht inventariseren, trof ik in zijn boekenkast diverse boeken aan over dolfijnenonderzoek, zoals het befaamde boek van John Cunningham Lilly, in een editie uit 1969: The Mind of the Dolphin. A Nonhuman Intelligence. Lilly had een speciaal waterhuis laten bouwen waarin hij samenleefde met dolfijnen en experimenteerde met hun capaciteiten. Faverey had als psycholoog natuurlijk veel belangstelling voor dit soort onderzoek. Er is een klankopname bewaard gebleven, gemaakt op Poetry International, waarop hij die cyclus voorleest. Een fascinerende opname, waarin zijn sonore stem met het  licht Surinaamse accent klinkt alsof hij een rapsodie zingt. Die opname vond ik niet op You tube, wel een andere die ook prachtig is: Hans Faverey, De schildpad

Enfin, dit ging er door me heen toen ik Marc van Oostendorps vlog met de misleidende titel las. Ik wens hem veel succes bij zijn oratie op 25 oktober, die dus over de taalontwikkeling van het mensdier zal gaan, als ik hem goed begrijp.

Wandelen door het Amsterdam van Jacob van Lennep

In het julinummer van Ons Amsterdam staat een wandeling door het Amsterdam van Jacob van Lennep, die begint bij de Westerkerk, en dan zo langs geboortehuis, woonhuis, huizen van vader en opa’s, school, en uitgaansgelegenheden loopt. Hij eindigt bij Museum Van Loon, waar een huis te bezichtigen valt zoals dat in de kringen van Van Lennep in de negentiende eeuw ingericht was.

plattegrondwandelingdeel

wandelingOnsAmsterdam

Donateurs van het Prins Bernhard Cultuurfonds kunnen deze wandeling onder begeleiding van voordrachtskunstenaar Simon Mulder lopen op 22 juli en 16 september. Zie: https://www.cultuurfonds.nl/nieuwsbericht/stadswandeling-voor-donateurs.

Fenomenaal portret van Thorbecke

Wat een biografie! Ik begon met een zeker plichtsgevoel te lezen in de biografie die Remieg Aerts, hoogleraar Nederlandse Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, over Rudolf Thorbecke geschreven heeft. Ik ken het eerdere werk van Aerts als gedegen, wetenschappelijk, brede verbanden leggend, maar niet speciaal vol stilistische hoogstandjes, ironie of diepgaande psychologische ontledingen. Vanaf het ‘Woord vooraf’ wist ik al dat hier iets anders gebeurde. Of eigenlijk al vanaf de titel: Thorbecke wil het. In drie simpele woorden vastgelegd: de ijzeren discipline, de onbuigzaamheid, het gezag, de onontkoombaarheid, de onverzettelijkheid van de man. Het ‘Woord vooraf’ dan, met zinnen als ‘Veel van wat er over hem beweerd wordt, berust op aangekoekte interpretaties en ingesleten misvattingen’ over deze ‘perkamenten figuur’, geeft in een paar welgekozen woorden weer wat Aerts wil. Hoewel hij meent dat de biografie ‘de traagste vorm van geschiedenis [is], een wereld van details, uiterst materieel en brongebonden’, schrijft hij ook dat er politieke leidersfiguren zijn die de cultuur veranderen en ‘door hun doorzettingsmacht, hun roekeloosheid, hun grootheidswaan of hun falen het lot van miljoenen tijdgenoten’ bepalen. Iets soortgelijks geldt voor kunstenaars, filosofen, wetenschappers. Daarom, zegt hij, is de biografie toch wezenlijke geschiedschrijving.

thorbeckewilhet

En dat maakt Aerts op een geweldige manier waar. Het is alsof je een driedimensionaal panorama voorgeschoteld krijgt van de omslagtijd waarin Thorbecke leefde. Geschreven met humor, met afstand én betrokkenheid en met een enorm inzicht in de politieke kringen van Thorbeckes tijd. Het portret dat Aerts van Thorbeckes vader en diens invloed op de ontwikkeling van zijn zoon geeft, lijkt wel ontleend aan Dickens’ roman David Copperfield. Thorbecke senior was zo ongeveer als Mr. Micawber, met zijn nooit aflatend optimisme, gebrekkige zelfkennis en financieel gehaspel. Rudolf moest goedmaken wat de vader niet voor elkaar kon krijgen. Hij dwong de jonge Thorbecke in een corset van discipline en ambitie. Toen Thorbecke in Duitsland ging studeren, verloor hij iets van zijn dwangmatige arbeidsregelmaat, omdat hij zich daar ook in culturele kringen begaf. Hij leerde er de ideeën van de idealistische Romantiek kennen die ook zijn politieke ideeën ging vormen. In Berlijn kwam hij in contact met de weduwe van de bekende filosoof Karl Solger. Zij was 31 jaar oud, hij 22. Er ontwikkelde zich een hechte vriendschap. Aerts suggereert dat zij meer in hem zag dan een gesprekspartner, wellicht hem zelfs beschouwde als iemand voor een tweede huwelijk. Thorbecke pakte het anders aan: veertien jaar later versierde hij haar dochter, die hij als driejarig kindje had leren kennen. Twee jaar moest hij nog wachten voor hij kon trouwen met de toen 19-jarige Adelheid Solger. Thorbecke, 38 jaar, droeg de gevoelens die hij voor mama had gehad op haar over. Het werd een buitengewoon innig huwelijk. De beschrijving van haar vroege dood bracht me tranen in de ogen. Dat kan en durft Aerts dus ook: het gevoel aanspreken.

Wat deze biografie echt uniek maakt, is de kenschetsing van de Nederlandse politiek en de omkanteling van oude naar nieuwe tijden waarvoor Thorbecke wat de staatsinrichting betreft grotendeels verantwoordelijk was. Aerts kent al die hele en halve politici met hun half of heel verborgen agenda’s, met hun regionale en/of religieuze drijfveren alsof het de hedendaagse Rutte met zijn ploeg betreft. Thorbecke zet hij daartussen, niet als een heilige, niet als iemand die geen fouten beging, niet als een man van wie makkelijk gehouden kon worden, wel als iemand met een enorme systematische denkkracht, die overtuigd was van zijn eigen superioriteit, en daar in de regel ook gelijk in had. Hij ontwierp de infrastructuur van de staat zoals die nog steeds, met kleine aanpassingen, functioneert. Zij het dat er juist nu aan geknaagd wordt…

Eén ding betreur ik: Aerts heeft nauwelijks illustraties opgenomen in zijn boek. Het is een beetje gek om méér te vragen als er al zoiets rijks geschonken is, maar hij moet en passant zoveel spotprenten, portretten en markante briefjes tegengekomen zijn, dat die er toch ook nog wel bijgekund hadden. 900 of 1000 pagina’s, who cares. Misschien nog iets voor een website?

Het is onbegrijpelijk dat de NRC, als nazaat van het liberale Algemeen Handelsblad waarin Thorbecke in zijn goede tijd gesteund werd, nog altijd geen recensie van dit boek geplaatst heeft. Had ik zelf niet een biografie geschreven, zo kort geleden nog, dan had ik die beoordeling wel voor mijn rekening genomen, maar in dit geval moet ik me beperken tot een korte loftuiting in mijn privéblog.