Archive by Author | maritamathijsen

Een fanatieke valsspeler en nr. 1000

118. IsraelsInspiratieSAA.jpg

Jacob van Lennep aan zijn schrijftafel

Enige dagen geleden stond er op mijn blog dat ik 993 volgers had en opging naar de duizend. Ik beloofde een gesigneerde biografie én toegang tot de besloten eerste presentatie op 18 januari in het Stadsarchief aan nr. 1000. Een dag later heb ik het cijfer weggehaald, want ik wilde voorkomen dat mensen gingen uitrekenen wanneer ze nr. 1000 waren, en wachtten met aanmelden. Maar toen was er een zekere B.d.G. die zo graag de duizendste werd dat die zich vier keer inschreef, ofschoon hij al een bestaande volger was. Een dergelijk fanatisme wil ik belonen, ook al is het vals spelen. Van Lennep zou hierom vast gegrinnikt hebben.  Dus nu heb ik twee prijswinnaars! De echte nr. 1000 is een zekere andrek65 van wie ik geen mailadres heb. Wil andrek zich bij mij melden? En nr. 999, 997, 996 en 995 is B.d.G. die ik hierbij uitnodig op 18 januari naar het stadsarchief te komen en een biografie in ontvangst te nemen.

 

En hier een cadeau voor alle volgers, nieuw en oud: omdat er 18 januari geen plaats voor iedereen is heb ik een extra feestelijke presentatie op 27 januari in de Lutherse kerk op het Spui om 5 uur. Voor iedereen toegankelijk. Jacob van Lennep heeft toegezegd zich dan te laten interviewen en er wordt muziek op tekst van hem gespeeld.

Advertenties

Bijzondere dagen

De leukste dagen bij het onderzoek naar Jacob van Lennep, waren de keren dat ik bij een nazaten op bezoek mocht die nog wat aandenken aan betovergrootpapa in huis hadden. Zo ben ik aan een portretje van Sara, de oudste dochter van Jacob, gekomen, zo heb ik zilverwerk en een degen van hem vastgehouden, zo zag ik een portret van Vondel dat in Jacobs studeerkamer hing, bekeek ik de originele tekeningen van Rochussen bij zijn historische romans. Gisteren mocht ik op bezoek bij een betachterachterkleinzoon die het schrijfbureau en een schrijfcassette van hem bewaart. Ik herinnerde me de beschrijving die A. de Bull geeft van Jacobs studeervertrek:

Vondels beroemd portret van Filips Koning (1662) prijkte boven de deur en was er ’t grootste cieraad; aan den schoorsteen hing een portretjen van Walter Scott en op een ouderwetsche sekretaire zag men een kleine buste van Willem I; in een hoek stond een staatsiedegen. Langs den muur gesloten boekenkasten. Een schrijftafel op ‘t midden van den vloer; maar zij diende meer tot “stapelplaats” van boeken, papieren, brieven – kwade tongen beweerden dat er ook een stuk of wat snuifdoozen op gevonden werden, – dan tot werken. Neen, van Lennep zat altijd in makkelijk schrijfstoeltjen aan een klein tafeltjen daarneven, waarop een opengeslagen schrijfkassette, die de sporen van jaren lang gebruik droeg.

In het enorme bedrijf van deze Van Lennep (een bedrijf dat installaties voor waterzuivering maakt) nam hij me mee naar een van de kantoorkamers. Daar stond de schrijftafel met een tiental laatjes en een ingelegd leren blad. Jacob kreeg dit bureau van zijn vrouw bij hun zilveren huwelijk. Ik volgde mijn eerste opwelling: zoeken naar de geheime lade waarin ik de brieven van Doortje zou vinden. Maar natuurlijk wist ik ook wel dat die er niet was. Het duurde even voordat ik op aandringen van Van Lennep junior achter het bureau plaats durfde nemen. Ik streek over het leren blad, voelde aan de inktvlekken, probeerde een geur op te snuiven. Een paar ogenblikken en ik wist het: hij rook heel licht naar inkt, maar vooral naar warm zand, het zand van duinen waar de zon lang op geschenen heeft. Voordat ik de tabak van zijn pijp kon ruiken was het al weg.

IMG_6541 (1)

En nog was de sentimental journey niet voorbij. Het prachtige oude woonhuis van de nazaat hing vol met portretten van de familie: litho’s, gravures, maar ook schilderijen. Natuurlijk was er ook een boekenkamer met eerste en latere drukken. Daar stond ook de ‘opengeslagen schrijfcassette’. Opnieuw moest ik slikken. Daaraan zat hij dus het liefst, daarin zat nog steeds de inktpot waarin hij de ganzenveer doopte, daarin het potje voor zand dat over natte inkt gestrooid werd. Al die duizenden brieven die ik gelezen heb, schreef hij daar.

IMG_2809

Wil je hem meteen meenemen? vroeg Van Lennep junior. De cassette mag namelijk op de tentoonstelling komen te staan die op 18 januari in het Amsterdams Stadsarchief opent. Of ik het bureau ook wilde exposeren? Geen probleem. Gemakkelijk, hartelijk, zonder omslachtigheden of plichtplegingen. Het Van Lennep-dna zit nog steeds in de familie.

Huwelijkscadeaus: een intiem kijkje

Jarenlang heeft er bij mij op zolder een doos gestaan met het opschrift ‘onbruikbare huwelijkscadeaus’. Daarin zaten kaasplankjes, jampothouders, zilveren flesafsluiters, gehaakte tafelkleedjes, cocktailprikkers, servetringen, fruitmesjes en dergelijke. Ik kreeg ook bruikbare dingen: lakens en handdoeken die nog steeds goed zijn (kwaliteit 1970). En een hogedrukpan waarin ik ook nu nog bouillon trek. Het was in die tijd gebruikelijk dat je voor een bruiloft een lijstje opstelde om het huis in te richten dat je met je echtgenoot zou betrekken. Praktische zaken dus. Wij deden dat niet, we woonden al samen en we kochten meubels en andere spullen op het Waterlooplein. Dus kregen we van tantes en ooms en kennissen van de wederzijdse ouders erg veel dingen die in onze hippiehuishouding niet van pas kwamen. Als ik een lijstje had samengesteld zouden daar boeken, platen en schoenen op gestaan hebben.

Ik kwam een lijstje van huwelijkscadeaus uit 1857 tegen. Maurits van Lennep, Jacobs derde zoon, trouwde toen met Carolina van Loon. Carolina stamde uit een steenrijke Amsterdamse familie. Haar moeder was een Van Winter, uit de familie van de kostbare kunstcollectie. Het was een ‘ons-trouwt-ons’-bruiloft, want moeder Van Winter-van Loon was een halfzus van Jacob van Lenneps moeder. Kunt u het nog volgen? Toch had tante Van Winter het huwelijk lang geboycot: volgens de familieoverlevering vond ze Maurits van Lennep niet rijk genoeg en ze gaf pas toestemming toen Maurits een baan kreeg als substituut-officier van justitie in Nijmegen.

93. Maurits en Lore van Lennep1

Alles wat het aanstaand bruidspaar kreeg is even praktisch. Alleen is de coördinatie blijkbaar gebrekkig geweest, want ze kregen bijvoorbeeld twee sofa’s, zeven voetenbankjes en drie pendules. Een piano werd ook bezorgd, en een ‘stomme knecht’ om ’s avonds voor het slapen gaan kleding overheen te kunnen hangen. Voor Caroline was er een ‘bonheur du jour’, een damesschrijfbureau. De ‘gewerkte chauffeuse’, een grote leunstoel, zal wel door Maurits ingenomen zijn. Verder dienblaadjes, lampenkappen, inktkokers, theestoven, een luciferdoofpotje, 18 wijnglazen, 12 stoelen, tafelmessen (24 grote en 18 kleine), een sleutelmandje, een blaasbalg met een stoffer en een mosterdpot. Kortom allemaal dingen waarvan wij nauwelijks meer weten wat we er mee moeten. De gulle gevers staan achter de cadeaus vermeld. Het is een en al hoogste kringen: Elout, Schimmelpenninck, Van de Poll, Hartsen, maar ook nouveau riche: Borski bijvoorbeeld. Het echtpaar Van Eeghen gaf een paar bloempotten, de blaasbalg met stoffer kwam van het echtpaar Van Loon-Borski. Ik weet niet wat ik daarvan moet denken, dat deze megarijke mensen zoiets prozaïsch schenken. De enigen zonder status die op het lijstje staan zijn de dienstboden van de heer Van Lennep. Die schonken een koffiekan van Brits metaal.

Of Maurits en Caroline ook een doos onbruikbare huwelijkscadeaus maakten? Ik heb er geen antwoord op.

huwelijkscadeausMauritsCaroline4

 

 

De minnares van Victor Hugo, een vriendin van Jacob van Lennep

Leoniedaunet

Léonie d’Aunet heette ze, ze was van een melancholieke schoonheid en al op haar twintigste getrouwd met de schilder François-Auguste Biard. Toen hij de opdracht kreeg een wetenschappelijke noordpoolexpeditie te begeleiden, stond ze erop mee te gaan en reisde via Nederland en Noorwegen naar Spitsbergen. Ze was de eerste vrouw die dat gebied bezocht. In de Revue de Paris schreef ze daarover een feuilleton. Ze was pas 23 toen ze in een salon Victor Hugo ontmoette. Dat werd een affaire waar de vonken vanaf spetterden. Hij schreef gedichten voor haar, en vertoonde zich met haar in het openbaar, terwijl hij toen al een minnares had, de bloedmooie actrice Juliette Drouet. Die was wel een paar jaartjes ouder dan Léonie, maar evengoed nog een opvallende schoonheid. Hugo stond erop dat zijn vrouw zijn maîtresses accepteerde. In die tijd stond er in Frankrijk echter gevangenisstraf op ‘adulterie’, overspel. Op 5 juli 1845 werden Hugo en Léonie daarop betrapt in een hotel. De laffe Hugo beriep zich op het feit dat hij “pair de France” was en dus onschendbaar, terwijl de gendarmerie Léonie oppakte en in de beruchte Saint-Lazare gevangen zette. In de kranten verschenen sappige berichten hierover, ook in de Nederlandse. Na twee maanden werd ze overgeplaatst naar een klooster. Toen ze uit het klooster mocht, bleef ze intiem met Hugo. Zij scheidde van de schilder en begon een literaire carrière. Haar boeken werden door Louis Hachette uitgegeven, de uitgever die ook Van Lenneps Franse vertalingen uitgaf.

Jacob van Lennep bezocht geregeld Parijs. In 1841 leerde hij Victor Hugo kennen. Die had volgens hem geen bloed maar bourgognewijn door zijn aderen stromen. Jacob bezocht hem in zijn huis op de Place Royale, waar hij met zijn wettige vrouw en kinderen op de kanapé zat en gasten ontving. Van Lennep maakte pas in 1859 kennis met Léonie d’Aunet, die toen nog geen veertig jaar oud was en nog steeds Hugo’s maîtresse. Van Lennep begon brieven met haar uit te wisselen en hij stuurde haar de Franse vertalingen van zijn romans. Ook schreef hij een lang vers voor haar toen ze geklaagd had dat ze zo lang niets van hem gehoord had, met vrij vertaald deze inhoud: Geloof eerder dat Parijs acht dagen zonder theater kan bestaan, geloof dat de Franse regeringsfinanciën in orde zijn, geloof in een recept tegen kwade ziektes, in zwevende tafels en klopgeesten, geloof in wat je wilt, lieve vriendin, maar geloof niet dat ik jou ooit zal vergeten. Ook stuurde hij haar in 1866 een foto van zichzelf met achterop een vers waarin hij zich zelf ‘un ami fidèle, dévoué, sincère, qui te chérit et te revère’ noemt: een trouwe, toegewijde oprechte vriend die van je houdt en je adoreert.

Het spijt me: ik kan geen nieuw schandaal openbaren. Léonie heeft naast de beroemdste Franse schrijver Victor Hugo niet nog de beroemdste Nederlandse schrijver van die tijd als minnaar genomen. Althans: daar wijst niets op. Zíjn brieven aan haar heb ik niet teruggevonden, maar de achttien brieven van haar aan hem die wel bewaard zijn, verraden niet de minste heimelijke gevoelens. De naam van Victor Hugo valt niet, maar toch moet Van Lennep zeker geweten hebben welk vlees hij met Leonie in de kuip had.

Rouwtoonen

Om zeven uur vanavond is het 149 jaar geleden dat Jacob van Lennep stierf. Een van zijn zonen, die erbij was, stuurde een telegram aan de jongste zoon die net die dag op verzoek van papa een pakketje naar Amsterdam bracht. ‘Papa is te zeven ure overleden’, kreeg Willem te lezen. Willem had al weken aan het ziekbed van Jacob doorgebracht, maar de laatste uren had hij niet meegemaakt. Hij had ook niet gehoord dat Jacob aan zijn vrouw zei: “Het is goed dat ik eerder ga, maar laat me niet te lang op je wachten.”

Telegram25081868

Ter herdenking geef ik hier een van Van Lenneps mooiste gedichten, dat hij niet in zijn verzamelde Poëtische werken heeft opgenomen.* Hij schreef het toen zijn jongste zoon in december 1860 naar Nederlands-Indië vertrok, de laatste die nog thuis woonde. Zijn vrouw leed daar enorm onder, en om haar te troosten schreef hij deze Rouwtoonen, en liet ze speciaal voor haar drukken. Jacob is in zijn leven niet altijd even aardig voor zijn vrouw geweest, maar dit laat hem van een heel inlevende, gevoelige kant zien. Hij begreep het verdriet van een moeder die haar kind naar een ongewisse toekomst ziet vertrekken. Van Lenneps poëzie is meestal niet zo melancholiek als dit vers, meer vrolijk óf erg op een gelegenheid toegespitst. Hier laat hij via een natuurbeeld zien hoe zijn vrouw en ook hij zich voelen. Ik citeer alleen het eerste couplet, want daarna zijn de verzen weer wat meer op de gelegenheid toegespitst.

Rouwtoonen. Aan mijne gade

’t Is doodsch op aard, ’t is droef omhoog,

Voor ’t luistrend oor, voor ’t zoekend oog.

’t Gevogelte trok zuidwaarts heen,

’t Gevogelte, ach ! dat kort geleên

Van elzestruik en berkestam

Zoo vrolijk nog den wildzang zong.

’t Zwijgt al in ’t rond. De Winter kwam.

Zijn ademtocht uit koude long

Blies grimmig bosch en akkers kaal

En drijft uit wolken, grijs en vaal,

Den jachtsneeuw neêr, die de aard bedekt

En in haar rust tot lijkkleed strekt.

De zon rijst laat: geen zonnestraal,

Geen enkle, die met warmen schijn,

Door ’t stijfgespannen wolkgordijn

Soms heendringt en ons tegenlacht:

De dag is droef en lang de nacht.

Het hele vers kan gelezen worden op google books als u ‘Rouwtoonen’ intikt.


*Wel gebruikte hij het nog in een liefdadigheidsuitgave, ‘ten voordeele der slagtoffers van de watersnood in Noordbrabant'(1861).

Straatnamen, tulpen en koeken

Naar de dichter Hendrik Tollens is een koek genoemd, naar Vondel een tulp. Van Lennep zou best de naam van een roos verdienen, de Lenneproos, die dan een roos zou moeten zijn met een sensuele geur, heel actief voor zover rozen dat kunnen zijn, een beetje opdringerig of op zijn minst opvallend, en geschakeerd, veelzijdig. Is er een rozenkweker onder mijn volgers die dit aandurft?

tollenscakebakkerpiet

Tollenskoek van bakker Piet in Rijswijk

Jacob heeft wel een heleboel straten naar zich vernoemd gekregen. Een snelle zoektocht via Google leverde 28 gemeenten met een Van Lennepstraat op. Deftiger is natuurlijk een Van Lenneplaan, waarvan ik er maar drie vond, in Zeist, Baarn en Haarlem. Amsterdam heeft ook nog de Jacob van Lennepkade aan het Jacob van Lennepkanaal. Zeist lijkt de enige gemeente met een Jacob van Lennepplein te zijn. De Van Lennepweg bestaat ook nog, in Den Haag, Oosterbeek, Aerdenhot en Zandvoort (dank Henk). Maar ik heb geen manier gevonden om echt systematisch naar straatnamen in Nederland te zoeken, ook al kom je via de postcodesite een heel eind. Het zou een hele klus zijn om uit te zoeken wanneer de namen gegeven zijn. Van Amsterdam weet ik dat het Jacob van Lennepkanaal zijn naam in 1886 heeft gekregen. Grappig is dat er ook enige straten naar zijn voornaamste romans genoemd zijn: er zijn Ferdinand Huyckstraten onder andere in Zaandam, Gouda en Eindhoven, en in Amstelveen en Rotterdam is er een Klaasje Zevensterstraat. En een Roos van Dekamastraat in Amersfoort (dank Jeroen).

Er zijn tenminste twee Jacob van Lennep-scholen geweest beide in Amsterdam: een MULO aan de Jacob van Lennepstraat, later verhuisd naar de Da Costastraat. En een lagere school in de Reggestraat. Het opmerkelijk modernistische gebouw dateert uit 1926.

jacobvanlennepschoolreggestraat

Jacob van Lennepschool, Reggestraat Amsterdam

Op de Kinkerstraat, alweer in Amsterdam, heeft een Jacob van Lennepbioscoop gestaan tussen 1911 en 1914. Het was een typische buurtbioscoop en de filmpjes die er vertoond werden hadden natuurlijk niets met Van Lennep te maken. Ik denk dat hij wel nieuwsgierig genoeg geweest was om zo’n bioscoop te bezoeken, als die er in zijn tijd bestaan had.

Er bestaat ook een Jacob van Lennepboot die je kunt afhuren voor een tochtje over de Amsterdamse grachten. Het is een omgebouwde trekschuit uit 1888. De trekschuit was in Jacobs tijd hopeloos ouderwets geworden, dus ik weet niet zeker of hij zijn naam wel had willen lenen aan zo’n trage sukkel als hem dat gevraagd was.

jacob-van-lennep

Voor wie niet kan wachten

kaart Am sterdam geillustreerd

Jacob van Lennep was een Amsterdammer in hart en nieren. Hij zou het goed hebben kunnen vinden met Eberhard van der Laan en hij zou hem nog een paar suggesties hebben gedaan om de stad nog liever te maken: een zwembad in een van de grachten, het Paleis op de Dam terug aan de Amsterdammers, een veiliger verkeer bij de kruising van de Elandsgracht en de Marnixstraat, lijn 16 terug, scholen met een curriculum op de 21ste eeuw toegesneden. Hoe dan ook: de cursus gaat over de spoorwegen, het drinkwater, het behoud van monumenten, het Rijksmuseum, Multatuli, de prostitutie, allemaal in samenhang met Amsterdam, de negentiende eeuw en Jacob van Lennep. Vanaf 26 september aan de VU (HOVO-onderwijs) in zes colleges. Zie:

http://www.hovo.vu.nl/nl/cursusaanbod/cursusaanbod-najaar/letteren-en-muziek/Het-Amsterdam-van-Jacob-van-Lennep/index.aspx

 

Caspar loopt en Jacob wandelt

opnamedatum 24-11-2010

Geerlig Grijpmoed, rond 1780, Bosrijk landschap met twee wandelaars

In de Volkskrant van vandaag, 2 augustus, staat in  casparloopt dat Jacob van Lennep in 1823 zijn befaamde voettocht deed om kennissen te bezoeken. Dat vertelt Flip van Doorn aan Caspar. Nee, zo vrijblijvend was die wandeling niet. Jacob en zijn metgezel, Dirk van Hogendorp, gingen op pad ‘om den landaart en de zeden en gewoontens der ingezetenen te leeren kennen’. Dirk was de initiatiefnemer en nodigde Jacob uit mee te lopen, Geen recreatie, geen familiebezoekjes, maar studie van het nieuwe koninkrijk was de bedoeling. Ze wilden weten hoe het ervoor met Nederland, Dirk was de zoon van Gijsbert Karel van Hogendorp, die het koninkrijk had helpen oprichten. Beide jongens maakten een verslag van de reis, Jacob een meeslepend, Dirk een droog. Zie ook mijn blog van 30 april dit jaar. Het verslag van Jacob van Lennep is in boekvorm verkrijgbaar (De zomer van 1823), dat van Dirk van Hogendorp stel ik digitaal beschikbaar voor geïnteresseerden. De authentieke tekst van Jacob trouwens ook (die in het boek is hertaald).

Twistgezangen van Vleesch en Visch: oplichterij

Oplichterij in de literatuur: het gebeurde al vóór Ossian. Ook Van Lennep deed eraan mee. De Rijmkroniek van Klaas Kolijn, zogenaamd uit de twaalfde eeuw maar in werkelijkheid in de zeventiende eeuw geproduceerd, is er een bekend Nederlands voorbeeld van. Iedereen tuinde indertijd in het bestaan van het Oera Linda Boek dat in 1872 werd uitgegeven als een handschrift uit 1256. Hoogstwaarschijnlijk was François HaverSchmidt (Piet Paaltjens) de voornaamste schrijver ervan. Het maken van forgeries is een leuk spelletje voor hele of halve geleerden die de taal van een bepaald tijdvak goed kennen en die zelf daarin wat willen presteren. Van Lennep hield van spelletjes.

bruiloftsavondkout

In 1830 gaf hij Het recht van bruiloftsavondkout uit, een bewerking van een Frans origineel, Le droit de Nopçage. [1] Het gaat over het recht van de adel om een bruidje te mogen ontmaagden voordat de bruidegom eraan te pas is gekomen. We kennen het uit Mozarts opera Le nozze di Figaro. Uit ‘welvoegelijkheid’ maakt Van Lennep er het recht op een uurtje kouten (kletsen) met de bruid van, zoals hij toelicht in een noot die zelf weer niets verhult over wat die ‘kout’ inhield. De abt van een naburig klooster en de baron van een naburig kasteel ambiëren beiden het recht op een ontmaagding (of volgens Van Lennep: een uurtje kouten), maar uiteindelijk weet het bruidspaartje ongeschonden te ontsnappen voor de bruiloft voorbij is. Op het feest wil een speelman het middeleeuwse Twistgesprek tusschen Vleesch en Visch voordragen. In de toelichting schrijft Van Lennep dat er middeleeuwse Desbats bestaan, waarin Ziel en Lichaam met elkaar debatteren. Dergelijke debatten werden ook gevoerd tussen Natuur en Jeugd, tussen Water en Wijn en tussen Vleesch en Visch. Hij citeert dan in eigengemaakt Middelnederlands een flink stuk uit De twist tussen Vleesch en Visch. Het vlees pocht erop dat het man en vrouw sterk genoeg maakt om de huwelijksdaad te bedrijven, terwijl de kille vis het zaad schade doet:

… ic maec sterc man ende wive

Tottet houwelix bedrive.

Maer du, visch, does den sade,

Door dyn kilte, grote scade.

De citaten komen, schrijft Van Lennep, ‘uit een onuitgegeven handschrift; onder mij berustende’. Waarop hij een brief kreeg van de Utrechtse hoogleraar Letterkunde L.G. Visscher of hij nog meer van die Middelnederlandse debatten had en of Visscher die mocht uitgeven. Een geleerde professor zag dus Van Lenneps eigen brouwsel voor echt Middelnederlands aan. Deze was heel eerlijk geweest over de herkomst: het handschrift lag bij hem op tafel en was inderdaad onuitgegeven.

[1] Het ‘origineel’ kan ingezien worden op Google Books als men ‘Historial de Jongleur’ intypt en het eerste verhaal daarvan opzoekt. Van Lenneps stuk staat ook op Google Books.

Een adembenemende ervaring

Je zit in een ver buitenlands archief en je krijgt mappen op tafel die je openslaat en dan herken je het handschrift… Dat adembenemend moment overkwam me eerder in Londen toen ik documenten van Gerrit van de Linde in handen kreeg, in Basel met Bilderdijk. Je keel schroeft zich even dicht, en dan volgt de ontroering om je dode vriend zo ver van huis bewaard te zien. Je strijkt even licht over de brief die je gevonden hebt, haalt diep adem en begint te lezen. Het voelt als een bevestiging: het buitenland vond het waard de Hollandse schrijver op te bergen in een archief, gelijk heb je dat jijzelf hem uit die archieven tevoorschijn wilt halen.

IMG_2475

Het overkwam me deze week in Saint-Germain la Blanche Herbe, in Normandië vlakbij Caen. Op een open vlakte tussen velden met bloeiend vlas en gelig koren ligt daar de Abbaye d’Ardenne waarin het IMEC gevestigd is, gespecialiseerd in uitgeversarchieven. Ik had van Hans Renders, de Groningse biografieprofessor, de tip gekregen daar eens te informeren naar correspondentie van Louis Hachette, de Franse uitgever van Jacob van Lennep. De behulpzame Franse archivarissen meldden mij, nadat ik hun uitgelegd had wat ik zocht, via de e-mail dat ze inderdaad een dossier Van Lennep-Hachette hadden en ze zouden het voor me klaar leggen als ik langs kwam. Paspoort mee, camera niet toegestaan. De gewone vereiste aanbevelingsbrief hoefde niet want ze hadden mij gegoogled en gewikipediaat en me voldoende geleerd bevonden. Of ik ook wilde lunchen en avondeten en of ik wenste te blijven slapen, want ze hadden een gastenverblijf.

IMG_2471

Nog nooit zag ik zo’n mooi hergebruik van een abdij. Het hele complex van kloostercellen, keukens, boerderijen, kruidentuin, refters en wat er allemaal bij hoort is omgebouwd als centrum voor wetenschappelijk onderzoek. Verder zijn er zalen voor lezingen, conferenties en inderdaad een eetzaal en slaapplaatsen voor onderzoekers. Een busje haalt en brengt onderzoekers van het station in Caen naar de abdij en andersom. De kerk van de abdij was ingericht als studiezaal. En wat voor een studiezaal! Vijf verdiepingen boeken, maar zo ingebouwd dat het licht en doorzichtig bleef in de kerk, waar een tiental onderzoekers aan de tafels zaten. Glazen vloeren en plafonds verhinderden dat je een gevoel kreeg van massiviteit. Elke architect die oude gebouwen herinricht zou er eens moeten gaan kijken.

IMG_2467

Al zou ik er niets interessants gevonden hebben, dan nog zou ik tevreden zijn over deze kennismaking met een voorbeeldig archief. Maar de verrassing kwam nog.

Het eerste document dat ik onder ogen kreeg was een contract tussen uitgever Louis Hachette, de Gentse vertaler Léon Wocquier en Jacob van Lennep, ondertekend door alledrie in september 1857. Hachette zal zes historische romans van Van Lennep uitgeven, en Wocquier zorgt voor de vertaling. Deze Gentse professor had er al voor gezorgd dat de Ferdinand Huyck als feuilleton in de Journal du Gand verschenen was. Wocquier zal gaan samenwerken met Van Lenneps oudste zoon, David.

Maar er komen kinken in de kabel. Eind 1858 komt Van Lennep erachter dat hij aan Hachette iets verkocht heeft waar hij helemaal geen recht op heeft. ‘J’ai commis une faute très grave en vous vendant ce qui ne m’appartenait pas.’ Hij had niet beseft dat hij geen eigenaar meer was van zijn boeken en niets te zeggen had over de vertalingen daarvan. Van Lennep schaamt zich diep als hij dit moet melden aan de vertaler en aan Hachette. Auteursrechten zijn in die tijd nog niet geregeld zoals nu. Dus de Rotterdamse firma Wijt, die de auteursrechten over Van Lenneps romans heeft, bezit ook de rechten op vertalingen. Van Lennep heeft zelf al contact opgenomen met Wijt en de boel wordt met Hachette geregeld zonder complicaties.

Daarmee is de kous niet af. Als Wocquier, die nogal laks is, eindelijk met een vertaling op de proppen komt, is Hachette geschokt over de kwaliteit ervan. Zulk slecht vertaalwerk hoort niet in zijn fonds thuis. Hij laat nu alle werk van Wocquier controleren en die kan erop rekenen de boel terug te krijgen als het rapport negatief is. Wocquier schrijft een slijmerige brief terug: hij heeft het geld nodig, de Universiteit van Gent betaalt hem te weinig salaris en hij vindt dat hij een prima vertaling afgeleverd heeft, zijn beste tot nu toe. Dat betrof overigens niet een boek van Van Lennep.

Maar Wocquier heeft het verbruid bij Hachette. Slechts twee van de zes voorgenomen vertalingen komen uit: Les aventures de Ferdinand Huyck en La rose du Dekama. De volgende vertaling, die van Vrouwe van Waardenburg, maakt Van Lennep zelf, op voorstel van Hachette.

Dit alles las ik dus in die abdij in Normandië, in die omgeving waarin je beseft welk een voorrecht het is historisch onderzoek te mogen doen.